Eitjes bakken
We genieten van de kookkunsten van Eline. Ze bakt zowel een spiegelei als een roerei. Je verneemt ook hoe je een ei breekt en hoe je makkelijk de olie of boter kan verspreiden. Als uitsmijter geven we ook nog mee hoe je dan de eieren op je bord legt na het bakken. Benodigdheden: een pan met boter of olie, eieren, peper, zout en een spatel.

Transcript
Hallo iedereen en welkom bij een nieuwe podcast van Blind Proof. De vorige podcast ging vooral over hoe we een eitje gingen koken. Dat heb ik toen gedaan, maar vandaag ben ik een toeschouwer samen met Stefan, die staat hier ook bij mij. En wij gaan ons vandaag een beetje laten verrassen door de bakkunsten van Eline. Want zij gaat van ons een eitje bakken.
Speaker B:Eline, vertel eens, wat heb je hier allemaal nodig? Wat heb je staan?
Speaker C:Het plan is om eerst gewoon een spiegeleitje te bakken.
Speaker B:Een paarde ogen van spiegelei, ja.
Speaker C:En daarna gewoon een roereitje.
Speaker B:Ja.
Speaker C:Een roereitje.
Speaker B:Een spiegelei is dus eigenlijk dat het wit gebakken is.
Speaker C:Ja.
Speaker B:En dat het geel er in het midden op ligt. Dat is een beetje de definitie.
Speaker C:Dat je dooier eigenlijk nog...
Speaker B:Vloeibaar is. Ja.
Speaker C:Dus ja, we gaan verschillende eibereidingen maken.
Speaker B:Ja.
Speaker C:Dus ja.
Speaker B:Dan nog een beetje aan jullie om.
Speaker C:Te zien welk eitje jullie het lekkerste vinden.
Speaker B:Ja.
Speaker A:Oké. Wel, inderdaad, dat hangt er een beetje vanaf wat je juist wilt. Erin, zou je ons kunnen vertellen wat je dan juist allemaal nodig hebt?
Speaker C:Ja, wel, voor het spiegeleien hebben we gewoon een pan nodig. Olie of boter. Ik persoonlijk maak het meestal met olijfolie.
Speaker B:Dat is een beetje gezonder ook, hè.
Speaker C:Maar ja, met boter... Kan ook.
Speaker A:De smaak is wel heel anders. Met olijfolie of met boter. Dus het is waarschijnlijk ook een beetje welke smaak je leukst vindt.
Speaker C:Voor een roeren vind ik het persoonlijk het beste met boter. En spiegeleien vind ik... Allee, persoonlijk, hè.
Speaker B:Oké, ik zou zeggen... Dus ik heb hier een pan.
Speaker C:Ik heb olijfolie. Ik heb een bord. Dat heb ik al klaargezet als het ei, om het uit de pan te laten glijden. Ja, peper en zout.
Speaker A:Misschien nog eens een vraagje over Eline. Heb je een bepaalde manier waarop je alles klaarzet, dat je een overzicht hebt? Bijvoorbeeld ik zet mijn eitjes rechts. Is er een bepaalde structuur?
Speaker C:Ik nu persoonlijk ben een vrij niet zo gestructureerde persoon. Maar wat ik wel doe, is een bord al sowieso naast het vuur zetten. Ja, ik heb mijn eigen organisatie in de klokken. Ik kan me voorstellen dat dat voor veel blinden een beetje chaotisch lijkt, maar iedereen heeft zijn eigen systeem. Je moet dat een beetje voor jezelf bepalen.
Speaker A:Misschien ook eens interessant, Stéphanie, hoe is dat bij jou?
Speaker B:Je weet dat ik een heel gestructureerde man ben. Ik niet. Dus ik weet wel waar alles moet staan en ik weet wel hoe ik het wil. Je gaat dat straks nog wel in andere recepten zien.
Speaker C:Maar dat is een beetje gestructureerde chaos.
Speaker A:Bij sommigen toch? Bij mij vooral. Maar ik zou zeggen, Erin, begin er gewoon aan.
