Blind Proef
Een podcast over koken met een visuele beperking
1 month ago

Vanillepudding

Steven maakt voor Eline en Youssri een eenvoudig dessertje. Dat is in dit geval dus vanillepudding. We doen dit uit een pakje, met wat melk en suiker erbij. We focussen ons vooralop technieken voor wat betreft het gieten en het roeren. Je hoort ook hoe je kan vermijden dat je tijdens het afkoelen velletjes op de pudding krijgt. Benodigdheden voor 4 tot 6 personen 50 gram vanillepudding in de vorm van poeder 75 ml melk 75 gram suiker een pannetje een kopje een maatbeker een garde een vork aluminiumfolie

Transcript
Speaker A:

Welkom bij een nieuwe aflevering van Blind Proof. En degene die dat nu ziet, mag uitleggen aan iets anders dan het bakken en koken van eieren. Dat is Steven, want wij gaan een lekker dessertje maken.

Speaker B:

Ja, wij hadden in de lagere school, zoals ik al in de inleidende podcast zei, altijd soep en pudding op het menu staan in ons eerste jaar. En we gaan nu gewoon eens pudding maken. Dus uit een pakje. Helemaal niet zo moeilijk. Wat heb ik daarvoor nodig? Een pakje pudding van 50 gram. Dat is een zakje eigenlijk. Een zakje. Je kan dat in verschillende zakjes kopen in één groot pak. Vanillepudding is dat eigenlijk. Poeder. Ik heb melk nodig. Meer bepaald, 75 centiliter. En ik heb ook 75 gram suiker nodig. En dat is het eigenlijk.

Speaker A:

Zo. Klinkt niet zo moeilijk.

Speaker B:

Nee.

Speaker A:

Trouwens Eline, hoe gaat het met jou? Jij bent er ook.

Speaker C:

Hallo.

Speaker B:

Hoi hoi. Jij hebt al lang gesteund. Goed gelukt.

Speaker C:

Ja, ik wou het mee hebben op de achtergrond. Ja, ik... Ik moet zeggen, ik heb al heel veel desserts gemaakt. Pudding heb ik me nog nooit helemaal inverdiept. Dus ik ben heel benieuwd.

Speaker B:

Ja, oké.

Speaker A:

De eerste vraag die ik dan voor u heb, Steven, is... Hoe doe je dat eigenlijk, alles een beetje wikken en wegen, zoals we dat zouden zeggen?

Speaker B:

Wel, met een weegschaal, Yusri. Dus je moet suiker afwegen. Ik doe dus 75 gram. Ik heb nu een klein beetje te veel meegenomen, maar dat is ook niet zo erg, want dan kunnen we laten horen hoe die weegschaal werkt. Het is een weegschaal van Vivienne. Ze heet Vivienne. Ik zet ze aan. We horen klaar. We zetten de kom er al op, want ik ga dat in een pan al doen. Zoveel weegt dus de pan waarin we het gaan doen. We gaan op Tara zetten. Dat wil zeggen dat het dan op nul komt. Ik ga mijn doos suiker meenemen die ik hier al had staan. En dan gaan we rustig gieten tot we 75 hebben. Heel rustig. Ik ga nog iets horen. Dat is veel te weinig.

Speaker D:

5 gram.

Speaker B:

Dat is dus heel weinig. Dus we gaan een beetje meer doen. Dat is nog veel te weinig.

Speaker D:

33 gram.

Speaker B:

Ik schep er met mijn hand uit. Maakt niet uit. Jullie zien dat toch niet.

Speaker D:

55 gram.

Speaker B:

55. Ik schat 66.

Speaker D:

71 gram.

Speaker B:

Oh, kijk. Nog 4 grammetjes. Desserts is wegen. 1 gram, of het 74 is, maakt niet uit. Voilà. Het zal nu misschien 75 zijn. Oké, niet dan. 74. We letten op onze lijn. En ik heb hier ook melk mee. Nu, Yusri, we zijn bij jou thuis. En ik heb dat ook niet. Wij hebben geen maatbekers. Dus ik weet nu, ik heb een flesje melk mee van 50 centiliter en ik heb ook nog de helft van een andere flesje mee. Dus dat gaat ongeveer wel juist zijn. Ik ga nu 1 flesje melk erbij doen bij die suiker, want we gaan straks die melk en die suiker samen aan de koop brengen. Je gaat nu zeggen, wat doe je dan met die andere 25 centiliter? Wel, die gaan we oplossen met de pudding, met het puddingpoeder. Ik heb hier ook een tas, een kopje, staan bij mij. Dan heb ik straks van Yuzuri een lepel of misschien een vork nodig, waarin ik dan die pudding samen met de rest van de melk daarin oplos. En als het dan één vloeibare massa is, dan gooi ik eigenlijk die pudding met de melk samen bij het... melk- en suikerkooksel, dat ik dus al gedaan heb. Dus ik ga nu de melk bij de suiker doen.

Speaker A:

Is het dan niet handiger dat ik je een klopper geef?

Speaker B:

Ja, dat kan ook. Maar een vork kan ook wel, hoor. Een klopper kan, maar ik weet niet of dat in die tas gaat geraken.

Speaker A:

Oké, dan stellen we het op stage.

Speaker B:

Ik ga nu de melk erbij doen. Het maakt niet uit wat die weegschaal nog zegt. Ja, kijk. Ik ben nu aan het gieten. Rustig, rustig. Voilà. Dan hoor je dat hij veel meer zegt. Maakt ook niet meer uit.

Speaker D:

585 gram.

Speaker B:

Klopt ongeveer, hè. Een liter is een kilo, zegt men toch altijd. Iets minder. Iets melk, ja. Maar goed, dat is al vijftig centiliter melk. 75 gram suiker. En die gaan we nu, Yuzri, aan de kook brengen. Ik kan misschien al wel mijn pudding oplossen in de rest van de melk. Als jij mij dan een vork geeft, dan kan ik dat misschien hier al aan tafel doen. En dan neem ik alles met het aanrecht... Of naar het aanrecht mee. We gaan Viviane even uitzetten.

Speaker D:

Voilà.

Speaker B:

Dan hebben we daar geen last meer van. Dan, Eline en Yuzri, heb ik hier een pakje pudding. Je gaat het gewoon open doen, daar zit poeder in. Je doet dat gewoon aan de kant open. Dat is voor de vuilmakjeserie. En dan gaan we nu de pudding... Kijk, dat mag je al wegdoen. Anders blijft dat hier liggen. Dat gaan we niet doen. Alles keurig opruimen. Dus ik giet nu het pakje pudding in de tas. Dat gaat niet altijd goed mee, dus je moet er dan een beetje op duwen dat alles eruit is. Dat we ook Joris zijn tafel niet te veel bevuilen. Voilà, het zit er nu helemaal in. Ik ga even zien nu dat de pudding mooi verdeeld is over de tas. Ik ga nu de melk erbij gieten die ik hier nog heb. Dus die 25 centiliter waarover ik het had. Ik giet dat er nu bij. Je hoort het al een klein beetje broebelen zo.

Speaker C:

En welke melk is het, Steven?

Speaker B:

Het is halvolle melk. Ik ga nu mijn vork nemen. Ik ga roeren dat alle brokjes eruit zijn. Rustig roeren. En het gaat een beetje stroef, maar kijk, ik roer en het komt mooi los. Wat je nu wel kan hebben is, als je dat nu laat staan, want ik moet mijn melk koken met mijn suiker, dat dat terug een beetje gaat opstijven. Dus dan moet je wel, voor je het erin geeft, nog eens goed kloppen of nog eens goed roeren met die vork, dat al die klonters er ook weer... Ik doe het soms ook met mijn vingers. Maar dat hebben jullie niet gehoord. Ik ga nu mijn dingen allemaal meenemen naar het vuur. Justie, we hebben nu alles naar het vuur gebracht. En jij mag van mij nu jouw vuur opzetten. Je hebt zes standen. Je gaat het misschien op stand vier zetten. Dat moet koken. Het staat op. Ik ga nu al een beetje roeren in die suiker en die melk. Dat mengsel. Dat die suiker ook al een klein beetje oplost. Dat is misschien wel makkelijk. Het gaat even duren eer het kookt, het mengsel. Maar wat ik aanraad, Ga terwijl niet je was oplooien, want melk is echt een gemeen rik. Melk kookt heel snel over en dat wil je echt niet, want dat begint dan aan te branden en dat ruikt dan en zo. Dus heel veel troep ook om schoon te maken. Dus blijf erbij met je melk.

