Blind Proef
Een podcast over koken met een visuele beperking
1 day ago

Snijtechnieken en mesonderhoud

Matthias legt zijn snijplank klaar en neemt ons mee in zijn manier van werken. Aan de hand van een ui toont hij hoe hij groentjes veilig en vlot snijdt, zonder dat je vingers in de gevarenzone belanden. Je krijgt praktische tips & tricks om met meer vertrouwen te snijden, en we duiken ook even in het onderhoud van het mes aan de hand van een slijpstok en een slijpsteen.

Transcript
Speaker A:

Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe podcast van Blind Proof. En ik sta hier met Mathias weer. Dag Mathias.

Speaker B:

Hallo, dag iedereen.

Speaker A:

We gaan een special opnemen vandaag. Je gaat iets tonen over snijplanken en snijtechnieken, dacht ik.

Speaker B:

Ja, ik ga een beetje uitleggen hoe ik mijn groentjes en andere dingen allemaal snijd. Gewoon in het algemeen. Ik ga dat gewoon demonstreren met een ajuin, een ui. Dus... Steven, ik heb hier een paar dingen klaargelegd.

Speaker A:

Ik ga ze even voelen.

Speaker B:

Het eerste is mijn snijplank.

Speaker A:

De snijplank, die ken ik.

Speaker B:

Dat is een grote houten snijplank. Deze komt uit de Ikea. Ik hou wel van hout. Je hebt ook glazen, plastieken. Dat glas is zo hard, daar gaan je messen onmiddellijk bot van zijn. Plastiek, dat ziet heel snel vies. Deze snijplank is nu acht of negen jaar, denk ik, en daar is nog niets aan te zien.

Speaker A:

Ik wil ook een groot... Een grootje.

Speaker B:

Als je je vlees snijdt, komt er bloed uit en loopt dat niet op de grond. Ik hou ook van grote snijplankjes. Je hebt daar ruimte mee. Dat ding weegt. Het schuift ook niet. Hoe groot? Dat is iets van 60 op 40, denk ik. Zoiets zal het zijn. Stel dat je een plank hebt die schuift. Wat kun je dan doen? Gewoon een klammige, vochtige doek daaronder leggen. Dus je maakt dat nat, je wringt dat uit. Je legt dat onder je snijplank en dan gaat je snijplank niet meer verschuiven.

Speaker A:

Ja, oké.

Speaker B:

Maar mijn plank is zo zwaar en die verschuift eigenlijk nooit. Dus ik ga het nu niet doen. Wat heb ik nog? Eerst even, ik ga het u geven. Dat is mijn zwaard.

Speaker A:

Dat is stevig. Oei, is dat een mes?

Speaker B:

Nee, dat is een wetsdok.

Speaker A:

Een wetsdok?

Speaker B:

Een wetsdok.

Speaker A:

Een wetsdok, ja.

Speaker B:

Hoe ziet dat eruit? Dat is een handvat. Daarvoor heb je een pommel, denk ik dat dat heet, zodat je met je mes niet in je handen kunt snijden. En daarvoor is een ronde staaf met groefjes in. Meestal is die van diamant. Allee, van diamant laag je daarop. En je mag het even toegeven, Steven. Dat is eigenlijk om een braampje van jouw mes er terug af te slijpen. Dat is niet echt om je mes helemaal te slijpen, maar dat is maar om het braampje dat je krijgt van het snijden weg te nemen. En door enkel dat te doen, maakt je mes al onmiddellijk heel veel scherper. Nu, de lengte. Het is ongeveer iets van 30 centimeter. 40 vind ik voor mij te lang. Iets van 10 of 20 centimeter kun je er ook weinig mee doen. Dus ik heb hier mijn klein mesje vast. Ik zou zeggen, je haalt daar gewoon een aantal keer... Je kan het op twee manieren. Ofwel ga je van jouw weg slijpen. Ofwel naar jou toe. Dat is een beetje zoals een lucifer aansteken. Je kunt dat naar je toe trekken of je kunt het van je weg duwen. En wat doe ik? Meestal een aantal keer dezelfde kant. Dus 1, 2, 3. Dan de andere kant. 1, 2, 3. Normaal gezien moet je dat afwisselen toen.

