Blind Proef
Een podcast over koken met een visuele beperking
29 dagen geleden

Round-up: afleveringen 11 tot 20

Wat maakte het bereiden van vegan chocolademousse zo speciaal, en bakken we fishsticks ondertussen liever in de pan of toch in de airfryer? Ook jullie zaten niet stil. Zo kregen we tips over het gebruik van gelatine en een leuke aanvulling op onze manier om zalmfilet klaar te maken. We beantwoorden opnieuw enkele van jullie vragen. Hoeveel aardappelen heb je nodig voor aardappelpuree, en welke messen zijn het best om groenten te snijden? Verneem het in deze round-up.

Transcript
Speaker A:

Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe aflevering van Blindproof. Het is een special vandaag. Ik zit hier met Juzri en met Matthias.

Speaker B:

Hallo!

Speaker A:

En we gaan de laatste tien afleveringen overlopen die we hebben gepubliceerd. De afleveringen, dus niet de specials. Juzri, waarmee zijn we begonnen? Weet je het nog?

Speaker B:

Lekkere hotdogs die we samen bij mij thuis hebben gemaakt.

Speaker A:

Ja, maar lekker hè?

Speaker B:

Ja, super.

Speaker A:

Heb je daar nog iets over te melden, Matthias? Jij hebt het ook gehoord misschien.

Speaker C:

Ik denk niet dat we daar enige feedback op hebben gekregen.

Speaker A:

Ja, jij was er.

Speaker B:

Had ik wel? Jij had iets gezegd over die worsten.

Speaker C:

Ik had gezegd, ik kook die in het vocht. Maar ik heb achteraf opgezocht en ze zeggen toch dat het beter is om in water te doen. Het voordeel van dat koken in het vocht zelf is dat daar hetzelfde zoutgehalte en zo in zit en dat die dan minder gemakkelijk openbarsten.

Speaker B:

Ja, ik vind gewoon, als je dat vuur laag genoeg zet, dat vocht riekt altijd zoveel.

Speaker C:

Ja, dat is een beetje wat de mensen tegen zijn. Ze zeggen dat smaakt al zo sterk, moet je dat dan nog eens in dat vocht koken? Ja, dat is maar een gewoonte. Maar inderdaad, ik ga het in het vervolg ook in water doen.

Speaker A:

Maar voor de rest was het eigenlijk al vrij eenvoudig, denk ik.

Speaker C:

Ja, dat is altijd lekker.

Speaker B:

Elke student kan daarvoor dat hij dat zelf weet, denk ik. Het is even lekker gemakkelijk om ook eens misschien vrienden uit te nodigen als je op kot zit of zo. Moet je zeker eens doen, denk ik.

Speaker C:

En daarna was de.

Speaker A:

De bananen wil ik zien.

Speaker B:

De bananen wil ik zien.

Speaker A:

Dat was bij jou, Matthias.

Speaker C:

Dat was ook bijzonder eenvoudig.

Speaker A:

Ja.

Speaker C:

Wat we nog wel achteraf hadden gezegd, hij had hem nog wel een klein beetje te weinig gemixt.

Speaker A:

Ja, een paar stukjes banaan.

Speaker C:

Een klein brokje nog in.

Speaker A:

En wat jij ook leuk vond, Jussi, was die verschillende bekers en blenders eens bekijken.

Speaker B:

Ja, ik ben daardoor geïnspireerd geraakt en ik heb er eentje gekocht. Eentje die sterk genoeg is, waar genoeg kracht in zit. En ik maak tegenwoordig wel mijn. Mijn shakes met noten en havermout. En dat is heel gemakkelijk.

Speaker C:

Heel gemakkelijk om mee te nemen.

Speaker B:

Voor het werk doe ik dat soms. Ik maak dat een avond ervoor. Ik zet dat in de koelkast. Ik pak die beker eruit, ochtends. En ik steek die in mijn rugzak. Ja.

Speaker A:

En dan hebben we er eentje gepubliceerd. Die we normaal niet zouden publiceren. Toch zo vroeg niet. Maar we kregen een vraag van luisteraar Paul. Die wou weten hoe je zalm bakt.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Dan hebben we een receptje gedaan met zalm. Spinazie en knoflook.

Speaker C:

Zag er ook wel heel lekker uit.

Speaker B:

Dat was oké, daar hebben we wel van genoten toen.