Speaker C:Ja, we zijn hier natuurlijk in de keuken van Yousri, dus ik ben dat vuur nog niet helemaal gewoond. Maar ik ga mijn best doen. Dus we nemen de pan zat op het vuur. We nemen de olijfolie. En we gaan eigenlijk rustig aan een beetje olie in de pan gieten. Ik persoonlijk... Allee, eerst handen wassen. Ik ga dan stil samen mijn... Een fles, wat gieten en met mijn andere hand voel ik of de bodem van de pan bedekt is. Dat mag redelijk bedekt zijn, liever een beetje te veel dan te weinig, anders blijft je ei plakken.
Speaker B:Dus je smeert het open met de vingers?
Speaker C:Nee.
Speaker B:Ik wel, ik wel.
Speaker A:Jij wel?
Speaker B:Ja, tuurlijk wel.
Speaker A:Ik zie daar ook geen problemen in.
Speaker C:Ja, misschien soms een beetje.
Speaker A:Als je je handen gewassen hebt, dat vind ik ook wel.
Speaker C:Ga gewoon een beetje rond met je fles, zodat je dan wel voelt of je hele bodem goed bedekt is.
Speaker B:Ja.
Speaker A:Wat ik ook nog een beetje doe, is een beetje met de pan draaien, heel rustig, en dan verspreid je de olie ook wel.
Speaker B:Ja.
Speaker A:Is het goed?
Speaker C:Ja. Maar ja, ik zeg het, dat mag een goed laagje zijn.
Speaker B:Oké. En het vuur ga je nu opzetten?
Speaker C:Ja, het vuur aanzetten.
Speaker B:Juzy heeft zes standen. Op welke stand zet jij het nu?
Speaker C:Ik denk dat ik het op vier ga zetten. Oké.
Speaker B:Ja, dus dat is twee derde van de capaciteit van het vuur, dus dat lijkt mij oké. Dan gaan we nu even moeten wachten weer, want dan gaat die pan warm moeten worden. En heb je dan trucjes om te weten of de olie warm genoeg is? Je gaat er niet je vingers in steken, dus je moet dan iets anders hebben, denk ik.
Speaker A:We doen dat nu eigenlijk wel. Heel kort zo'n titsje.
Speaker B:Oké, dat kan. Maar ik kan me inbeelden dat andere.
Speaker C:Mensen... Op den duur gaat er wel echt zo'n warmte uit je pan komen en het begint ook al een beetje te sissen. Dus als we straks een beetje stil zijn, kunnen we dat... Maar nu nog niet.
Speaker B:Dat is een beetje te snel. Bij boter heb je dat natuurlijk ook heel hard. Als het warm begint te worden, ga ik met een spatel de kant van de spatel roeren in de pan, zodat alles goed verspreid is. Dan gaat het wel rapper beginnen sissen. Dan kan je het er ongeveer wel indoen.
Speaker C:Ja. Voor een spiegelei mag het vuur wel redelijk hoog staan in het begin.
Speaker B:Dus, Eline, een spiegelei moet je niet klutsen. Dus eigenlijk is het heel... Dat is de simpelste manier van een ei maken voor ons. Je klopt het kapot met de zijkant van de vork en je doet het er gewoon in.
Speaker C:Ik klop dat kapot op de zijkant van de pan.
Speaker B:Kan ook. Ik heb ooit eens iemand geweten schelpen in zijn gerecht had, dat dat goed is gedaan.
Speaker C:Ja, daar moet je voor oppassen, natuurlijk, maar... Ja. Ik heb wel een beetje een kwestie van...
Speaker A:Het is mij wel eens overkomen, ja. Maar ik... Ja. Ik vind het wel de gemakkelijkste manier. Dan zit ik niet met een vork te klooien en zo.
Speaker B:Oké, dat is ieder zijn ding. Ik doe het altijd met de zijkant van een vork. En dan klop ik daar zo eens één, twee keer goed op. En dan haal ik dus... Ja, maar ja... Mijn duimen doe ik daar dan in. Dus aan de twee kanten van het...
Speaker C:Het maakt ook niet uit hoe je het doet.
Speaker B:Nee, dat is waar. In dit geval niet.
Speaker C:Als het maar kapot is en je eieren maar kunt... Ja. Nu is het warm aan het worden.
Speaker B:Heb je ook niet het risico, als je je duimen te diep erin doet, dat je die deuren kapotmaakt en dat het geen spiegelei is? Te diep? Nee, hè? Dat moet je wel opletten, als je het open doet met je duimen. We gaan straks horen hoe Eline dat doet. Maar ga er niet te diep in, anders gaat de deuren kapot.
