Blind Proef
Een podcast over koken met een visuele beperking
4 days ago

Fishsticks met aardappelpuree, tartaar en spinazie

Op aanvraag van luisteraar Mark schuiven we deze aflevering wat naar voor. Hij wil graag weten hoe je aardappelpuree maakt. U vraagt, wij maken. Steven en Youssri serveren de puree met fishsticks die we in de pan bakken. Voeg daarbij nog wat diepvriesspinazie met room en wat tartaar, en je hebt een lekkere en simpele maaltijd. Ingrediënten voor 2 personen: 4 tot 6 grote fishsticks, 3 grote aardappelen, 300 tot 400 gram diepvriesspinazie met room, tartaar, boter, melk, peper, zout, nootmuskaat

Transcript
Speaker A:

Welkom iedereen bij een nieuwe podcast van Blind Proof. Vandaag zit Steven hier weer bij mij.

Speaker B:

Dag Jeffrey.

Speaker A:

Ja, inderdaad. Dag Steven. Wij gaan vandaag iets eten wat mensen wel kennen, maar wij hebben het nog nooit hier gemaakt. Spinaziepuree met vissticks.

Speaker B:

Ja, en tartaar, als je dat zou willen. We gaan het ons niet te moeilijk maken. We gaan ook laten zien dat het heel simpel kan. Misschien is het moeilijkst zowel de aardappelen, de puree maken, misschien is dat momenteel het moeilijkste dat het zou kunnen. Vissticks gaan we bakken in de pan, maar je kan het ook met een eiervraag doen. En dat is voor een blinde persoon misschien het simpelste, als je begint. Maar ik heb dat niet echt een ervaring of ik weet niet meer goed hoe hij werkt. Het is al jaren geleden dat ik dat gebruikt heb.

Speaker A:

Je hebt hem al helemaal in de kast gezet.

Speaker B:

Ja, en hij komt er eigenlijk, als ik eerlijk ben, niet meer uit. Maar, dus we gaan om het moeilijk, om het toch een klein beetje moeilijk te maken, de vissticks bakken in de pan.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

De spinaziepuree of de spinazie, dat kan je nog zelf kiezen. Doe ik er makkelijke puree van of doe ik er gewoon los bij. De spinazie, dat is gewoon spinazieroom met... Ja, spinazieblokjes met room, wil ik eigenlijk zeggen. Je kan dat in een doos kopen. Dat is zowat de enige groente die ik nog in de diepvries koop, voorgemaakt uiteindelijk. Ik vind dat heel lekker, makkelijk klaar. Je eet dat eens bij een cordon bleu bijvoorbeeld of bij iets anders, of bij een worst. En dat is snel klaar.

Speaker A:

Oké. Een vraag die ik dan nog bijvoorbeeld heb is van... Je bent nu bijvoorbeeld... Dat hoor ik al. En misschien... Ik zal het even vragen.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Voilà. Hoe begin je eraan?

Speaker B:

grote aardappelen gekozen nu. Maar oké, als ze te kleine zijn, kan dat ook geen kwaad. Natuurlijk eerst afspoelen, onder het water een beetje. En dan ga ik dus met een dunschiller beginnen schillen. En ik heb een vrij speciale dunschiller, of een dunschiller voor de kleine kindjes, zoals ik hem altijd noem. Dat is met een groot handvat. En... Dan begin je dus van links naar rechts te schillen, in mijn geval schil ik van links naar rechts. En ik voel dus waar dan nog schil zit. Je moet... Ja, dat mesje van die dunschiller... Ja, dat is een mesje eigenlijk. Dat mesje is nu verticaal op mijn aardappel. en ik beweeg dan eigenlijk van links naar rechts. Dus ik houd dat mesje plat tegen de aardappel en ik beweeg van links naar rechts. Er zijn ook mensen die het anders doen. Mathias heeft het ons ooit eens uitgelegd. Mathias heeft het ooit nog wel gezien. En die draait bijvoorbeeld heel hard met zijn aardappel.

Speaker A:

Ja, ik ben ook wel zo. Ik draai ook wel.

Speaker B:

Wel, ik draai ook, maar ik draai niet als ik schil. Dus ik schil van links naar rechts en dan draai ik niet. Maar wel als ik natuurlijk moet voelen waar er nog schil is. Dat wel natuurlijk.

Speaker A:

En voel je nu ook aan je aardappel af en toe dan?