Speaker C:

Nee, maar melk kan wel snel... Ja, zeker.

Speaker A:

Ja, absoluut. Dat waren de meest irritante momenten eigenlijk, als ik dat voor school moest doen. Ik had dan altijd wel een leerkracht die meekeek en die op tijd ingreep. Maar als ik dat niet had gehad, had dat zeker bij mij wel eens gebeurd. Is het bij jou al gebeurd, dat hij overgekokt was?

Speaker B:

Nee, maar ik heb het al bij andere mensen gezien. Ziende mensen? Ja, ook. Mensen die denken van... Ik ga nog snel iets doen. En dan komen ze terug in de keuken en dan is het te laat. Je kent dat, ziende mensen. Die doen alles van alles tegelijk. En dan...

Speaker A:

Gaat het fout.

Speaker B:

Dan gaat het fout. Dus je moet bij je eten blijven. Je moet bij je kokgrief blijven.

Speaker C:

Die ziende mensen toch, hè?

Speaker A:

Bij blinden gebeurt het ook weleens, maar...

Speaker C:

En ook als je je melk heel lang laat koeken, komen er valken.

Speaker B:

Ja. Daar heb ik straks nog wel iets over te zeggen als de pudding klaar is. Maar nu is ze nog niet aan het koken, hoor. Dus ik heb gezegd dat ik mijn melk en mijn pudding al heb... Of mijn pudding en mijn melk, ja, inderdaad, al heb ik opgelost. Ik ga nu nog een beetje wat roeren, want we zijn bijna aan het koken hier. Ik ga er nog eens even met mijn lepel in roeren, dat mijn melk ook niet gaat overkoken. Voilà, dan zijn we een beetje gerust. En we gaan nu geleidelijk aan de pudding erbij gieten. Ik ga die tas hier zetten. Even naast het vuur, altijd de structuur erbij houden. En dan ga ik beginnen kloppen. Je kan het ook met een houten lepel doen. Dus ik klop nu even, dat ik echt zeker weet dat er geen kontertjes meer in zijn. En ik ga nu gewoon overnemen met de houten lepel. We gaan rustig roeren. Ik voel ook dat het al een beetje dikker wordt, maar nog niet alles is in de kom. Je ruikt het ook al een beetje. Ik ruik het al.

Speaker A:

Ja, het ruikt lekker.

Speaker B:

Dus ik roer ook... Nu, je hoort dat natuurlijk niet, maar ik roer ook in het midden. Dus je hebt de neiging van die rondjes te roeren. Maar ik sla ook het midden niet over, anders ga je daar misschien wel een beetje klontertjes hebben. Voilà.

Speaker C:

En het geluid is ook anders.

Speaker B:

Het geluid is anders.

Speaker C:

Het is zwaarder, dieper te borrelen.

Speaker B:

Ja. En ik voel echt dat het al lekker dik begint te worden. Ik ga nog even wachten met de melk, zodat alles mooi geleidelijk kan oplossen. Ik ga nog eens mijn melk nemen. Mijn pudding dus. En de rest ook bijgieten. Ik heb nu nog een derde ongeveer over. Dat is voor straks. We gaan terug roeren. Ja, je hoort daar nu niet veel aan. Ik ben gewoon aan het roeren in die pot. Heel saai nu. Maar het gaat wel lekker zijn, denk ik. Ik roer nog altijd met de houten lepel en ik vergeet het midden ook niet. En ik roer ook goed aan de randjes, want daar kunnen er wel eens klontertjes in komen. We gaan een flinke pot pudding hebben. Je mag, Yuzri, het vuur misschien een klein beetje minder zetten, als dat kan.

Speaker A:

Op hoeveel zou je het dan graag willen?

Speaker B:

Doe ik één op drie misschien. Een titje minder, alsjeblieft. Dat is altijd iets veiliger. Want het hoeft zo nodig ook niet te koken meer. En nu ga ik de rest er nog bij doen. En ik ga roeren. En nu is alles erbij. Ja, en nu heb ik geroerd. En nu ga ik het even gewoon laten doorkoken. Zodat het nog een beetje dikker wordt. Dus je hoort dat nu dat brobbelt en dat... En ik ruik de vanillegeur en kijk, het wordt al veel dikker. Het wordt al veel dikker. En we gaan het er zelfs bijna mogen uithalen. Even roeren. Nu nog even laten doen zonder te roeren. Dan wordt dat lekker dik. En dan moeten we natuurlijk een beetje laten afkoelen. Anders is dat veel te warm om te eten. Ook zien dat het onderaan niet aanbakt of aankoekt. Want dat is ook niet de bedoeling. Denk jullie dat we het er gaan afhalen?