Speaker C:Nee, nee. Niet met je duimen erin zitten.
Speaker B:Nee, nee. Maar je moet het wel openkrijgen, met je vingers toch? Die schaal.
Speaker C:Als het kapot is, moet je het gewoon direct in de pan laten glijden.
Speaker B:Ja.
Speaker A:Maar ik zou dat, als ik dit een tip mag geven, voor de mensen die dat nog nooit hebben gedaan, even oefenen. Want in het begin is dat toch wel even wennen aan hoe het eider goed te laten uitlopen. Dan kan je misschien... Wel eens in een commotioneers doen of zo.
Speaker B:Ja, koper 24 uur. Experenteelder is het niet. Het is even oefenen, maar je gaat het wel horen. Eline is daar een expert in, dus dat gaat wel lukken.
Speaker C:Straks, als ik het eitje ga breken in de pan, gaat het wel sissen en een beetje spetteren, maar dat is niet erg. Daar moet je geen bang voor hebben. Gewoon je gezicht niet te veel boven de pan hangen.
Speaker B:Het voordeel met olie is ook, Eline, het olie brandt niet aan. Dus je kan dat heel heet laten worden zonder dat dat problemen geeft. Dat is met boter natuurlijk wel iets anders. Water kan echt aanbranden. Ik ruik ook al een klein beetje dat die olie vloeibaar... Of ja, heter wordt. Je ruikt dat ook.
Speaker C:Ik denk... Wat ik soms doe, is een druppeltje water erin laten.
Speaker B:Ja, als je er een stukje van iets anders laat invallen, een stukje ui bijvoorbeeld, dan kan je ook al horen dat het zist. En dan weet je dat het goed is. Dat is ook een trucje.
Speaker A:Wat je ook kan doen, is heel rustig, als je de steel van de pan vast hebt, of zo doe ik het ook met mijn wijsvinger, is aan de rand voelen van de pan, heel kort. Dan weet je ook wel direct dat het nog niet de moment is. Ik weet niet of jullie dat doen.
Speaker B:Nee, noodzakelijk. Maar we leren van elkaar.
Speaker A:Ik ben daar misschien een beetje careless in. Het zou kunnen.
Speaker C:Maar ik denk dat dat hier wel goed gaat zijn.
Speaker B:Dus dan ga je het nu uitbreken, veronderstel ik.
Speaker C:Ik ga het breken, op de pan. Wacht, hè. Nee. Ik heb het nu op het vuur gebroken, omdat de pan niet zo stabiel is. Oké, de olie was nog niet heel heet.
Speaker B:En je haalt dus nu het vloeibare... Je breekt het ei en je gaat met je vingers aan de randen van het ei om het open te doen. Is het nu in de pan?
Speaker C:Ja, sorry, het zit in de pan. Het begint een beetje te sudderen, te sissen.
Speaker B:Ja, ik hoor het een klein beetje. Dus je hoort het al, ik hoor het echt wel nu. Ik ga de microfoon er iets korter bij houden. Ja, het is mooi aan het... En.
Speaker C:We gaan er ook... Sorry. We gaan er een klein beetje zout en peper op doen. Een beetje boven het ei.
Speaker B:Dat zijn zoutvatjes en pepervatjes, Eline?
Speaker C:Ja, ik heb hier een pepermolen.
Speaker B:Pepermolen. Je weet ongeveer hoeveel je moet draaien.
Speaker C:Ik draai daaraan. Gewoon een beetje inschatten. Daar ligt het ei. Dan draai ik die molen daarboven.
Speaker B:Doe even de kraan open. Daar moet je niet te veel op letten.
Speaker C:Het eitje is rustig aan het bakken.
Speaker B:Ik ga dat een beetje schudden. Hoe weet jij nu... of het goed gaat zijn.
Speaker C:Ja, ik... Dat is meestal een beetje een gok.
Speaker B:Ik schat in dat het er nu anderhalve minuut in ligt.
Speaker C:Je weet dat ook wel uit ervaring. Soms voel ik met mijn vinger een beetje aan het ei. Ja. Ik weet niet of dat een goeie tip is, want ik weet niet dat mensen zich verbranden.