Speaker B:

Ja, ik heb hem met twee handen vast, dus ik voel altijd met mijn linker hand waar is er nog schil, met mijn linker wijsvinger vooral eigenlijk, waar is er nog schil. En met mijn rechter hand schil ik dan.

Speaker A:

Dat klinkt mij heel logisch. Nog andere tips die ik eventueel zou kunnen meegeven is, droog af en toe je vinger af, zodat je gemakkelijker kan voelen waar er niet geschilde plekjes zijn.

Speaker B:

Maar ik zou niet weten hoe ik

Speaker A:

het anders ook beter zou kunnen uitleggen.

Speaker B:

Wel, als je je handen wast en je voelt dan nog eens of er schil aan zit, dan kan dat ook wel eens helpen. Ik geef toe, in het begin is dat niet simpel om een aardappel te schillen. Ja, ik doe dat nu wel vrij veel. Er zijn ook mensen die zeggen, daar zitten nog oogjes aan. Die kunnen we niet zien, of meestal toch niet. dan zijn ze er misschien soms nog aan, maar dat kunnen we niet zien en je smaakt dat ook niet. Dat is weer het uitzicht, denk ik, vooral. Ik ken blinden die dat daar ook willen afdoen. Ik probeer mijn best te doen, maar als het niet lukt, ga ik me daar ook niet te veel over schamen. Er zijn ook mensen die patat in de pel eten, zoals ze dat dan zeggen bij ons op z'n Vlaamse. Dus barbecue, patat in de pel. En dat is ook met de schilderhond. Dus we gaan straks koken, die aardappelen. Als er nu nog een klein beetje schil zou zijn, is dat ook allemaal geen drama, natuurlijk.

Speaker A:

Oké. Dan gaan we verder met het schilderen

Speaker B:

van de aardappelen, denk ik. Ja, ik heb nog wel even werk.

Speaker A:

Zo meteen ben je terug.

Speaker B:

Ik heb nu... We zijn met twee, Yossery. Ik heb drie grote aardappelen bij mij. Ik ga straks zien wat het geeft als die gesneden zijn, want ik ga die straks ook snijden. En dan kan ik nog altijd zeggen dat ik er nog eentje bij doe.

Speaker A:

Oké, tot zo meteen dan, als je klaar bent met schilderen. Ja, Steven, jij hebt al heel mooi de aardappelen geschild. En wat gaan we dan eigenlijk zo meteen doen?

Speaker B:

We gaan ze snijden. Dus ik snij ze dan meestal eens in twee, dan nog eens in twee. En dan kan je nog altijd beslissen of je het nog eens in twee doet of niet. Het is te zien hoe snel je misschien je aardappelen wilt aan de kook krijgen, hoe kleiner ze gesneden zijn, hoe makkelijker dat het misschien gaat. Maar ja, ik zou ze ook niet te snel of te hard zetten op het vuur. Ik ben ze dus nu aan het snijden en ik ga ze straks een beetje afwassen en dan ga ik ze in water zetten en dan op het vuur zetten.

Speaker A:

Je zet ze dan helemaal onder water?

Speaker B:

Ik zet ze onder water, maar niet... Ja, een centimetertje of zo. Niet te veel. Anders doet het langer in het kooktook.

Speaker A:

Je doet dat ook op het gevoel natuurlijk.

Speaker B:

Ja, ik rammel daar een beetje in of ik vroed daar een beetje in. En dan ga ik nu een pot nemen. En dan ga ik ze in de pot doen. En ik zet ze onder water. Voilà. De pot is goed vol. En ik zet het vuur nu op. En dan mogen die gewoon rustig koken. En je kan daar dus eigenlijk al zout bij doen. Of je kan zeggen, ik wacht tot het kookt en ik doe er dan zout bij.

Speaker A:

Wat doe je meestal zelf?

Speaker B:

Wel, ik doe meestal het zout er pas bij als het kookt. Omdat ik eens gehoord heb, als je er al zout vooraf zou bijdoen, dat het dan minder snel zou koken. Maar ik ga het er nu al bij doen, anders ga ik het misschien toch weer vergeten. We zijn hier met twee en zo en een beetje babbelen en zo. durf je dat wel eens te vergeten. Dus ik ga het er al bij doen. En dan zet ik daar een deksel op. En dan mogen die gewoon beginnen koken.

Speaker A:

Dan zijn we zo meteen weer bij jou terug.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Steven, jij hebt nu een pan op het vuur gezet.

Speaker B:

Ja, want de aardappelen zijn nu aan het koken. Daar hebben ze eigenlijk voorlopig geen onzin naar. Dus dan kunnen we iets anders doen.

