Vegan chocolademousse
Chocolademousse maken zonder eieren te splitsen? Dat klinkt verdacht gemakkelijk. Maar Eline toont dat het kan door te kiezen voor een vegan versie, waarbij we room vervangen door kokosmelk, en suiker door agavensiroop. Het resultaat is een romige en luchtige mousse die simpel is om te maken en feestelijk genoeg is om mee uit te pakken. benodigdheden: 200 gram pure chocolade een blik kokosmelk (waarvan je enkel het niet-vloeibare deel nodig hebt agavensiroop chocoladeschilfers (optioneel)

Transcript
Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe podcast van Blind Proof. Ik sta hier samen met Eline en Matthews Rie. Hallo.
Speaker B:Hallo.
Speaker A:En het is de beurt aan Eline vandaag. Eline, wat ga jij voor ons maken?
Speaker B:Ik ga vandaag iets speciaals maken. Proberen maken. Ik ga vegan chocomousse maken.
Speaker A:Ja, want chocomousse hebben we allemaal... Wij toch al eens allemaal gemaakt, denk ik. Dat is niet zo evident. Chocomousse, daar moet je eitjes voor opkloppen, het wit, het geel scheiden. Je hebt er room voor nodig. Maar dat gaan we dus niet doen, want het is vegan, dus het is ook...
Speaker B:Dat is eigenlijk ook vooral om die eitjes te omzeilen. Dat ik dacht, misschien heb ik geen chocomoes.
Speaker A:En het is zwarte chocolade, dus dat is sowieso vegan, dacht ik. En je hebt dus ook kokosmelk bij.
Speaker B:Ja, kokosmelk, ja.
Speaker A:Want als het gewone melk zou zijn, zou het natuurlijk geen vegan meer zijn.
Speaker B:En dan als zoetstof heb ik agavensiroop.
Speaker A:Dus ook geen suiker?
Speaker B:Ik dacht dat het argavens hierop was, met een R, maar het is zonder
Speaker A:R. Oké, argavens hierop. Ik ben aan het denken... Room, hoe los je dat dan op?
Speaker B:Wel, de kokosmelk.
Speaker A:Dat is de room. Oké, dat is waar, want ik was vergeten dat je er geen melk bij doet. Misschien is het room. Inderdaad, dat is dan kokosmelk. Eline, wat gaan we doen? Hoe wil je het doen vandaag?
Speaker B:Stapje voor stapje.
Speaker A:Ja?
Speaker B:Ja.
Speaker A:En wat is het eerste stapje dan?
Speaker B:Ja, als eerste gaan we dus... We hebben 200 gram pure chocolade. Dus ik heb... Het beste is minimum 70% cacao.
Speaker A:Dat is zeer pure chocolade, inderdaad.
Speaker B:Ik heb de rest al even geproefd en het is wel bitter.
Speaker A:Ja, je is al bijna op.
Speaker C:Ze kon niet stoppen.
Speaker B:Oké, we gaan dus de chocolade breken in een kommetje.
Speaker A:Dus 200 gram. In zo'n pak zit 250, dus je hebt al 50 gram veroordeeld.
Speaker C:Ik denk dat het zo is, anders zou ze het afwegen.
Speaker B:Dus ik heb nu twee pakjes van 100 gram.
Speaker A:Oké, oké.
Speaker B:En je kunt ook pakjes direct van 200 gram kopen.
Speaker A:En dus je breekt die nu in stukjes, die chocolade, maar je doet dat nu in een kommetje en dan moet je die gaan smelten. Je kan dat ook bij Marie doen. Dat is dat je dat eigenlijk verwarmt in een pannetje.
Speaker B:De pannetje baat eigenlijk in het water.
Speaker C:Ligt dat er dan eigenlijk in, of leg je het dan meer schuin, of hoe moet ik me dat voorstellen?
Speaker A:Dus je hebt een grote pot... Ja, dus je legt eigenlijk een pannetje in het water en dat drijft dan uiteraard boven en met de onderkant ligt dat in het water en zo smelt die chocolade. Dus zo zou je het kunnen doen. Even snel in de microgolf doen, maar niet te snel.
Speaker C:Merk je dat? Omdat je zegt, waarom zou je het een of het ander doen?