Speaker B:Nee, maar als je van boven gewoon voelt...
Speaker A:Dat valt wel mee.
Speaker C:Je kan ook een beetje met je vork aan de randen van het ei...
Speaker A:Dan weet je dat het niet meer zo lang nodig is.
Speaker B:Wat jij daar zegt, dat doe ik ook altijd. Ik maak nu zelf enkel omletten. Ik draai ze niet om, maar dat is iets anders. Maar ik doe altijd met de rand van mijn vork of met een spatel aan de rand van mijn pan, aan de vier randen, om altijd plaats te maken voor nieuw ei. Om het niet te laten aanbakken aan de randen. Want dat risico heb je natuurlijk wel soms.
Speaker C:Sommige mensen houden zogezegd van een spiegeleidje met nog wat snot en anderen hebben dat graag goed gebakken. Ik denk dat nu redelijk goed gebakken al is.
Speaker B:Twee minuten en vijftien seconden veronderstel ik dat het er nu ongeveer in ligt.
Speaker C:Ik heb dat zelf nog nooit getuist.
Speaker B:Ik ben zo iemand die soms uit.
Speaker C:Mijn hoofd... Gelukkig dat we één gestructureerde persoon hebben.
Speaker B:Maar nu, Eline, nu is het klaar. En nu ga je dat op het bord gieten.
Speaker C:Ja, nu ga ik dus de steel van de pan pakken. En er staat al een... O, dat was een spets. Maar dat is niet erg. Ga ik dat boven het bord houden?
Speaker B:Ja.
Speaker C:Ik kan het best uitleggen. Ik houd de pan boven het bord.
Speaker B:En je houdt je bord ook vast. Allee, dus met één hand.
Speaker C:Het bord staat op het aanrecht. En ik ga nu het eitje rustig op het bord laten glijden.
Speaker B:Dus je kiepert die pan niet helemaal om, veronderstel ik.
Speaker C:Nee, je moet die pan niet omkieperen.
Speaker B:Want anders gaat de deur vanonder liggen, denk ik dan.
Speaker C:Je laat je eitje gewoon uit de pan glijden.
Speaker B:Maar je doet dan zelf niks met je hand om het te laten glijden? Nee, het glijdt er vanzelf uit?
Speaker C:Normaal gezien wel. Als het er niet aan plakt, maar...
Speaker A:Ja, Eline heeft nu keurig het ei op het bord gelegd. De doden en alles mooi intact hebben we kunnen zien. Kei-fijn. Gebeurt het soms als je dan je ei omkantelt, dat het een beetje anders is, dat het wel eens kan misgaan?
Speaker B:Een pizza of een pannenkoek.
Speaker C:Ja, tuurlijk. Dan is het iets minder mooi qua presentatie, maar dan is het ook gewoon...
Speaker B:Het is blindproof, dus uiteindelijk maakt het niet zo uit hoe het eruitziet. Ik zeg meestal, als er dan zinnen bij mij zouden komen eten, als je de presentatie oké wil, giet het dan zelf eens uit. Maar... Het ruikt wel heel lekker.
Speaker A:Misschien ook nog een tipje. Zeker als je ze met olijfolie bakt, de eieren. Je hebt er nu peper en zout bij gedaan. Wat ik ook wel eens durf...
Speaker C:Ik er heb nu wel geen zout bij gedaan. Ik doe meestal mijn spiegelen alleen met peper, maar dat is ook...
Speaker B:Dat is een persoonlijke smaak ook.
Speaker A:Ja, ik doe er ook wel een beetje komijn bij met olijfolie gebakken. Ik vind dat heel lekker.
Speaker C:Dus... Ja, je kan er alles bij komen.
Speaker A:Dat is in ieder geval al heel goed uitgelegd, Eline. Dank je wel daarvoor. Het spiegeleid, daar valt ook niet meer veel over te zeggen. Maar over het roereid dat je nog ging doen wel, hè?
Speaker C:Ja. We hebben daarnet een spiegeleidje gemaakt. Dat is gewoon je eitje boven je pan breken. En nu gaan we een gebakken eitje, een roereidje maken.
Speaker B:Omelettes voor een andere keer, dat is al moeilijker.
Speaker C:Wat hebben we nodig? Een kommetje.