Speaker A:

Jij gaat al visstiks bakken.

Speaker B:

Ik ga visstiks bakken, ja. Dus ik doe nu boter in de pan. Ik weet dat het makkelijker gaat met olie, maar ik heb geen olie. Ik ben een botermens, ik kan er ook niet aan doen. Dus ik ben nu boter in de pan aan het doen. Uiteraard met een vork. Niet met je handen stijven? Ik zou niet durven. Dan laat je het gewoon smelten. Dan moeten we even wachten. Ik ga de frissticks uit de diepvries halen.

Speaker A:

En dan is het een minuutje of twee wachten totdat de boter gesmolten is?

Speaker B:

Ja, dan ga je dat horen. En dan gaan we die erin gooien. Ik heb mijn vuur nu op stand zeven gezet om die boter te laten smelten. Straks ga ik dat iets lager zetten. Anders gaan ze misschien barsten of aan de buitenkant, de tokkerkant of de binnenkant niet mals genoeg.

Speaker A:

Dan gaan we even wachten. Ja, we horen de boter nu al mooi sissen, dus die is eigenlijk al gesmolten.

Speaker B:

Ja, dus ik ben nu met mijn spatel goed aan het rondgaan dat overal de boter ligt.

Speaker A:

Voel je ook dat de melk al gesmolten is?

Speaker B:

Mag nog een klein beetje. Ik heb ondertussen de fishsticks hier al klaar staan. Dat zijn gewone fishsticks van Iglo. Ik koop er met vier in een doos. Je hebt heel veel mensen die zeggen, wil je die van 15 of met 20 in een doos? Dat zijn van die kleintjes. Ik doe dat niet. Ik ken dat eigenlijk niet zelfs. Altijd met vier in een doos. En ik bak die dan gewoon in de pan. Maar je kan dus ook, en dat is nog gemakkelijker, met de erfvraaier dat doen.

Speaker A:

Inderdaad, dat is Mathias' zending.

Speaker B:

Hij is de specialiste van de uitdagers. Hij is ook de gezondste van ons drie of vier. Eerst ga ik ze er nu inleggen. Ik ga er vier inleggen. En ik ga proberen ze zo te leggen dat ik daar structuur in heb. Dus je moet goed weten waar ze dan liggen.

Speaker A:

Ja, ik hoor ook echt wel goed wat gezist.

Speaker B:

Waarschijnlijk ook een beetje van de patatten. Ja, de aardappeltjes zijn ook aan het garen of aan het koken. Dus je hoort een beetje van alles door elkaar.

Speaker A:

En dan mogen de fristicks bakken. Steven, we merken... Je hebt toch een beetje je idee bijgesteld. Je gaat er drie in plaats van vier.

Speaker B:

Ja, ik vind vier gaat er niet helemaal in en dan ga je stukken hebben die misschien niet gebakken zijn of niet goed gebakken zijn. Ik laat ze nu gewoon rustig in de boter. Ze zijn op het gemakje aan het garen. Het is belangrijk dat die dingen van binnen ook warm zijn, want als je je vuur te hard zet, gaat dat echt te veel van buiten verbranden.

Speaker A:

Ik weet niet of je het al hebt gezegd, maar hoe draag je ze dan?

Speaker B:

Met een vork. Dus ik ga ze nu nog even laten. Ik ga misschien ietsje toch harder zetten, want ik vind dat het toch wel iets harder mag. En dan ga ik ze straks met een vork omdraaien. Dus wat ik dan doe... Ik hou... Ik weet waar ik mijn visstuks heb gelegd, daarom dat ik ook zei, ik ga er drie inleggen en geen vier, en ik moet structuur houden in de pan. Ze liggen allemaal mooi onder elkaar in de pan, en dan ga ik daar straks de ene vasthouden met mijn hand, en daaronder gaan met mijn vork, en dat dan zo omdraaien. Dat is echt helemaal niet moeilijk. Dat is een dik stuk vis.

Speaker A:

En je hebt ook niet voor dat ze soms uit elkaar vallen of zo.

Speaker B:

Dat hangt er ook vanaf hoe hard je je vuur zet. Als je iets te hard zet, dan spat het er tegen.

Speaker A:

En op welke je koopt.

Speaker B:

Misschien. Bij deze heb ik dat nog niet echt meegemaakt. Ik haal ze ook gewoon recht uit de diepvries, dus ik heb ze niet ontdooid. Blijkbaar vallen ze dan meer uit elkaar. Ook als je ze in de eiervraaier zou leggen, niet ontdooien, gewoon zo erin leggen. Oké. Dan moeten ze waarschijnlijk wel iets langer, maar oké, dat...

