Blind Proef
Een podcast over koken met een visuele beperking
1 maand geleden

Croque Monsieur

Hoe beleg je als blinde kok een croque zonder dat de helft van de kaas naast het brood belandt? En hoe weet je wanneer hij goudbruin is, zonder hem om de dertig seconden open te peuteren? Matthias, Eline en Steven geven het antwoord op deze hamvragen. Je verneemt ook nog welk brood je het best gebruikt, en hoe je de croque uit de machine neemt.

Transcript
Speaker A:

Goedemiddag allemaal en welkom bij een nieuwe aflevering van Blind Proof. Ja, we zijn nu bij Matthias thuis. En wat gaan we maken vandaag, mannen?

Speaker B:

We gaan vandaag voor een klein hongertje even een croque monsieur in de machine steken.

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

En Steven gaat het demonstreren.

Speaker C:

Ja, bij jou thuis. Dat wordt boeiend.

Speaker B:

Ja. Ik zal zeggen, we hebben hier een croque-monsieur-machine. Het is een erfstuk waarschijnlijk al 50 jaar oud, dus ouder dan dit geraken ze niet waarschijnlijk.

Speaker C:

Het zijn meestal de beste, hè?

Speaker B:

Maar het zijn nog altijd de beste.

Speaker A:

Is dat echt zo?

Speaker B:

Ja, ik heb dat gekregen van mensen die naar het rusthuis verhuisd zijn en die zijn ondertussen al twee overleden. En die hebben dat waarschijnlijk ook wel door de trouwdracht gekregen, dus dan kun je het al uitrekenen. Ja, we zullen zien. Wil jij er iets aan voelen, Stefan, aan de machine?

Speaker C:

Absoluut.

Speaker B:

Staat hier op mijn plank, op mijn kookvuur.

Speaker C:

Ja, het ziet er inderdaad uit als een croque monsieur. Maar het is vrij groot. Ik weet niet of mensen dat ongeveer kennen, maar je moet dat dus eigenlijk openklappen. En dan moet je daar dus de inhoud insteken. En croque monsieur is natuurlijk een boterham met hesp of hamkaas, eventueel een beetje boter. En dat is het zeker. En Matthias, of ga je er nog iets bij doen?

Speaker B:

Ik ga er geen boter op doen.

Speaker C:

Nee, oké. Dus ik voel al het klepje waar ik het kan opendoen. En dan ga ik ervan uit dat je dat daarin ligt en dat je.

Speaker B:

Ja, dit is gewoon nog echt een heel eenvoudig toestel. Er staat geen aan-uitknop, dus het is gewoon stopcontact in of uit. Maar Steven, we gaan eerst de boterhammen maken.

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

En ik heb nu gekozen voor een langwerpig brood, want dan zijn al die boterhammen even groot.

Speaker C:

Ja, snap ik.

Speaker B:

Tegen als je zo'n rond brood pakt, het een is groter dan het ander, en dan zijn die ook veel te groot, die middelste. Dit is een klein langwerpig broodje, dus het zijn vrij kleine croque monsieur'tjes. Ik stel voor dat je eerst de ham en de kaas bijvoorbeeld even op jouw plankje legt.

Speaker C:

Ja, dus je hebt hier een plank staan, je hebt alles mooi klaargelegd al. Dus ik ga eens voelen waar alles ligt. Ik voel het brood. Ik pak er daar gewoon twee uit, twee boterhammen. Ja. Oké.

Speaker B:

Alleen we hebben er vier nodig, want we gaan er twee maken.

Speaker C:

Ja, hoeveel kunnen erin tegelijk?

Speaker B:

Twee.

Speaker C:

Dus ik neem nu vier boterhammen, is het dat dan?

Speaker B:

Ja. Plank.

Speaker C:

Voilà. Dan voel ik hier de hesp. Ik leg waarschijnlijk één snee hesp op elke.