Speaker B:Nu wel, hè.
Speaker C:Nu wel. We hebben eitjes nodig.
Speaker B:Heel verrassend.
Speaker C:Hoeveel zouden we er nemen?
Speaker B:Dat laat ik aan jou.
Speaker C:De eitjes gaan jullie eten. Ik zal er twee doen.
Speaker B:Dus gaat die nu ook breken?
Speaker C:Ja, ik ga het eitje breken op het aanrecht. Dus ik leg dat een beetje op zijn kant. En dan komt daar zo een barst in. Dat duw je een beetje open en dan laat je je ei-inhoud in het kommetje lopen.
Speaker B:In het commentje, want we gaan het straks ook klutsen. Dat is een roer-ei. Het wit en het geel worden samen gemengd. Dat was bij het spiegel-ei niet zo, want dan moesten we het in de pan gieten. Of ja, kappen.
Speaker C:Nog een eitje. Inderdaad, wel zien dat er geen stukjes schaal in vallen. Normaal gezien, als je dat mooi breekt en je laat dat erin lopen...
Speaker B:Maar dat vond ik in het begin niet zo makkelijk, eerlijk gezegd. Wat ik ook altijd deed in het begin, dat was large eieren nemen. Je hebt verschillende formaten in de supermarkt. Dan nam ik altijd large eieren en dan kon ik die veel makkelijker breken. Maar die zijn er ook niet altijd, die large, die grote eieren. Ja, grotere.
Speaker C:Koken is ook geen exacte wetenschap. Het is veel proberen, experimenteren.
Speaker B:Ja, je moet een beetje durven.
Speaker C:Ja, durven, inderdaad.
Speaker A:Ik zou eieren bakken. Ik heb dat al gedaan toen ik vrij klein was. Dan vind je het ook minder erg dat het fout gaat. Maar inderdaad, ik vond het wel moeilijk om die exacte beweging met de twee duimen te doen. Dat is wel even oefenen. Dat is wel oké.
Speaker C:Je moet het ook gewoon wel leuk vinden. Het moet een beetje met passie zijn, niet dat je denkt van...
Speaker B:Als je elke dag zegt dat je tegen je zin kookt, hou je het niet vol.
Speaker C:Nee, dan heeft het niet zoveel zin.
Speaker B:Elien, je hebt het ei nu gebroken. De eieren.
Speaker C:De eitjes zitten in de kom. Dus ik ga daar nu een beetje kruiden bij doen. Peper enzo. Dat is weer peper van de molen. Ja. Ik... Oké, nu komt er wel redelijk veel uit. Ik houd altijd mijn vinger een beetje onder de molen om te voelen of er iets...
Speaker B:Ik heb daar kuipjes voor, van die kleine rechthoekige dingetjes. Dan doe ik die open en dan zitten die kruiden daarin. Ik heb die daar zelf ingedaan. Dan neem ik die kruiden met duim en wijsvinger en dan weet ik hoeveel ik erin doe, exact.
Speaker A:Ja. Maar dat ik ook wel... Ja, ik heb dat misschien meer de stijl van Eline. Omdat ik ook wel... Allee, op den duur... Een zoutvatje, dat zijn van die beginnersfouten. In het begin draai je dat te veel open, dan komt het te veel uit. Maar dat zijn van die zaken die je ook wel snel...
Speaker C:Leert.
Speaker A:Hoeveel moet ik aan mijn pepermolen draaien om er ongeveer dat uit te krijgen? Of hoe klein zet ik de gaatjes van het zoutvat? Soms hebben bepaalde vatjes ook een grote en een kleine opening bij andere kruiden.
Speaker C:Als je een keer een heel gezouten ei hebt gegeten, dan weet je wel dat je niet te veel zout hebt.
Speaker B:Ja, het zal wel zijn.
Speaker A:Het zal wel zijn.
Speaker C:Goed, er zit peper in, nu gaan we er wat zout bij doen. Ik ga echt zien dat dat niet is. Het heeft wel zin dat je er niet te veel zout in doet. Te veel zout is sowieso niet goed. Het is niet zo gezond. Oké, dus peper en zout. En nu gaan we een vork nemen. En gaan we... eitjes klutsen.
Speaker B:Dus roer je er dan in of klop je daar dan een beetje meer in?