Speaker A:

Dat hoort erbij.

Speaker B:

Dat hoort erbij. En je hoort eigenlijk nog niks, maar ik kan je wel zeggen dat het vuur opstaat. Dus dat heeft blijkbaar wel even tijd nodig om Ja, een beetje op te warmen en ja, we gaan dat dan straks wel gewoon omdraaien.

Speaker A:

Ja. Oké, dan komen we straks weer bij iedereen terug.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Ja, Steven, ik hoor gepruttel.

Speaker B:

Ja, dus aardappeltjes aan het koken nog altijd en de fishsticks, die zijn ja, stilaan aan het bakken, hè. Ik ga ze nu ook stilaan ook eens omdraaien, hè, want anders ga ik maar langs één kant bakken.

Speaker A:

Ik ben benieuwd, ik ben benieuwd.

Speaker B:

Dus, zoals ik het misschien al zei, je gaat dan die vasthouden, die visstik. In het midden houd ik die vast en ik schep er met mijn vork onder en ik draai die dan om. En ik blijf die vasthouden met mijn hand tot die helemaal omdraait. En als ik hem aan het omdraaien ben, houd ik het nog zo'n klein beetje vast met mijn duim. Voilà, en ze zijn omgedraaid. En laten we nu maar even rustig bakken nog. Dankjewel. Wat we al zouden kunnen doen, maar ik ga dat nu nog niet doen, want ik doe niet te graag te veel dingen ineens. Ik weet dat dat tijdbesparend is. Ik zou al mijn spinazie kunnen genomen hebben en opgewarmd hebben, want dat gaat ook nog even duren. Maar ik moet straks ook nog puree maken, dus dan doe ik dat tegelijkertijd en dan zal alles wel ongeveer op hetzelfde moment klaar zijn. De tartaar hoeven we ook gewoon maar uit de frigo te nemen, moet je ook trouwens niet afwarmen. Dat is koude tartaar en die doe je daar gewoon bij, als je daar zin in hebt. En we gaan nu alles rustig laten doorkoken en doormakken. Ik ga eens kijken hoe het met de aardappelen zit. Die zijn nog een beetje te hard. Dat voel ik met mijn vork. Dus ik ga nu met mijn vork in de kom. En dan kan ik dat wel voelen. Als dat nog... Als het zo niet meegeeft... Je kan ook altijd een stukje aardappel proeven, natuurlijk. Als je dat wenst. Dan kan je het natuurlijk zelf proeven of het goed is of niet. Maar... Ja, laat ze gewoon rustig koken. En... Het is een beetje op feeling ook, dat is misschien een heel makkelijke manier om het te zeggen, maar...

Speaker A:

Nee, maar het klopt ook wel, hè. Het warmt nog vrij veel aardappelen. Het is vol, het is proef, hè.

Speaker B:

Ja, en je hoort nu ook dat de visstikstulletjes aan beginnen te bakken, hè. Dus dat... Ze beginnen niet open te spetteren, dat niet. Dus ik ga ze straks nog eens omdraaien ook. Maar dat geluid hoor ik graag. Als ik dat hoor... Dan denk ik eens dat we goed bezig zijn.

Speaker A:

Ik luister, dan denk ik eens met jou.

Speaker B:

Ja, kijk, hoor eens. Niet slecht, hè?

Speaker A:

Ja, ze bakken lucht.

Speaker B:

Ik moet zeggen, ik heb op mijn vuur dan net iets hoger gezet. Je hebt veel mensen die zeggen, je moet ze niet te hoog bakken. Dat is waar, maar het moet ooit wel eens beginnen natuurlijk. Het moet smaken en het moet ook overal warm zijn. Maar begin niet te hoog. Als je zoiets hebt van het schiet niet op, dan zet je je vuur hoger. Maar het hangt ook een beetje van vuur tot vuur af. Ik ga ze nu nog eens omdraaien. Ook zien dat ze niet uit elkaar vallen. Daarom houd ze in het midden vast. Dan heb je er meer evenwicht over, meer stabiliteit over.

Speaker A:

Merk je dat?

Speaker B:

Ja, als je ze aan de kant vasthoudt en ze breken. Je moet altijd een klein beetje opletten met vissticks.

Speaker A:

Goed, dan wachten we nog eventjes.