Speaker A:

Dat was een voorgerechtje.

Speaker C:

En eerlijk, om eerlijk te zijn, zal een bakje niet gemakkelijk zijn.

Speaker A:

Nee, nee, nee.

Speaker C:

Want jullie hebben die wel afgedopt, denk ik, met een keukenrol.

Speaker A:

Ja, sowieso. Moet je altijd doen.

Speaker C:

Wat ik nog, allee, doen is je zout al twee minuutjes op voorhand erop doen.

Speaker A:

Dat het krokkanter wordt.

Speaker C:

Dat het nog iets krokkanter is en dat dat zout er al een beetje intrekt, omdat je vis bakt ook niet zo heel lang. En ja, ook crokanter, ook gemakkelijker, denk ik ook. Maar ja, dat is maar, dat zijn details.

Speaker A:

Ja, ja, ja. En dan, Jussi, we moeten ook eerlijk zijn, dat was bij jou thuis. En ik heb een beetje spinazie naast jouw vuur gelegd.

Speaker B:

Ja, maar ik heb wel rap kunnen opkuizen.

Speaker A:

Absoluut.

Speaker B:

Het is gemakkelijk om eigenlijk op te kuizen spinazie, want dat wordt gewoon hard. Dus dat is gewoon even van je vuren vegen en klaar. Dat is niet gelijk met tomatensaus. Dat geluk heb je dan.

Speaker C:

En ja, die kruiden, die.

Speaker B:

Dat is bij iedereen die het niet ziet, dat gaat altijd een beetje kruiden.

Speaker A:

En ook het is een zak spinazie. Ik had al snel een keer een blaadje naast en zo ook.

Speaker B:

Ja, want dat was wel verse spinazie.

Speaker A:

Ja, dat was verse.

Speaker C:

Maar voor zo'n spinazie, voor twee man gaat dat nog, maar denk voor vier of zes, als je volk hebt, dan gaat er wel een hele grote pan moeten.

Speaker A:

Ja, want dat slinkt. Dat is heel veel als het in de pot is, maar daarna slinkt het enorm.

Speaker C:

Maar dat beginvolume is altijd gigantisch.

Speaker A:

En ik moet ook zeggen, Matthias, ik heb er toen lood bij gedaan, denk ik. Loodpoeder. Maar jij hebt mij ooit eens gezegd: de loodpers, heel gemakkelijk. En dankzij jou heb ik nu ook een leuke en handige loodpers die ik bijna dagelijks gebruik. Zonder randjes had jij gezegd, zonder randjes zeker. En wat was nog iets?

Speaker C:

Zonder uitneembaar deel.

Speaker A:

Zonder uitneembaar deel.

Speaker B:

En hoe.

Speaker A:

Jan, je steekt het teentje erin en dan knijp je. Dat samen, twee handvatten eigenlijk. En dan pers dat. En dan kan je die lok daar gewoon uit nemen of schrapen.

Speaker C:

Schrapen, een beetje afschrapen.

Speaker A:

En dan is dat veel lekkerder.

Speaker B:

We zullen die zeker nog eens gebruiken tijdens een podcast.

Speaker A:

Ja, dat gaan we zeker doen.

Speaker B:

Want volgens mij had je die toen gebruikt tijdens een podcast.

Speaker A:

Nee, nee, nee. Ik had toen lokpoeder.

Speaker B:

Ja, dat is juist.

Speaker C:

Maar we hadden ook een tip gekregen, denk ik, voor een kruidenkaarsje erin te doen. Of wat was het nu weer? Was dat van Ellen? Was van Ellen. Ja, ik denk het wel. Ellen had gezegd: mijn kruidenkaarsje eronder is ook heel lekker. Zeker. En daar zit natuurlijk ook al een look in, in die krade kaas. Dus dat was nog wel een goede tip. En de volgende aflevering?

Speaker A:

Dat was ook bij jou, Matthias. Dat was de rijstkoker.

Speaker C:

Ah ja, de rijstkoker.

Speaker B:

Een luisteraar. Twee zelfs.

Speaker A:

Ja? Alleen jij weet iets.

Speaker B:

Eén ken ik er, ja.

Speaker A:

En de andere heeft mij ook gezegd dat die alle twee dus een rijstkoker hebben gekocht, omdat ze ook niet wisten dat dat eigenlijk echt bestond. En ze zijn er heel tevreden mee. Dat was een leuke aflevering, denk ik.