Speaker B:

Ja, maar ik zou het eigenlijk omkeren. Ik zou eerst eventjes jouw hesp op de plank leggen. Ongeveer afmeten, want mijn sneetjes zijn groter dan de boterhammen.

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

We moeten een beetje kijken. En dan kun je door daar de boterham bovenop te leggen, een stukje afsnijden.

Speaker C:

Oké, oké, oké.

Speaker A:

Snap je?

Speaker C:

Of trekken.

Speaker B:

Ik heb daar een mesje gedaan.

Speaker A:

Je kunt ook gewoon het sneedje hesp een beetje dubbel vouwen, toch?

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

Ah ja, je kunt dat ook dubbel vouwen.

Speaker C:

Dat kan ook.

Speaker B:

Zullen we het zo doen?

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

Dan hebben we geen mes nodig.

Speaker C:

Oké. Dan ga je veel hesp hebben op je boterham, denk ik.

Speaker B:

Het zijn echt wel grote sneden en kleine boterhammen, zeker hè?

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

Ja, misschien in twee snijden.

Speaker C:

Ja, ja. Dus ik snijd nu in twee. Ik heb het in twee gedaan. En ik zorg dat dat mooi een beetje op de boterham ligt. Niet zomaar dat dat plooitjes heeft en zo. Dus ik verzorg dat. En dan, Matthias, ga ik er de kaas over leggen.

Speaker B:

Klopt dat? Ik heb gewoon gekozen voor jonge gouda.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Dat smelt lekker.

Speaker C:

Dus het is een pakje.

Speaker B:

Een herstelbare verpakking is dat.

Speaker C:

Ik ga er een schelletje kaas uitnemen. En ik denk dat we dat ook best in twee snijden. Voor deze boterham ook. Dan gaat het ook dubbel vouwen.

Speaker B:

Dan gaat het ook in twee.

Speaker A:

Voor mij, alleen, ik krijg er altijd heel veel kaas in gespot. Maar dat is iedereen een beetje zo.

Speaker C:

Ieder zijn ding. Wat doen we dan? Dubbel vouwen?

Speaker B:

Dubbel vouwen.

Speaker C:

Oké.

Speaker A:

Die kaas smelt dan en dan had hij ook de hesp een beetje op zijn plek.

Speaker C:

En de kaas dus op de hesp, hè? Ja. Op de ham, ja.

Speaker A:

Ik denk niet dat daar een.

Speaker C:

Ik weet het niet, ik vraag het. Ik heb dat ooit wel eens gedaan, krokmissier, maar niet zoveel. Dus ik ga nu de volgende ook doen.

Speaker B:

Dat is wel lekkere kaas.

Speaker A:

Wat ik zelf ook heel lekker vind, is een krokmadame. Ik heb dat deze week nog gegeten.

Speaker C:

En wat is dat weer?

Speaker B:

Dat is mijn spiegel.

Speaker A:

Krokme Dam is met twee spiegeleidjes. Oké. Bovenop de krokme siu eigenlijk.

Speaker C:

Oké.

Speaker B:

Als je wilt, dan bak ik u straks nog een spiegel.

Speaker C:

Het is veel eisend, hè?

Speaker A:

Maar nee.

Speaker C:

Ik heb nu alles erop gelegd. Ik heb dus ook de kaas dubbel gevallen. Maar dat kies je dus zelf. Als je nu zegt: Ik heb liever iets minder kaas, dan doe je dat.

Speaker B:

Trouwens, ik heb hier ook nog een blik aanma staan dat we straks nodig hebben.

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

Wij kunnen er ook een krok Hawaii van maken.

Speaker C:

Oké.

Speaker B:

Dat is jullie keuze.

Speaker C:

Ja. Oké.

Speaker B:

Wat zeg je?

Speaker C:

Nou, voor mij hoeft het niet per se.

Speaker B:

Oké, goed. Dan mogen de kroks in het machientje.

Speaker C:

Ja, dus ik ga.

Speaker B:

Ik kan dat voelen, er zijn twee compartimenten zo'n beetje.