Speaker A:

En wat is dan de juiste bedoeling daarvan?

Speaker B:

Je haalt je mes daar tegen, je houdt je mes onder een lichte hoek en dan gaat het braampje van onder van jouw snijvlak eraf.

Speaker A:

Oké, ja.

Speaker B:

En dat maakt jouw mes heel veel scherper. Natuurlijk...

Speaker A:

Maar je merkt dat eigenlijk. Het is veilig, het is veilig.

Speaker B:

Ja, jouw hand zit hier achter je bonnen en als je het zeker met het snijvlak van jou weg doet, ja, dan, zolang dat er niemand voor je staat, zou ik maar zeggen, kan er weinig gebeuren.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Zit je daar niet zo met je vertrouwd, doe dat dan gewoon zo. Even traag of zo. Je moet daar nog niet gelijk een zwaardvechter aan doen. Maar dat is het. Je moet daar een beetje gewoon mee worden. Maar zo'n slijpstok kost niet veel eigenlijk. En dat maakt je messen wel heel veel scherper. Natuurlijk, na een tijd gaan je messen toch botter en botter worden. En voor dat heb ik mijn wet stenen. Ik ga het u geven.

Speaker A:

Ja, dat is een wit steen en daar kan je dus mee slijpen.

Speaker B:

Ja, dat is echt het slijpen. Nu, deze heeft twee fijnheden, want het is eigenlijk een poreuze steen. Dat wordt uitgedrukt in porie per centimeter of zo, weet ik veel.

Speaker A:

Ik voel een ruwe kant en een gladdere kant. Er is een gladdere kant.

Speaker B:

Dus je begint met de ruwste kant en daarna ga je over de gladde kant. Deze steen... Een rechthoek, hè? Ja, een rechthoek. Je kunt dat in je hand doen, maar ik zou het niet aanraden. Ik zou ook aanraden... Deze is eigenlijk heel klein. Voor een klein mesje gaat dat goed, maar ik is even stevig. Dus oké. Ik begin de ruwe kant, van boven. En dan doe ik ook mijn mes daar gewoon... Een paar keer de ene kant en dan in de andere richting. Dat is voor mij moeilijk, want ik ben rechtshandig.

Speaker A:

Een paar keer is dan genoeg? Hoeveel keer moet je dat ongeveer doen?

Speaker B:

Als ik dat echt slijp, dan ben ik wel een half uur bezig.

Speaker A:

Ah ja, oké. Ik dacht het al.

Speaker B:

Omdat deze steen... Zelfs de ruwste kant is nog niet superruw. Het is eigenlijk fijn en nog fijner. Daarmee ben ik er wel heel lang mee bezig. Je moet je tijd ervoor pakken. Ah, dat ben ik nog vergeten te zeggen. Je moet je steen in het water eerst een uurtje leggen, zodat die poren dus vol met water komen te zitten. Kun je het eens voelen, Steven? Voel nu eens over een ruwe oppervlak. Je voelt er al een paar korreltjes op liggen, eigenlijk.

Speaker A:

Ja, een beetje zandkorreltjes.

Speaker B:

Dat is al het veilsel van dit mes. En wat je dan ook doet aan je mes is, je voelt langs welke kant zit er nog een braampje. Die kant slijp je dan. Je doet dat een tijdje met de grove kant. Nadien verander je naar de... Fijnere kant. En dan op het einde moet je natuurlijk afwisselen. En dan, als je dat allemaal gedaan hebt, dan pak je nog eens je wetsok voor het allerlaatste. En dan is je mes terug tiptop in vorm, zal ik maar zeggen. Maar goed, ik heb dit mesje nu geslepen. Een klein mesje gebruik ik meestal in de hand. Dus ik ga nu mijn naaien pellen. Een paar technieken bijvoorbeeld. Ik zet mijn duim tegen de punt. Die punt duw ik in het looftopje. En dan zet ik mijn duim op het topje en ik draai met mijn ajuin terwijl het puntje daar een klein beetje in zit. En ik draai en zo maak ik een cirkeltje en dat topje is eraf.

Speaker A:

Ja, oké. Het kroontje... Het loof...

Speaker B:

Het is een nieuw putje geworden. Een klein putje door mijn mes een cirkel te draaien.