Speaker C:

Ik ken ook iemand en die had er een gekocht, niet zo super groot. En die heeft nadien nog een tweede gekocht om nog een extra kleintje te hebben. Dus ja, in de hal die heeft een little 15 euro, denk ik of zo. Ik weet het al niet meer. En ja, eens dat je gewoon zet van bruine rijst of witte rijst, misschien een beetje meer water of een beetje minder. Maar ja, het is maar gewoon voelen. Je moet dat niet meten. En het komt er ook altijd perfect uit.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

En lekkerder dan uit een zakje, zegt hij.

Speaker C:

Iets sowieso. Dus ja, dat was ook een hele. Het is wel jammer dat jullie niet zijn kunnen blijven eten toen. Hij was nog niet volledig klaar. Hij moest nog twee minuutjes opstaan.

Speaker A:

Ja, we moesten toen naar huis.

Speaker C:

Ja, dat was bijna geweldig. Volgende keer even te veel op ons bordje gelegd.

Speaker B:

Volgende keer een lekker gerechtje met rijst voor de podcast nog eens.

Speaker A:

De volgende dan. De volgende, Jusri, wat was dat?

Speaker B:

Dat was die nazappelsap. Ja.

Speaker A:

En dat was ook een hele makkelijke.

Speaker C:

Ja, eigenlijk. Super eenvoudig.

Speaker A:

Maar we dachten, we doen dat maar. Matjas en ik hebben dan beide onze machine laten zien.

Speaker B:

Ja.

Speaker C:

En ook een handpersje. Ja. Meestal, ik zet mijn machine meestal niet op.

Speaker B:

Ik denk dat mensen zich er een beetje over moeten zetten in het begin van hoe snij ik die appelsien over.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Dat is altijd wel een beetje, maar eens je dat gedaan hebt, is dat eigenlijk gemakkelijk. Er valt niet veel over te zeggen.

Speaker A:

Nee, nee.

Speaker B:

Wou jij nog iets zeggen, Matjas?

Speaker C:

Nee, nee. Ook geen feedback op gekregen, denk ik.

Speaker B:

Nee, nee.

Speaker A:

Het is ook misschien vrij normaal. Te gemakkelijk.

Speaker B:

En wat was het dan?

Speaker A:

Want dan was het de fishsticks met puree, spinazie en tartaar. Ook een vraag van een luisteraar, dacht ik. Want die wilde puree maken. En we hadden nog een paar gerechtjes van puree op de plank liggen. Dus we dachten, we publiceren die nu al. Want dat was ook niet de bedoeling eigenlijk. Maar het was ook wel een leuk gerechtje. We hebben dan ook fishsticks gebakken in de pan. Sommigen bakken die ook in de airfryer. Dat is veel makkelijker. Dat was al super simpel en super makkelijk. En je had daar wel een punt, want ik heb toen tegen jou nog, Jusri, gezegd. Ik snap waarom Matthias het in de airfryer doet, want die visstuk is bevrozen. En eer dat het dan in de pan bakt, kan het wel even duren.

Speaker C:

Je hebt die niet laten onthooien?

Speaker A:

Nee, omdat dat anders te veel uit elkaar valt. Je mag dat eigenlijk niet doen.

Speaker C:

Ah ja, want ik doe ze ook bevroren in de airfryer. Maar als ik ze vroeger in de pan bakte, liet ik die wel onthooien.

Speaker A:

Ja, maar dan had ik. Ik deed dat vroeger ook en dan. Vullen die echt uit?

Speaker C:

Ja, dan komt de deger nog makkelijker af. Dat is waar.

Speaker A:

En ik verloor bijna mijn geduld als ik ze in de pan bakte. Maar ik vond ze uiteindelijk wel lekker smeuig en met lekker veel boter. En in de airfryer vind ik ze dan iets te droog. Maar dan kan je er ook nogal meer tataar bij doen.

Speaker C:

We hadden nog wel een vraag gekregen: hoeveel gram aardappelen per persoon? Dat moet je een beetje zien hoe groot het is. Zoiets van tussen de 150 en de 200 gram. Als u aardappelen wilt afwegen. Je zegt, we zijn met zes man, dan zou ik zeggen, pak een kilo. Ik tel niet eigenlijk. Ik zeg altijd van, ik heb twee aardappels. Twee aardappels per persoon ofzo.