Speaker C:Nee, dat is niet echt roeren.
Speaker B:Nee, dat is kloppen.
Speaker C:Dus je legt je vork plat in je kom. En dan ga je het zo wat spatelen. Zo wat tegen de kant. Zodat je dooiers en je eiwit zich eigenlijk gaan vermengen. Hij gaat er niet zo snel uitspatten.
Speaker B:Wat ik soms ook nog doe, is mijn hand daar zelfs boven houden. Als ik dan echt niet wil dat er gespat wordt.
Speaker A:Ik ook wel. Want anders is het toch wel raar.
Speaker B:Dat er wat uitkomt.
Speaker A:Bij mij, ik zal het niet voor een ander spreken.
Speaker B:Ik ben ook al enthousiast soms.
Speaker C:Dat kan ik me voorstellen.
Speaker A:Doe je er soms melk bij? Want dit is een roerei. Sommige mensen doen dat.
Speaker C:Dat kan, maar dan voor een heel luchtig ei te krijgen.
Speaker A:Ja, en de smaak verandert dan ook helemaal. Ik ben daar iets minder fan van.
Speaker C:Ik doe dat ook meestal voor een omelet, dat je dan echt meer een pannenkoek krijgt.
Speaker B:Dat gaan we er nu gewoon in gieten, in de pan.
Speaker C:Ja, maar we gaan eerst terug een beetje nieuwe olie... Ah ja, ja, ja.
Speaker B:Die was er nog niet in, klopt. In de pannen.
Speaker C:Het is nog redelijk warm van daarnet, dus dat gaat niet zo lang duren. Ik heb het vuur aangezet. Ja, dat begint hier goed warm te worden, dus we gaan...
Speaker B:Ook daar weer, hè. Ja, laat het erin liggen en... Af en toe misschien, als je dat niet wilt, dat het te veel aanbrandt, ook aan de randen weer plaatsmaken met die spatel of met... Een vork. Maar ik zou misschien een spatel nemen, dan heb je geen krassen in je pan.
Speaker A:Nee, inderdaad.
Speaker C:Dus we gaan het eimengsel in de pan geven.
Speaker B:Ah ja, kijk, die zit nog niet in. Oké, we gaan het er nu in doen. Dan ga je het wel horen. Zie ze, terug. Normaal gezien.
Speaker C:Ja. Je hoort nog niks. Het is misschien nog niet warm.
Speaker B:Kan dat kwaad als de olie of de boter nog niet warm genoeg is? Kan het dan kwaad om het er al in te doen of niet? Ik zou het niet doen. Ik denk dat het bij olie veel minder kwaad kan dan bij boter.
Speaker A:Ik denk bij boter meer dan bij olie.
Speaker C:Ik heb het vuur nu nog iets hoger gezet.
Speaker B:Dus Eline, de eieren liggen er nu in. Jij bent nu aan het roeren, iets aan het doen. Het is een roer-ei, maar wat doe je nu juist?
Speaker C:Dus nu, als je eitje begint te bakken, voel je met je vork dat die substantie verandert, dat die vaster wordt. En dan kun je die ook beginnen te roeren, omdraaien.
Speaker B:Ja. En wat is daar het verschil dan mee? Wat bereik je daar dan mee? Wat doet dat dan?
Speaker A:Dat het minder aankomt aan de pannen.
Speaker B:Ja. Oké. Dus dat is eigenlijk gewoon de functie van een roerei?
Speaker C:Ja, het moet natuurlijk langs alle kanten eigenlijk gepakken zijn. En daarom ook genoeg olie in doen, dat dat niet blijft plakken.
Speaker B:Maar je hoort het al. Het is aan het sissen.
Speaker C:Ja. Af en toe kun je ook eens met je vinger heel... Een keer... Aan de bovenkant voel je dat er nog veel slijm ligt. Dan kun je dat een beetje omdraaien.
Speaker B:En jij roert nu met een vork?
Speaker C:Ja, met een vork.
Speaker B:Met de platte kant van een vork?
Speaker C:Ja, met de platte kant.
Speaker B:Anders kan je probleempjes krijgen in je pannen. Krassen of zo. Dat gaan we niet doen.
Speaker C:Ik ga het vuur ook al afzetten.
Speaker B:Kan je het ook met een lepel doen? Ja. Of met een spatel? Kan eventueel.