Speaker A:Omdat Obamary trager gaat dan in de microgolf. Je moet zien dat je het niet te lang in de microgolf zet, anders kan het aanbranden, om het zo te zeggen. Dus je moet daar, als je dat in de microgolf zet, Ik weet niet of jij dat al veel gedaan hebt, maar ik doe dat dan met een lepel in. Men zegt dat je dat niet doet, maar voor even kan dat helemaal geen kwaadst. En dan kan het er ook niet overkoken als het te fel zou zijn. Je kan dan ook met je lepel eens roeren in de chocola, omdat die dan gelijk terugverdeeld is en dat het dan niet te veel aanbrandt. Het is niet echt aanbranden, Dus het
Speaker C:is waarschijnlijk ook een beetje gemakkelijker?
Speaker A:Het is gemakkelijker, ja.
Speaker C:Je deed het eerst bij Marie en nu doe je het de hele tijd?
Speaker A:Dat hangt ervan af hoeveel tijd ik heb. Als ik veel tijd heb, dan durf ik het wel eens bij Marie te doen, omdat dat natuurlijk een zachter smeltproces is.
Speaker B:Ik verkies zelf wel... Dat er? Of bij Marie? Omdat in een microgolf, als je de kans hebt dat je chocola sneller gaat aanbranden.
Speaker C:Dat wil ik dus ook net zeggen.
Speaker A:En daarom dat je er best bij blijft als je dat doet. En dat je dan om de 10-20 seconden iets roelt. En zo lang gaat het ook niet duren eerder die dan gesmolten is.
Speaker C:Dus ja... Je kan altijd het deurtje open en dicht doen.
Speaker A:Voila. Maar nu doen we het even zo, omdat ik me wel kan inbeelden dat het voor de mensen in de microwalfel iets sneller gaat.
Speaker B:Ik zal je direct het afval geven. Dan is dat uit de weg.
Speaker A:Nog iets.
Speaker C:Ik ruik zelfs chocolade.
Speaker A:Zo. En dan mag je mij het commentje geven, Eline, met de chocola. Dankjewel.
Speaker B:Je gaat er dan af en toe eens in roeren.
Speaker A:Ik ga even een klein lepeltje nemen in de schuif. Ik zet hem hier even in de microfoon. Of de magnetron. En je hoort hem al zo'n klein beetje splinteren. Dus ik ga al eens kijken. Hij is natuurlijk nog niet goed, maar hij begint al onderaan te smelten. En het ruikt al lekker.
Speaker C:Dus jij doet dan echt zo onder tien seconden open dat deurtje?
Speaker A:Ja, of tien, vijftig seconden.
Speaker C:En dan ga je het open doen, dan ga je roeren?
Speaker A:Ja.
Speaker C:Dus je bent daar in totaal toch wel ongeveer drie minuten mee bezig of zo?
Speaker A:Ja, ik denk... Twee, drie, twee...
Speaker C:Anderhalve minuut misschien.
Speaker A:Ik zal het hier zetten. Je mag jezelf voelen even of het... Goed genoeg, de lepel zit er nog in. Ik denk dat het wel oké is.
Speaker B:Ja. Ideaal. Oké.
Speaker A:En Eline, laat je die nu afkoelen voor je daar iets mee doet of niet?
Speaker B:Ja, die gaat sowieso nu wel wat afkoelen, maar dat maakt niet uit. Oké. Dus we hebben hier een blik kokosmelk.
Speaker A:Dat is van een klipje, heb ik gevoeld. Altijd voor ons toch, als je niet goed met een blikopener kan werken, blikken met een klipje kopen.
Speaker C:Ik heb het niet voor blikopeners.
Speaker A:Nee, ik ook niet.
Speaker C:Het gaat wel, maar je moet echt weten hoe je het er... Met de elektronica zou ik zeggen dat het een beetje gemakkelijker is, maar het klipje is het beste.
Speaker B:Ik heb de kokosmelk in de koelkast gezet, om die te laten opstijven. Zou ik een lepel mogen steven?
Speaker A:Ik heb jou ook een beker gegeven om die erin te doen.
Speaker B:Ja. Dus het ding... De bedoeling dat de kokosmelk in de koud moest staan, is dat dan het roomgedeelte eigenlijk naar boven komt. Dus ik ga nu die stijve room eruit scheppen. En dan blijft het vloeibare deel over. En dat hebben we dan niet nodig. Dus ik ga het... Allee, de room eigenlijk gewoon gebruiken?