Speaker B:

Ik doe dat al wel bij de grote eters, drie.

Speaker C:

Ja, absoluut. Van puree wordt ook altijd iets meer gegeten dan van gewone aardappels. Maar ja, als je het echt wilt wegen, zou ik zeggen inderdaad 150 tot 200 gram. Dus zes man...

Speaker B:

Maar ga je dat echt afwegen?

Speaker C:

Ja, er zijn mensen die dat graag doen.

Speaker B:

Echt?

Speaker C:

Ja, natuurlijk.

Speaker B:

Ja. Ga je dat gewoon uit de zak maken?

Speaker C:

Weet je wat ook is? Breekt je ook heel gemakkelijk invriezen. Dat komt er altijd perfect uit. Super eenvoudig. Is dat dan toch nog een beetje. Nee, nee, nee. Zeker niet te waterig. Eerder als iets te droog misschien. Maar ja, kijk, je warmt dat op, er doet er nog een klein scheutje melk bij.

Speaker A:

Het is ook. Ja.

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

Ja. Het is ook. Een breedje is gemakkelijk gemaakt.

Speaker A:

Ja, ja, ja.

Speaker B:

Dat is echt.

Speaker A:

Dat vinden wij. Of dat vinden de luisteraars.

Speaker B:

Ja, dan moet je gewoon zitten over dat schillen.

Speaker A:

Ja, ja, ja.

Speaker B:

Dat durf ik. Maar bo, dat was lekker. We hebben daar toen goed van gesmuld samen. Het was toen ook nog een gezellige avond. En op een andere dag hebben we dan weer iets anders gesmuld.

Speaker C:

Van iets anders gesmuld.

Speaker A:

De vegan chocolademousse was dat.

Speaker C:

Een gerechtje van Eline.

Speaker A:

Een leuk gerechtje. Dat misschien nog een vervolg krijgt in september.

Speaker C:

Misschien.

Speaker A:

Ja, omdat wij misschien wel in een podcast te beluisteren gaan zijn van. Luisterpunt met deze podcast van de vegan chocolademousse. Dat is toch het plan? We zullen zien of dat ervan komt, maar ik denk het wel. En dat was iets origineels, want ja.

Speaker C:

Wat je al zegt, het is heel origineel om allemaal die ingrediënten te vervangen.

Speaker A:

Ja, en voor de veganisten ook. En chocolademousse is. Een gewone chocolademousse is niet makkelijk te maken. Je moet eieren gaan scheiden en zo. Dat maakt het misschien wel het moeilijkste. Maar Lien heeft daar een mooie oplossing voor gevonden door kokosmelk. Gebruiken. Dat was wel een beetje een uitdaging om die kokosmelk van bovenuit te scheppen, want kokosmelk is vloeibaar onderaan en vast bovenaan en je mag enkel het vaste gedeelte bovenaan scheppen, maar ze heeft dat geweldig gedaan. Het was een hele lekkere chocolademousse. Jusri, je hebt toen ook lekker geklopt, die room.

Speaker B:

Ja, je hebt die room lekker geklopt.

Speaker A:

Je hebt je armspuren toen gebruikt.

Speaker B:

Ja, inderdaad. En Eline heeft heel veel geduld moeten hebben om. Te scheppen.

Speaker A:

Ja, maar het was heel grappig.

Speaker B:

We hebben ons veel geamuseerd allemaal.

Speaker A:

En vrij simpel eigenlijk ook.

Speaker B:

Goed, dat was eigenlijk gewoon zoetsmullen. Dat was allemaal geslaagd, plezant. Was het eten daarna ook zoet of was het dan weer iets hartigs?

Speaker A:

Het was eigenlijk zoet, maar niet te zoet. Als je begrijpt wat ik bedoel.

Speaker C:

Ik weet nog wat het was.

Speaker A:

Ja, want we hadden een nieuwe podcaster. Lucie. En die heeft lekkere rabarberconfituur gemaakt.

Speaker C:

Maar toch nog redelijk gezond.

Speaker A:

Toch nog redelijk gezond en met niet te veel suiker. En ze had dat vervangen door iets anders. Door een dikingsmiddeltje. En dat was origineel, vond ik.