Speaker C:

Ja. En waarschijnlijk het bovenste moet ik open doen.

Speaker B:

Ja, het bovenste. Zet hem eventjes open.

Speaker C:

Ik voel hier inderdaad twee roostertjes.

Speaker B:

Een voorgevormde krok.

Speaker A:

Ja, inderdaad. Het is mooi, het is mooi.

Speaker C:

Ze gaan er mooi op passen, denk ik. Kan het kwaad, Matthias, als er bijvoorbeeld een stuk vlees uitsteekt? Of zorg ik toch dat alles.

Speaker B:

Ik zou dat er toch allemaal een beetje tussen lopen.

Speaker C:

Oké, ik ga het proberen.

Speaker B:

Sowieso gaat er wel wat kaas van tussen lopen.

Speaker C:

Waarschijnlijk.

Speaker B:

Ik heb er veel kaas op gedaan.

Speaker C:

Want ik ga eerlijk zijn: ik maak soms ook kroppesjes, maar ik doe het in de pan. Omdat ik dan minder werk heb om het uit te kassen.

Speaker B:

Maar deze plaatjes kun je gewoon uithalen.

Speaker C:

Oké.

Speaker B:

Dan steek je gewoon in de afwasmachine.

Speaker C:

Weet je toevallig het merk van de machine?

Speaker B:

Ik denk dat Nova is. Oké, ja.

Speaker A:

Maar ik denk niet dat het zo is.

Speaker C:

Nee, het is dat. Maar ze verkopen dan nog meer. Nee, het zal wel.

Speaker B:

En ik zeg het, dat zijn twee plaatjes. Je haalt hier gewoon mijn klepje uit en je kan die alle twee zoals een bord in de afwasmachine steken. Dus je hebt daar niet veel werk aan.

Speaker C:

Ik heb ze mooi opgelegd, denk ik. Ik ben niet zo de esthetische man, maar ik doe mijn best. Ik mag het klepje dicht doen.

Speaker B:

Dicht houden? Ja. Je mag dat met wat kracht dicht duwen, dat kan geen kwaad.

Speaker C:

Oké, ik hoop dat het... Dus het trikt er nu mooi op.

Speaker B:

Oké, en we gaan het stopcontact insteken.

Speaker C:

Dus het moet niet klikken ofzo?

Speaker B:

Nee, nee. Oké. Voilà. En dus nu staat hij aan.

Speaker C:

En je hoort...

Speaker B:

De buitenkant wordt ook warm.

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

Dus je mocht daar wel niet te veel mee aankomen.

Speaker C:

Nee, ik was nu even aan het voelen of het... Maar het wordt inderdaad wel warmer, denk ik, ja. Hoe lang duurt dat ongeveer, Matthias, eerder zo'n blok klaar is?

Speaker B:

Ja, nu is uw ijzer koud, hè. Dan duurt dat toch wel zes, zeven minuutjes.

Speaker C:

Oké, oké.

Speaker B:

Nadien twee minuten, drie minuten is meer dan genoeg.

Speaker C:

Dus ik veronderstel dat ik nu al.

Speaker B:

Nu heb je tijd om de andere te maken.

Speaker C:

Ik wist dat hij dat ging zeggen.

Speaker B:

Maak er één keer maar twee. Oké.

Speaker C:

Want jij zet meer aan het werk.

Speaker A:

We hebben een goede eeter.

Speaker C:

Ja, ja, ja.

Speaker A:

Kunt je daar ook geen wafeldingen in steken?

Speaker B:

Ja, maar ik heb dat niet. Dus normaal gezien kan dat, ja, dat is waar. Je kan daar soms een wafel in steken of zelfs Madeleine koekjes. Of je hebt daar nog andere vormen van.

Speaker A:

Dat is ook wel lekker, hè?

Speaker B:

Die kun je daar dan allemaal inklikken in plaats van die croque monsieur.

Speaker C:

Ja, ja. Oké. Dus het is eigenlijk een makkelijker manier om wafels te bakken ook als je dat zou willen. Misschien nog.