Speaker A:

Ja, het kopje eigenlijk. Nu ga je misschien het kontje ook nog doen.

Speaker B:

Het kontje snijd ik gewoon. Het is een goeie truc, want dat

Speaker A:

had ik zelf nog nooit gedaan zoals jij het nu doet.

Speaker B:

Zo doe ik bijvoorbeeld tomaten of waar je zo'n kroontje af doet. Je zet gewoon je duim op het kroontje. En dan draai je ermee met dat puntje ongeveer een halve centimeter erin. Je moet dat natuurlijk allemaal een beetje oefenen. Ik ga nu gewoon de buitenste pijl eraf doen.

Speaker A:

Dat is gewoon pellen.

Speaker B:

Ik leg mijn ajuin op de plank. Ik ga mijn snijplak wegdoen. En dan pak ik mijn grotere mes. Dat ligt op een aparte plek in mijn kast. Want die is 20 centimeter. Wat doe ik dan? Dat is een groot chefsmes, zou ik maar zeggen. Als ik iets doe op mijn snijplank, gebruik ik meestal deze. Hoe snij ik mijn ajuin? Ik zeg het, ik maak eerst een bruggetje met mijn duim en mijn wijsvinger. Neem ik dus die ajuin vast, terwijl die hierop ligt. Mijn mes zet ik in mijn handpalm. En dan weet ik, als ik nu snij, dan zijn het twee even grote stukken.

Speaker A:

Omdat je dat bruggetje ook hebt.

Speaker B:

Omdat ik dat bruggetje heb. En mijn hand zit helemaal uit de weg. Het kan nooit in mijn vinger zijn. Dan leg ik mijn ajuin plat. Want ik heb nu twee mooie helften. Wat doe ik dan? Even nadenken.

Speaker A:

Ringetjes of niet?

Speaker B:

Ik hou weer het bruggetje. Maar nu snijd ik, terwijl ik het vasthoud, snijd ik van de bovenkant eerst een sneetje. Wat doe ik dan? Ik gebruik mijn wijsvinger om het tegen te houden, terwijl ik mijn mes omhoog... Snap je? Dus ik haal mijn mes omhoog, terwijl ik het stukje ajan vasthoud, dan schuift het niet weg. Ik gebruik mijn wijsvinger om het Een paar millimeter op te schuiven. En ik snijd terug. En ik houd weer vast. Ga weer naar boven. Ik schuif weer een paar millimeter op. Ik kan dat perfect voelen met mijn wijsvinger. En ik snijd terug. En mijn andere vingers zorgen dat die andere stukjes op hun plaats blijven.

Speaker A:

Ja, want die wil hij daarna nog

Speaker B:

allemaal in zijn geheel. Dus ik ga een paar millimeter op, zo. Ik voel dat met mijn vinger. Maar ik zit met mijn vinger niet onder het mes, tegen het mes. En ik voel natuurlijk wat mijn laatste snee is geweest.

Speaker A:

Dus zo ben ik gebleven.

Speaker B:

En omdat ik dus dat bruggetje, met dat bruggetje heb ik die ajuin. nog gewoon perfect op zijn plaats gehouden, snap je?

Speaker A:

Ja, want ik doe het ook, maar ik zou het niet zo kunnen uitleggen als jij het doet.

Speaker B:

Wat doe ik nu? Ik houd nog steeds die ajan vast. Maar ik draai mijn vingers... Ja. Nu gebruik ik mijn pink en mijn duim om de ajuin op zijn plaats te houden.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Mijn vingers zet ik een beetje naar achter en mijn mes heb ik een kwart gedraaid.

Speaker A:

Ja, want je wilt het anders gaan snijden.

Speaker B:

Want ik wil het anders snijden, maar nu snij ik het gewoon. Als het nu uit elkaar valt, dan maak ik het niet uit.

Speaker A:

Nee, want dan is het klein genoeg.

Speaker B:

Dus nu zet ik mijn mes tegen mijn vingerkootjes en ik snij en ik beweeg gewoon mijn vingerkootjes een beetje naar achter en ik snij de tweede keer.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Snap je?

Speaker A:

Ik doe het ongeveer ook zo.