Speaker B:

Het was hele lekkere rabarberconfituur.

Speaker A:

En gezellig ook.

Speaker C:

Is ze maar op, jullie potje?

Speaker A:

Ja, zeker.

Speaker B:

Ik heb er eigenlijk één boterham van gegeten. En dan heb ik het meegegeven met onze moeder. En alle kindjes bij haar in de crash hebben er allemaal lekker van gesmuld. Dus kindjes kunnen ook lekker. En gezond eten. Dus bedankt, Lucie.

Speaker A:

En je gaat Lucie nog meerdere malen horen, want we hebben nog een aantal afleveringen met haar ook opgenomen. Dus ze gaat er blijven bij zijn.

Speaker C:

Nu moet ik zeggen: die pek, je doet dat eigenlijk altijd, want dat is ook een bewaarmiddel. Het is niet alleen om hem in te dikken of zo, maar die suiker, dat is ook een stukje bewaarmiddel. Als je daar te weinig in doet, dan kun je wel gevaar hebben op een klein beetje schimmel van boven of zo. Natuurlijk, als blinden is dat. Wel moeilijk. Maar ja, als je iemand bij hebt die ziet en je doet zo'n nieuw potje lopen, kunnen we altijd vragen: is het nog allemaal in orde? En desnoods schep je daar de bovenste halve centimeter af. Dan kunnen volgens mij al de rest van die pot opeten. Maar als je zeker wilt zijn dat hij goed bewaart, is veel suiker toevoegen. Toch wel, ja.

Speaker A:

Maar dat was snel op, dus dat moest niet zo heel bewaard worden.

Speaker C:

En nog als puntje wat ik al heb. Als je het de eerste keer alleen doet, pas toch heel hard op. Ja, het is warm. Het is kokend.

Speaker A:

Het spettert. Het spettert.

Speaker C:

Doe lange mouwen aan. Doe een schort aan. Want eens dat het begint te ploffen en te spetteren, en je hebt dan die kook, alleen om dat uit te scheppen of te gieten.

Speaker B:

Was dat niet bijna even warm als frietvet zelfs?

Speaker C:

Och ja. Die suiker kan heel warm worden.

Speaker B:

Ja, dat is toch.

Speaker C:

Maar het is wel een goed middeltje, die entrechter. Dat vond ik een heel goed, slim idee.

Speaker B:

En de niveaudetector, of hoe noemen we dat ding?

Speaker C:

Ja, de noia, wat je ziet. Dus eigenlijk met alle hulp.

Speaker B:

Gebruik al die dingen.

Speaker C:

Ja. Dat is toch, ja. Dat is belangrijk ook wel. Veiliger dan het gewoon uit de pot in de potje. Dat zou ik inderdaad ook niet doen. Zo doe ik het maar. Dat is te gevaarlijk.

Speaker B:

Maar hij zit hier nog levend, onze matjes.

Speaker C:

Ja, absoluut.

Speaker A:

En hij heeft zelfs nog crocs gemaakt voor de volgende aflevering.

Speaker B:

Inderdaad.

Speaker C:

Nee, jij hebt ze gebakken, Steven.

Speaker A:

Ik heb ze gebakken, jij hebt mij instructies gegeven. En er hing er nog eentje van bovenaan, maar dat kon door de kaas.

Speaker C:

We hadden er eigenlijk heel veel kaas op gelegd. En volgens mij hebben we er niet allemaal goed onder gevoefeld.

Speaker A:

Nee.

Speaker C:

Dus er was er wel zeker hoe van tussen gelopen en ook wat krokant gebakken, zal ik maar zeggen. Natuurlijk is dat allemaal heel lekker om mee op te eten. Ik vind dat wel. Ja, natuurlijk in dat zwaar.

Speaker B:

Zeg, en vond je dat moeilijkste? Die krok uit het machine gerissen?

Speaker A:

Mathias heeft dat gedaan, dus ik vond dat niet zo moeilijk.

Speaker C:

Gewoon bord ervoor en met je vorken. Maar als je er aan plakt, moet je toch wel even oppassen.

Speaker A:

Ja, pas op. Ik ben al eerder waarschijnlijk iemand die twee minuutjes afkoelt en dan ga ik het met de hand nemen.

Speaker C:

Ik zou dat ook met een overhandschoen durven eruit pakken.