Speaker A:Ja. Dus die ligt dan bovenaan?
Speaker B:Die ligt bovenaan.
Speaker A:Oké. En de onderste mogen we gewoon uittrinken dan?
Speaker B:Jij mag dat uittrinken van mij. Je kunt dat voor andere dingen gebruiken,
Speaker A:maar... Dus je bent aan het scheppen nu?
Speaker C:Vind je dat iets lastig? Omdat je ook een beetje een plak doet. Of heb je daar een bepaald trucje voor dat je aan de mensen kan vertellen?
Speaker B:Hij doet dat gewoon met een lepel.
Speaker C:En er niet van eten, natuurlijk.
Speaker B:En dan laat je het onderste deel best in het blik, omdat dat waarschijnlijk te vloeibar gaat zijn.
Speaker A:Oké.
Speaker B:Maar nu hebben we toch een mooie... Allee, een mooie portie room, denk ik. Om dan te proberen op te kloppen.
Speaker A:Dat ga je doen met een klopper of met een mixer?
Speaker B:Ik ben voorstander van mixen. De mixer gebruiken. Maar Yuzuri is kandidaat.
Speaker C:Ik zal het wel doen.
Speaker A:We gaan hem mijn keuken laten volspatten.
Speaker C:Dat zal meevallen.
Speaker A:Afhankelijk...
Speaker C:Ik heb hier ook een recorder.
Speaker A:Ik geef die maar aan mij. Ik hoop dat mijn keuken het houdt.
Speaker C:We gaan ons best doen. Waar kan ik die komen vinden?
Speaker A:Yuzi, wacht. Je bent aan het kloppen, Justry. Dat gaat goed.
Speaker C:Ik bedoel, dat is best stijver.
Speaker A:Ik hoor dat die al wat stijver wordt, de room, denk ik. Het is al minder aan het vloeibaar worden, ik hoor dat al. Wat zegt het, Justry? Zeg het eens.
Speaker C:Ik ga nog een beetje doordoen, maar ik heb weer ook niet zoveel ruimte in de beker.
Speaker A:Je klopt dus de lucht in van boven naar onder. Dat is het principe van opkloppen. Je maakt draaiende bewegingen.
Speaker C:Draaiende bewegingen, zo goed als mogelijk in deze maatbeker.
Speaker A:Bij chocomousse moet room lobbig zijn. Het mag niet te dik zijn. Luchtig en luchtig. Het is gelukt. Je hebt flink je best gedaan.
Speaker C:Ik ben wel een beetje moe, maar...
Speaker A:Ik hoor het. Je bent aan het hijgen. Maar stop er maar mee, het is goed.
Speaker C:Ik ga het aan jou geven, want ik heb mijn job gedaan voor deze podcast, denk ik. Alsjeblieft.
Speaker B:Dank je wel. Dank u. Amai, het is echt... Ja,
Speaker C:ik heb echt mijn best gedaan.
Speaker A:Eline, wat gaan we nu doen? We hebben de room opgeklopt, de chocola laten smelten. Wat gaan we nu doen? Gaan we dat mengen?
Speaker B:Uiteraard.
Speaker A:Ik bedoel, de kokosmelk uiteraard, maar ik zeg nog altijd room uit een beetje gewoonte.
Speaker B:Gaan we dat mengen? We gaan nu de chocolade bij de room gieten.
Speaker A:Je kan dat in een schaal doen, je kan dat in een beker doen. Dat moet je zelf zien. Het beste is, je moet natuurlijk zien dat die beker of die schaal in je frigo kan, want dat moet straks wel opstijven. Je moet genoeg plaats hebben. Misschien kan je dat op de bovenste plank van je frigo zetten, want die is het ruimste. Of in de deur, als het een beker is. Dus Eline, je hebt nu de chocolade erin gedaan. Nu de room erbij. Je bent goed aan het mengen, Eline. Ja, je hebt alles gemengd, de room en de chocola. Wat moet er nog bij? Moet er nog iets bij of niet? Die siroop misschien nog wel.
Speaker B:Ja, nu gaan we de agave-siroop erbij doen.
Speaker A:Is dat vloeibaar of is dat...