Speaker A:

Dat is een goed idee. Zet het misschien even op een ander vuur. Het achterste misschien.

Speaker D:

Zo.

Speaker B:

En dan gaan we het gewoon laten stollen, stijf worden.

Speaker A:

En dan hebben we lekkere pudding, hè.

Speaker B:

Ja, Yuzuri. Wat ik nog aanraad, heb jij aluminiumfolie?

Speaker A:

Dat heb ik, ja.

Speaker B:

Het is altijd het beste om dat daar over de kom te leggen. Je kan er ook een klein beetje suiker over strooien van boven. Waarom? Anders ga je velletjes hebben.

Speaker A:

Oké. En is dat iets dat je nu direct zou doen of even wachten tot het iets kouder wordt en dan de folie erover?

Speaker B:

Wel, ik ga nu een beetje blijven roeren. Na een aantal minuutjes gaan we het er toch over doen.

Speaker A:

Oké.

Speaker B:

Want ik weet niet... Maar ik heb niet zo graag velletjes. Ik weet niet of jij dat zo graag hebt.

Speaker A:

Nee, ik ben daar ook niet zo'n gigantische fan van.

Speaker B:

Maar we gaan het sowieso moeten laten afkoelen. Ik ga nog eens even, voor de veiligheid, mijn klopper nemen. Om echt zeker te zijn dat ik helemaal geen dingetjes meer heb in de pudding. Gewoon een beetje roeren. En we zijn er. Dan gaan we het nu laten afkoelen.

Speaker A:

Ik heb de folie ook al voor jou genomen, Steven.

Speaker C:

Amai, het ruikt echt lekker.

Speaker B:

Ik hoop het, ik hoop het. En ik schraap ook nog eens goed onderaan met die klopper. En nu moet dat opstijven, anders is dat te lopend. Geef ik je de folie? Ja.

Speaker A:

Ik ga je gewoon zelf de folie in een doosje geven. En doe jij dat op jouw manier? Misschien kan je dat ook even uitleggen.

Speaker B:

Ja, dat is een rooie aluminiumfolie. Ik ben daar niet de beste in om dat in te schatten hoeveel ik nodig heb.

Speaker A:

Ik ga daar eerlijk in zijn.

Speaker B:

Dus ja, ik dek de Met aluminiumfolie. Zodat er dus geen velletjes op de pulling komen. Voila, Yosri. De beginning, dat was het denk ik. We gaan straks eens proeven. Je kan daar dus rozijntjes op doen, je kan daar hagelslag op doen. Of je kan daar misschien zo'n beetje speculaas in verkralen, waarom niet? Ik vind dat superlekker. Koekjes, koekjes indoven. Altijd lekker. Ongezond, maar lekker.

Speaker A:

Jullie kunnen het thuis niet ruiken, en we worden ook heel veel zin in in die bedoeling, want heel de lichting ruikt er nu naar, dus wij gaan daar straks denk ik heel wat van genieten.

Speaker B:

Oké, bedankt voor de assistentie, Eline en Yusri, en tot de volgende.

Speaker A:

Tot de volgende keer.

Speaker C:

Dank je wel, Devin.

Speaker B:

Graag gedaan.

Steven maakt voor Eline en Youssri een eenvoudig dessertje. Dat is in dit geval dus vanillepudding. We doen dit uit een pakje, met wat melk en suiker erbij. We focussen ons vooralop technieken voor wat betreft het gieten en het roeren. Je hoort ook hoe je kan vermijden dat je tijdens het afkoelen velletjes op de pudding krijgt.

Benodigdheden voor 4 tot 6 personen

50 gram vanillepudding in de vorm van poeder

75 ml melk

75 gram suiker

een pannetje

een kopje

een maatbeker

een garde

een vork

aluminiumfolie

Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.

[email protected]

Find out more at https://blindproef.pinecast.co