Speaker B:

Ja, dat zou ik hier dan zeggen. Met een spatel daaronder gaat dat gemakkelijk gaan.

Speaker C:

Met wat voor hand er zo? Het ding was, het was anti-kleeflaag.

Speaker A:

Ah ja, ja.

Speaker C:

Die plakken daar in principe, als de kaas daar niet uit is uitgelopen, ja, ingemaand plafond zou ik maar zeggen, aan de bovenplaats.

Speaker B:

Het is vaak dat, want wij hadden eigenlijk bij ons op het internaat ook een krokmachine en ik wou dat toen altijd wel proberen als puur, maar zei van begin, doe dit niet want het plakt overal aan en het is gemakkelijk.

Speaker A:

Ik denk dat ik het vroeger met de hand wel gewoon deed.

Speaker B:

Ik ben er bijna zeker van.

Speaker A:

Dat ik het een beetje liet afkoelen en dat ik het dan zo deed.

Speaker B:

Want een krok is lekker hè?

Speaker A:

Ja, ja.

Speaker B:

Raps gemaakt, maar men verkoopt dat ook veel in cafeetjes enzo. Dus voilà.

Speaker A:

Het is toch een basis dat je moet hebben. Een kroks krijgen.

Speaker C:

Je kunt er nog zoveel varianten op maken.

Speaker B:

Maar de volgende was geen kroek.

Speaker A:

Nee, dat was de laatste.

Speaker C:

De laatste? Was de panna cotta?

Speaker A:

Ja, dat was een dessertje.

Speaker B:

Hebben we gezien?

Speaker C:

Weer al dessert voor de mama?

Speaker B:

Ja, ja, ja.

Speaker A:

We hebben dat samen gedaan. Was lekker. Ja, met een beetje ananas voor de gezonde mensen onder ons ook. Een vrij makkelijk dessertje vond ik dat.

Speaker B:

Gemakkelijk opgeraakt ook. Dat is ook niet te zwaar, vind ik. Want zo'n chocomousse, ik vind dat al zwaar.

Speaker C:

Het enige wat je ook altijd hebt, die gelatine. Elk merk is anders. Sommige blaadjes zijn sterkere. We hebben ook tips van poeder en zo.

Speaker A:

Wel ja, Feline zei dat tegen ons: je hebt ook gelatinepoeder. Dat wist ik eigenlijk ook niet. Dus dat is misschien ook nog wel een handige tip.

Speaker C:

Poeder zijn zakjes van 5 gram of zo. Dat is ook gemakkelijk omdat dat gemakkelijker oplost. Maar ja, dan nog, ik zeg het, als je het echt voor je gasten geeft, zou ik wel eerst een keer oefenen. Want in je latien kan echt heel veel verschil in zitten. Gewoon nog maar van merk tot merk. Dan staat er in een kookboek drie blaadjes of zo. En wel met één merk gaat gelukkig en met het ander niet. Daar zit echt heel veel verschil in.

Speaker B:

Was het veel smossen, Steven?

Speaker A:

Nee. Jawel, de room is toen overgekomen.

Speaker C:

Een beetje overgekomen.

Speaker A:

We waren over opnametoestellen bezig en plots kookte erop. We hebben die bloeper eropzettelijk ingevoerd. Omdat we dat ook wel eens mogen laten horen hoe het fout gaat. Of hoe het fout gaat, dat mag.

Speaker B:

Ik vroeg het vooral af voor. Je hebt waarschijnlijk ook nog wel wat suiker en zo dat je gebruikt hebt.

Speaker A:

Ik heb geprobeerd om die suiker mooi in de pot te gieten en uiteindelijk is dat wel gelukt. De room, dat zijn flesjes denk ik, of brikjes waren het. Dat is ook vrij goed gelukt. Uiteindelijk.

Speaker C:

Een beetje smossen kan geen kwaad.

Speaker A:

Een van die eerstokjes, die zaadjes daaruit schrapen, vond ik ook natuurlijk niet zo gemakkelijk. Je moet dat dan doormidden snijden. En dan moet je met een aardappelmesje, met het puntje ervan, de zaadjes eruit schrapen. En dan heb ik het ook gewoon in het mengsel gelegd, omdat ik dacht van dat gaat er zo ook wel min of meer uitgaan. Maar dat is misschien het moeilijkste van heel die zaak.