Speaker B:Dat is eigenlijk een beetje vergelijkbaar met honing, maar honing is eigenlijk niet vegan. Dat is door de bijtjes gemaakt. Dus ja, en agave... Hij komt van de agaveboom, zeker?
Speaker A:Dus Eline, die siroop moet er dus nog bij nu. Dat is ook wel vrij vast, dus je gaat dat dan met elkaar mengen, dus de roomchocolade met de siroop, en dan is hij klaar, of vergis ik mij.
Speaker B:En dan... Ja, moet er nog een
Speaker A:beetje chocoladeschild... Ah ja, dat is versiering, hè.
Speaker B:Dus je gaat er een beetje in knijpen.
Speaker A:Hoeveel doe je daarin nu? Heb je daar een idee van hoeveel? Of ook qua smaak?
Speaker B:Een beetje persoonlijke smaak. Het is ook wel zoet, natuurlijk. Dus als je liever nog een beetje pure chocoladesmaak... Als je het zo wat zoeter wilt... Het is ook veel gezonder dan suiker.
Speaker A:Ja, absoluut.
Speaker B:Dus ik... Ik ga dat daar nu onder doen.
Speaker A:En dan moet dat straks in de frigo?
Speaker B:Ja, dat moet straks eventjes... Een beetje opstijven.
Speaker A:En dan is ze klaar.
Speaker B:In de koelkast staat nog een potje chocoladeschilfjes.
Speaker A:Ga je die er nu al op doen?
Speaker B:Die mogen er al onder op zitten.
Speaker A:Ah ja, oké. Je moet dat zo doen. Ja, oké.
Speaker B:Maar dat is ook weer een persoonlijke smaak. Je kunt dat er ook gewoon op strooien.
Speaker A:Ja, van boven en gewoon. Dat zal het niet zijn. Een rond potje zie ik hier staan.
Speaker B:Ja, inderdaad. Dat zijn ook pure... Pure chocoladeschilfers. Je hebt ook mijn melkschokolade. Maar die hadden ze niet vandaag.
Speaker C:Oké.
Speaker A:Maar we zijn toch met pure chocolade bezig. Dat moeten we erin blijven. Dus, Eline... Je bent heel rijkelijk nu met de chocoladeschilfers. Maar wij lusten allemaal graag chocolade, dus dat maakt niet uit.
Speaker C:Bij de les blijven. Je bent weer aan het proeven.
Speaker B:Een goeie kok moet proeven.
Speaker A:Dat is zo waar. Heb je het potje er helemaal onder gedaan, of niet? Oké. Dan mag je straks...
Speaker B:Er zal zeker voldoende chocolade inzitten.
Speaker C:Dat vind ik niet anders.
Speaker A:Er is al heel veel room of melk, kokosmelk.
Speaker B:Ja, ja. Inderdaad.
Speaker A:Het gaat lekker zijn, denk ik. Want veel werk heb je er niet meer aan. Je moet het gewoon in de frigo zetten, in de koelkast.
Speaker C:In potjes verdelen?
Speaker A:Ja, dat kan.
Speaker C:Kan je dat? Of laat je het best even opstijven in één grote pot?
Speaker A:Ik denk dat je dat kan kiezen.
Speaker B:Je kunt dat vertellen over verschillende schaaltjes.
Speaker A:Die heb ik wel.
Speaker B:Maar in een pot is ook goed. Wil jij eens proeven, Steven?
Speaker A:Lekker? De podcast voor blinde varkens. Echt wel.
Speaker C:Met deze quote sluit ik de podcast met een grote dank aan Eline af. En Stéphan, jij was de pintere man die heel veel vragen hebt gesteld.
Speaker A:Tot de volgende blind podcast.
Chocolademousse maken zonder eieren te splitsen? Dat klinkt verdacht gemakkelijk. Maar Eline toont dat het kan door te kiezen voor een vegan versie, waarbij we room vervangen door kokosmelk, en suiker door agavensiroop. Het resultaat is een romige en luchtige mousse die simpel is om te maken en feestelijk genoeg is om mee uit te pakken.
benodigdheden:
200 gram pure chocolade
een blik kokosmelk (waarvan je enkel het niet-vloeibare deel nodig hebt
agavensiroop
chocoladeschilfers (optioneel)
Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.
Find out more at https://blindproef.pinecast.co