Speaker B:

Maar het belangrijkste is, jouw duim en jouw pink mogen niet voor jouw vingerkootjes komen. Die moeten er altijd achter blijven. Jouw vingers moeten ook een beetje naar achter gekanteld zijn, zodat je nooit in je vingers kan snijden. En het laatste, dan is het zal ik maar zeggen in de lengte langer dan dat die recht staat. Dan kantel ik hem gewoon om en dan doe ik dat stukje zo.

Speaker A:

Hou jij je vingers gebogen? Ja, want dat is wel een aanrader.

Speaker B:

Stel, ik heb mijn ajuinstukjes hier liggen. Ze zijn nog niet super fijn genoeg. Wat doe ik dan? Ik veeg dat allemaal een beetje bij elkaar. Ik zet mijn linkerhand op mijn punt, de punt naar voren, en dan ga ik gewoon als een wire er nog eens door versnipperen.

Speaker A:

Dus je pakt die allemaal in elkaar?

Speaker B:

Ja. En ik doe gewoon omhoog omlaag, omhoog omlaag. Dan ben ik van links naar rechts geweest. Nu zet ik mijn punt links en ik ga gewoon nog eens van boven naar onder. Zo kun je heel veel dingen... En hoe langer je dat doet, hoe kleiner het wordt. Ik denk dat dit al fijn genoeg gaat zijn. We gaan dat zo straks voor ons gerecht gebruiken. Maar ja, vooral met jouw vingerkootjes naar achter gaan bij bijvoorbeeld wortelen of zo, bij langwerperige dingen, is dat hoe ik het meestal doe. En ik gebruik ook meestal mijn mes om mijn groentjes bij elkaar te vegen. En dan schaar ik het gewoon met het mes en het blad. Dan kan ik het opheffen, want ik doe tegen mijn linkerhand al mijn ajuin. En met het mes kan je alles oprapen, zal ik maar zeggen. En zo heb ik alles opgehoven van mijn... Er zullen misschien nog een paar korreltjes liggen. Maar in principe heb ik nu die volledige ajuin in mijn hand. Ik ben alleen nog vergeten de pot te pakken. Maar goed, dat zijn zo'n paar kleine mesjes in de hand. Een groot mes. Ja, zelfs als ik een teentje lood snijd, doe ik dat al zo. Dat bruggetje. En vooral ook om jouw ajuin samen te houden, want dat is het moeilijke. Als je bijvoorbeeld een tomaat snijdt en je gaat met je mes omhoog, dan kleeft die tomaat eraan. Dus je moet dat dan met je vinger tegen je mes... tegenhouden zodat die op jouw plank blijft liggen. Ja. En anders valt het uit elkaar. En als dat uit elkaar valt, ja, dan kun je het in een paar stukken gaan doen.

Speaker A:

Ja, ja, ja.

Speaker B:

Kijk, ik ga het even terug op mijn plank leggen.

Speaker A:

Je moet het overzicht blijven behouden en...

Speaker B:

Ja, en ik heb natuurlijk ook een grote plank, dus ik ga hier niet gemakkelijk iets afsmossen. Dat is ook een groot voordeel.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Ja, dat waren een paar dingen die ik over de snijtechnieken wou vertellen. En we gaan dat stukje ajuin hier straks in een volgend gerechtje gebruiken.

Speaker A:

Absoluut. Oké? Oké Matthias, dankjewel voor de uitleg. Het was heel interessant denk ik, want het is niet altijd makkelijk om dingen uit te krijgen.

Speaker B:

Nee, het is moeilijk. Ik had het ook makkelijker verwacht dan toen ik het moest uitleggen.

Speaker A:

Ja, ja, ja. Maar ik denk dat we het wel begrepen hebben. En ik zou zeggen, tot de volgende Blind Proof!

Matthias legt zijn snijplank klaar en neemt ons mee in zijn manier van werken. Aan de hand van een ui toont hij hoe hij groentjes veilig en vlot snijdt, zonder dat je vingers in de gevarenzone belanden. Je krijgt praktische tips & tricks om met meer vertrouwen te snijden, en we duiken ook even in het onderhoud van het mes aan de hand van een slijpstok en een slijpsteen.

Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.

[email protected]

Find out more at https://blindproef.pinecast.co