Speaker C:

Maar is dat essentieel, die stok?

Speaker A:

Ja, smaak.

Speaker B:

Dat geeft toch wel smaak.

Speaker C:

Tegenwoordig heb je toch ook vanille druppeltjes en zo.

Speaker A:

Ja, ik heb er gekregen van het madagaskar van iemand.

Speaker B:

Jij waart daar niet voor?

Speaker A:

Ze waren toch wel lekker hoor.

Speaker C:

De stokken zijn natuurlijk het allerlekkerste. Maar ja, als het te moeilijk is. Je kan extract gebruiken. Als jij zegt van je stok in tweeën en zo, ik vind dat gevaarlijk. Want zo'n stok is maar een heel dun dingetje. Het is ook niet perfect recht en zo.

Speaker B:

Maar je hebt vanille-extract of vanille-suiker ook?

Speaker A:

Vanille-suiker ook.

Speaker C:

Dat geeft wel minder smaak.

Speaker A:

Extract geeft ook veel smaak. Echt mee opletten dat er niet te veel bij komt.

Speaker C:

Dan moet maar een druppeltje of twee maximum.

Speaker A:

Een vanille stok heb je meer controle wat erin is.

Speaker C:

Dat is waar.

Speaker A:

Met extract is het toch altijd iets moeilijker.

Speaker C:

Ja, oké. Tenzij je het echt met een mesje plaatst.

Speaker B:

Ik denk als je het onder de knie hebt, is het rap gebeurd, want dat dessert was eigenlijk rap klaar, vond ik.

Speaker A:

Zeker, zeker.

Speaker B:

Dat was nu, dat alleen.

Speaker A:

En Matthias had me ook een trucje geleerd: een blik ananas. En dan zei Matthias mij ooit eens voor een ander recept. Je moet dan dat blikje open doen, uiteraard. En dan langs de kant altijd met je mes snijden. Zo rondom rond. En dan heb je mooie stukjes ananas.

Speaker C:

Gewoon die schijfjes er laten inzitten terwijl je ze snijdt.

Speaker A:

Ja, en dat wist ik dus niet.

Speaker B:

En rond dat blikje eigenlijk ronddraaien.

Speaker A:

Ja, en zo altijd aan de rand snijden.

Speaker B:

Maar het blikje is dan natuurlijk helemaal.

Speaker C:

Je steekt je mes in het midden, in het gaatje. En je snijdt dan naar de rand. Ja, zoiets.

Speaker A:

Dan heb je stukjes. Ik kan ook gewoon die ringen daaruit halen en zo trekken van elkaar. Dat heb ik toen volgens mij wel gedaan. Er zijn dus nog betere.

Speaker B:

Ja, voilà. Het is weer. Ja, ja. Soms mogen ze blij zijn dat ze niet zien hoe dat doen.

Speaker A:

Ja, en we weten ook waarom we niet gefilmd willen worden. Ja, ja.

Speaker B:

Goed, maar dat is eigenlijk wel het allerlaatste gerecht geweest, heren.

Speaker C:

Misschien iedereen nog eens herinneren: als er suggesties zijn, vragen, feedback, het mag altijd.

Speaker A:

Blaamproef at gmail.com. We hebben ook wel eens de opmerking gekregen: ja, mannen, het is toch wel vrij simpel. Of heel eenvoudig, maar dat is de bedoeling. En we gaan, denk ik, mannen.

Speaker C:

Steeds moeilijker.

Speaker A:

Steeds moeilijker. Dus we gaan, denk ik, ook het concept een beetje loslaten van makkelijk naar moeilijk. We gaan nu de komende afleveringen het een beetje mengen. Zo'n beetje makkelijker en moeilijker terug.

Speaker C:

Want om een duur weten wij ook niet meer: hebben we die puree nu al eens uitgelegd of niet? Of gaan we dat al op voorhand uitzenden of niet? En om een duur weten we het niet meer.

Speaker A:

Want we hebben ook nog afleveringen van zes, zeven maanden geleden, dan nog van twee, drie maanden, dan nog van twee weken geleden.

Speaker B:

De oudste is zes, zeven maanden.

Speaker A:

Ja, dat zal zoiets zijn.

Speaker C:

Een jaar, denk ik.