Speaker B:

Wafels bakken is niet gemakkelijk.

Speaker C:

Nee, nee, nee, dat hebben we gemerkt. Ze waren wel lekker, maar ik zie het mezelf toch niet doen eigenlijk.

Speaker B:

Het machine wordt van boven al een klein beetje warm.

Speaker C:

Oké.

Speaker B:

Mag je eens aan voelen? Het is nog niet echt warm, hè?

Speaker A:

Ik voel het.

Speaker B:

Maar hij is zeker nog niet op volle temperatuur. Dat zijn nog oude toestellen, die zijn nog niet zo veilig. Tegenwoordig gaat dat wel waarschijnlijk met een plastic veel veiliger zijn.

Speaker C:

Ja, je hoort het ook, je begint te pruttelen.

Speaker B:

Ja, maar het is zeker nog niet klaar.

Speaker C:

Misschien kan je er een beetje tegenhouden. Mensen moeten een beetje horen hoe het werkt, dat is een herkenningspunt.

Speaker A:

Een beetje te bakken al.

Speaker C:

Ja, een beetje te bakken.

Speaker B:

Soms ook doe, ik doe dat eventjes open en dan voel ik met een vork. En als het brood nog zacht aanvoelt, dan is het zeker nog niet klaar. Dus het moet krokant zijn en je voelt dat direct met je vork. Kan ik met een vork erin prikken?

Speaker A:

Maar dat klinkt wel straks alsof.

Speaker B:

Nee, nee, nee. Dit is een oersimpel toestel. Stekker in is warm, stekker uit is genoeg.

Speaker A:

Oké.

Speaker B:

Ja, sorry.

Speaker C:

Nee, maar waarschijnlijk heb je tegenwoordig ook machines op de markt die zelf aanvoelen van hij is klaar.

Speaker A:

En er is nu geen boter in of geen vetstof?

Speaker B:

Nee, dat zijn tepalplaten, dus dat kan geen kwaad.

Speaker C:

Die kaas is ook natuurlijk al een beetje vettig. En Matthias, je moet ze dus uiteraard niet omdraaien. Dat is het leuke aan een croque-monsieur machine. Als je dat in een pan doet, moet je dat natuurlijk wel doen.

Speaker B:

En ik ga straks gewoon het deksel open doen. Dan hou ik mijn bord ervoor en dan trek ik die krop er gewoon uit met mijn vork, zou ik maar zeggen. En dan schuift hij op het bord.

Speaker C:

En met de handen is niet het beste idee natuurlijk, want het is te warm.

Speaker B:

Ja, het is wel redelijk warm.

Speaker A:

En is dat goed aan het bakken?

Speaker B:

Ja. Ja, oké. Gaan we eens kijken? Ja. Zal ik dat wel even tussen doen?

Speaker C:

Ja, lijkt me het beste, want die was toch wel een klein klepje aan.

Speaker B:

Je hebt dat niet gezien, Steven, maar.

Speaker C:

Nee. Ah, om die te halen. Ah ja, oké. Nee, dat wist ik dus niet.

Speaker B:

Ik zal het nog een beetje geven.

Speaker C:

Ja, ik denk dat we nu een viertal minuutjes bezig zijn, denk ik.

Speaker B:

Zijn de volgende ook al klaar?

Speaker C:

Ja, absoluut.

Speaker A:

Ik krijg al honger van de geur.

Speaker B:

Je zet zo een klepje aan de voorkant.

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

En dat houdt die twee handvaten samengedrukt.

Speaker C:

Ah, oké, oké.

Speaker B:

Dan gaat dat niet meer open. Ja.

Speaker C:

Ja, want dan was ik aan het denken inderdaad: gaat dat wel open of gaat dat wel dicht blijven? Je kan natuurlijk ook altijd aan je Google Speaker vragen of de timer die je hebt zeggen: zet het op zeven minuten of zo. Als je nu zegt zeven minuten, dat lijkt me logisch. Dat hebben we nu niet gedaan, maar blijf voelen met de vork.