Speaker A:Met een spatel eigenlijk.
Speaker B:Oké, maar met een vork kan ook?
Speaker C:Met een vork doe ik meestal.
Speaker B:Het is toch Marius in zijn pand?
Speaker A:Ja, dat maakt het allemaal kapot.
Speaker C:Nee, maar ik doe het met de platte kant, dus ik steek er niet in.
Speaker A:Ik doe het ook af en toe met een vork, maar meestal... En je.
Speaker C:Ruikt het ook al. Het ruikt echt naar gebakken ei.
Speaker B:Het ligt er ook al iets langer in, denk ik, dan een spiegel. Of ben ik daar mis in? Heeft dat langer tijd nodig, of ben ik me dat nu aan het inpakken?
Speaker C:Ik time nooit echt. Dat is misschien iets waar ik niet zoveel tips over kan geven. Omdat ik het echt op gevoel en op reuk en op gehoor en zo doe.
Speaker B:Ik had ooit een mp3-tje waarin ik samen een ei bakte met iemand en ik was echt aan het timen op de computer. Hoeveel zou ik nu al hebben? In het begin was het altijd zo van twee minuten dertig, het zou wel goed zijn.
Speaker A:Ik heb dat nu ook wel dat ik met een Google meestal aan het instellen ben voor dat soort zaken, omdat.
Speaker B:Ik eigenlijk wel... Nu doe ik het meestal op ervaring of feeling. Maar toen, als het begon, was het bij mij wel heel...
Speaker A:Ik had vroeger de allereerste keren, als je dat niet timde, dat het durfde te hard te bakken. Dat is dan ook niet lekker.
Speaker B:Dan wordt het heel krokant.
Speaker C:Nu is ons ei gebakken. Ik ga wat op het bord geven.
Speaker B:Ook weer laten glijden, doe je dat dan?
Speaker C:Je ziet dat je je pan ongeveer op de helft van het bord houdt. Dus dat er niet naast glijdt.
Speaker B:Ik moet eerlijk zeggen, Eline. Bij een roerei kap ik gewoon mijn pan om in mijn bord.
Speaker A:Ik ook.
Speaker B:Bij een spiegelei is dat iets anders, maar bij dit zeg ik gewoon... Ik kap het erop en ik trek het me niet aan hoe het eruitziet.
Speaker C:Nee, maar dat ziet er ook niet zo dunstig uit.
Speaker B:Nee, en soms kan het ook al gebeuren dat er een restant van het ei erin blijft. Dat hoor je dan een beetje knisperen nog. Ja, dan denk ik van, ik haal het er daarna wel eens met mijn vingers uit, maar ik ga eerst mijn ei beginnen eten.
Speaker A:Ja, voor de mensen thuis waar er geen... Wil iemand proeven?
Speaker B:Ga jij eens proeven, Eline of Yusri?
Speaker A:Jij gaat het spiegelei opeten.
Speaker B:Dat maakt niet uit.
Speaker A:Kunnen we niet allebei proeven? Ik zal twee vorkjes, maar allemaal misschien.
Speaker B:Heeft ze het goed gedaan, Yusri?
Speaker A:Ze heeft het heel goed gedaan. Genoeg zout. Lekker, ook zo in olijfolie.
Speaker B:Ik zou zeggen, dat was hem. Onze podcast over zowel een... Spiegelei, of een paardenoog, of whatever, als een roerei. Omelet is waarschijnlijk wel eens voor een andere keer, want daar kan je nog heel veel andere dingen mee doen. Eline, bedankt voor de uitleg, voor de deskundige uitleg. En we horen jou zeker nog de volgende keer terug. Kuzu, jij ook bedankt zeker.
Speaker A:Ja, dank je.
Speaker B:Tot de volgende. Vond je het leuk? Ja, absoluut.
We genieten van de kookkunsten van Eline. Ze bakt zowel een spiegelei als een roerei. Je verneemt ook hoe je een ei breekt en hoe je makkelijk de olie of boter kan verspreiden. Als uitsmijter geven we ook nog mee hoe je dan de eieren op je bord legt na het bakken.
Benodigdheden: een pan met boter of olie, eieren, peper, zout en een spatel.
Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.
Find out more at https://blindproef.pinecast.co