Speaker A:

Een jaar, dat zou echt wel kunnen. Op den duur weten wij ook niet meer als we aan deze aflevering, als we nu eentje zouden opnemen, van wat hebben we nu al uitgelegd, wat hebben we al uitgezonden, wat hebben we nog niet uitgezonden. Dus het moet voor ons ook een beetje logisch blijven. Dus we gaan vanaf nu een beetje de structuur van makkelijk en moeilijk loslaten en het een beetje mengen en misschien ook naar gelang het seizoen. Als je bijvoorbeeld witloof maakt, dan ga je dat uitzenden in de winter bijvoorbeeld, omdat het dan seizoen is. Rekening mee houden.

Speaker C:

Ja, gelijk als asperges. Ja, die kunnen we nu uitzenden, maar daar heeft niemand iets aan. Nee, voilà.

Speaker A:

Het is nu zomer. En we hebben nog een aantal leuke specials ook die we gaan opnemen en die we ook al opgenomen hebben. Dus blijf ons zeker.

Speaker C:

De Messen-special is er ook nog tussen gekomen. Ja, daar hebben we niet echt iets over gehoord.

Speaker A:

Nee, daar hebben we niets over gehoord. Ik vond dat ook zelf niet zo makkelijk voor mezelf. Dat was met jou, Matthias, dat ik dat heb gedaan. Heb je daar zelf nog iets over te zeggen? Jussie, je hebt het misschien ook gehoord.

Speaker C:

Ik had het ook onderschat dat het zo moeilijk is om uit te leggen.

Speaker B:

Ja, maar dat is dat altijd. Dikwijls is het spiergeheugen op den duur.

Speaker C:

Het was makkelijker om nadien aan Jussie te tonen hoe je je hand houdt dan dat je het op de podcast moet uitleggen.

Speaker B:

Ja, want ik was wel mee. Ik heb daar veel uit geleerd, want ik snij effectief ook mijn groenten helemaal anders nu. Dus dat is wel fijn. En ik denk dat je daar ook. Je moet durven gewoon soms aan iemand vragen die het...

Speaker C:

En heb je al een groot chefsmes aangekocht? Ja, ja toch.

Speaker A:

Jusri, jij stelde mij toch ook de vraag of... Heb jij liever een klein mesje dan een groot mes?

Speaker B:

Daar wordt veel over gediscussieerd.

Speaker A:

Een vriend van ons zei ook een klein mes. Jij zei een groot, nog iemand anders zei ook een groot. Dus daar wordt heel veel over gediscussieerd.

Speaker B:

Maar ik vind zo'n patatenmesje daar mee groen, ik snap het niet.

Speaker A:

Ja, ik kan het wel.

Speaker C:

Ik heb het liever. Ik kan het ook niet.

Speaker A:

Meer controle erover vind ik dan.

Speaker B:

Ik kan dat ook, maar ik vind dat gewoon niet handig. Ik vind het gewoon gemakkelijker als je dan zo het grote mes hebt. Gewoon rapper en je hebt dan minder schrik. Maar dat is ieder voor zich.

Speaker C:

Als iemand daar nog feedback op heeft, mag dat.

Speaker B:

Ja, laat het ons weten, want we nemen dit ook op om van jullie te leren.

Speaker A:

Ja, absoluut. We krijgen soms ook wel tips.

Speaker B:

Heel tof, heel tof. Goed, maar ik denk dat we er wel zijn. Ik denk dat we de podcast kunnen afronden.

Speaker A:

Blijf ons in de gaten houden. Heel erg bedankt.

Speaker C:

En tot de volgende Blind Proof!

We zijn alweer tien afleveringen verder, en dus is het opnieuw tijd om terug te blikken op onze kookprestaties. Wat was er zo uitdagend aan het maken van vegan chocolademousse, en hoe krijg je een croque makkelijker uit de machine? Wat maakte onze podcast over de rijstkoker zo speciaal, en bakken we fishsticks ondertussen liever in de pan of toch in de airfryer?

Ook jullie zaten niet stil. Zo kregen we handige tips over het gebruik van gelatine en een leuke aanvulling op onze manier om zalmfilet klaar te maken. Daarnaast beantwoorden we opnieuw enkele van jullie vragen. Hoeveel aardappelen heb je bijvoorbeeld nodig voor aardappelpuree, en welke messen zijn het handigst om groenten te snijden?

Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.

[email protected]

Find out more at https://blindproef.pinecast.co