Speaker B:

Het hangt ook al heel hard af van je toestel: hoeveel leg je daartussen?

Speaker C:

Hoe hard wil je hem gebakken?

Speaker B:

Hoe hard wil je hem gebakken? Maar ik vind wel, de kaas mag zeker gesmolten zijn.

Speaker C:

Absoluut, ja.

Speaker B:

De buitenkant wel wakker op kant. Anders kun je even goed een boterham met kaas en nest eten.

Speaker C:

Ja, ja, ja. Dus dat doe je nu met...

Speaker B:

Ik ben op voet, draai je ze recht voor.

Speaker C:

Op de roosters normaal gezien. Ik hoop het. Ben je tevreden van de positionering, Matthias? Nee.

Speaker A:

Nee.

Speaker B:

Oei! Ik vind de tweede niet aardig. De tweede hangt niet van boven. Dus hij hangt er van bovenaan.

Speaker C:

Ja, dus dat kan je wel vormen met kaas.

Speaker B:

Dan heb ik een klein beetje op. Ja. Ik doe het er even met mijn vork. Ja. Dat kan zijn als er veel kaas uitloopt. Ja.

Speaker C:

We hebben er wel wat kaas op gelegd natuurlijk.

Speaker A:

Ja, dan mag ook gaan hè?

Speaker C:

Ja, zeker.

Speaker A:

Kan ik gewoon crocs maken zonder gespen voor de veggies? Nee, veggies niet, want kaas is geen veggie. Voor de vegetariërs dan.

Speaker B:

Moet ik de volgende twee erin leggen?

Speaker C:

Dat mag. Ik heb ze hier vast.

Speaker B:

Ah, deze. Ja, dat komt omdat er toch een klein beetje kaas in zit. Het is gevallen.

Speaker C:

Ja, ik heb dat dubbel gevallen met zijn kleine boterhammen. Maar ik heb er nog wel kaas.

Speaker A:

Dan weet je wel dat ze goed zijn.

Speaker C:

Als de kaas goed smelt, weet je dat het goed is.

Speaker A:

Zijn ze er oké uit, Matthias?

Speaker B:

Ja, oké. Wij gaan ze direct proeven terwijl we de tweede bakken. We hebben het principe gedemonstreerd, denk ik.

Speaker C:

Ja, en natuurlijk als je dan aan het proeven bent, de tijd in het oog blijven houden, want dat is gevaarlijk altijd.

Speaker B:

Nu gaan ze wel veel sneller gaan.

Speaker C:

Ja, dus twee, drie minuutjes of zo.

Speaker B:

En ik eet dat graag met nog een klein beetje rauwkost en dan zeker een ketchup en mayonaise erbij.

Speaker C:

Ah ja, oké.

Speaker B:

Dat vind ik het lekkerste.

Speaker A:

En ketchup vooral.

Speaker C:

Oké, dankjewel Matthias voor de demonstratie. Ik denk dat de mensen dat wel. Handig vinden. Het is ook makkelijk om te maken als je zo'n machine hebt.

Speaker B:

Proef een klein honger.

Speaker C:

Absoluut.

Speaker A:

En de pan gaat ook altijd.

Speaker C:

Ja, ja, ja. Maar ik denk dat de machine voor de beginnende luisteraar wel iets makkelijker is.

Speaker A:

Ja.

Speaker C:

Oké, dus dankjewel voor deze podcast, mensen. En smakelijk. En tot de volgende Blind Proof.

Hoe beleg je als blinde kok een croque zonder dat de helft van de kaas naast het brood belandt? En hoe weet je wanneer hij goudbruin is, zonder hem om de dertig seconden open te peuteren? Matthias, Eline en Steven geven het antwoord op deze hamvragen. Je verneemt ook nog welk brood je het best gebruikt, en hoe je de croque uit de machine neemt.

Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.

[email protected]

Find out more at https://blindproef.pinecast.co