Speaker B:

Ja, tot alles klaar is en we de breek kunnen maken en de vissticks kunnen uitscheppen. Terwijl we de puré maken, gaan we de spinazie opwarmen. Dat zijn gewoon blokjes spinazie met room die ik in mijn geval in de spar heb gekocht. Je kan die overal kopen. Dan warm je dat in de microwave of in de magnetron op en dan zijn we vertrokken. Je kiest zelf of je het doet bij je puré of niet. Of hou je die apart. Ik hou ze liever apart, zodat ik zelf weet Hoeveel spinazie heb ik hier en hoeveel doe ik erbij? Maar je kan er ook spinazie per even maken.

Speaker A:

Ja, ik doe dat dan weer meer.

Speaker B:

Ja, dus jij gaat waarschijnlijk dan... Als je aardappelen gekookt zijn, ga je die er waarschijnlijk bij doen. Als je ze hebt afgegoten, gaan we straks ook nog iets over zeggen, ga je die blokjes erbij doen waarschijnlijk.

Speaker A:

Ik denk dat ze ook niet meer

Speaker B:

te lang moeten hebben, de visstuks. Ik ga ze nog eens omdraaien. De laatste.

Speaker A:

En hoe verhoud je dat overzicht voor jezelf?

Speaker B:

Ik weet waar ik ze heb gelegd, hè?

Speaker A:

Maar het gebeurt toch wel eens af en toe dat je zegt dat je ze omdraait.

Speaker B:

Of hij breekt, of hij ligt een beetje anders. Maar daar probeer ik wel op te letten. Het is natuurlijk voor ons niet evident om te weten, zijn ze nu al bruin gebakken of niet. Maar ik kan dat wel voelen aan de korst ook. Ik vind dat ik nu aan de korst echt goed voel dat ze vanbinnen zullen warm zijn en ik ga ze ook zeker niet meer te lang erin zetten. Ik denk echt niet dat we een koude vis gaan hebben. Ik denk het echt niet. Maar dat is misschien het moeilijkste van heel de zaak. Joester, ik ga de fishsticks eraf halen. En ik ga ze hier gewoon op mijn onderzettertje zetten. De aardappeltjes zijn bijna goed. Ik ga een vergiet nemen. Ik ga straks thuis nog twee fishsticks bakken, want ik heb er maar drie ingelegd. Daarmee hebben we niet genoeg, Joester. Nee, nee, nee. Maar ik hou liever het overzicht. Of een vergiet. In Nederland kennen ze dat wel.

Speaker A:

Ik kan nog eens uitleggen wat het is.

Speaker B:

Dat is een ronde vorm waar je gaatjes in hebt en als je het water van de aardappeltjes daarin giet, dus je giet de aardappelen samen met het water in dat vergiet en dan gaat het water eruit. En dan hou je enkel nog de aardappelen over. Er zijn mensen die er ooit al eens saus hebben ingemaakt en dat is natuurlijk niet gelukt.

Speaker A:

Ja, ik weet niet over wie het is.

Speaker B:

Over iemand die wij niet kennen. Maar ik heb dat verhaal wel eens gehoord in de... In de scholen, in de... Nee, dat was niet op jou. Voor één keer was dat niet op jou bedoeld. Dus de aardappeltjes, die gaan wel goed zijn. Ja, die gaan goed zijn.

Speaker A:

Tijd om ze af te gieten.

Speaker B:

En natuurlijk, dat is ook weer je hoofd erbij houden.

Speaker A:

Ik zal je dat niet te veel afleiden.

Speaker B:

Wat ik dus ga doen, ik neem mijn kom van het vuur. Ik zet... Mijn vergiet staat al in de gootsteen.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

En nu ga ik gewoon mijn vergiet dus in het midden zetten van de gootsteen. En ik ga een beetje mikken, zoals ze dat dan zeggen. Een beetje op het goed geluk. Dus ik zet mijn rand van mijn kom of mijn... Ja, mijn bodem van mijn kom een beetje op de rand van het vergiet. Je hoort dat ik de aardappeltjes erin laat glijden. Dan neem ik mijn vergiet. Ik stuut dat een beetje uit. Zo. Zodat het water eraf is. Ik giet de aardappel terug in het pot. Ik zie ook dat alles eruit is. Ik schrijf ze. En wat ik dan altijd doe, ik weet niet of andere mensen dat ook doen, maar ik zet ze terug op het vuur en ik laat die een beetje opbloemen, zoals men dat dan heet.

Speaker A:

Dus... En waarom doe je dat?

Speaker B:

Ja, omdat ze dan minder... Dat ze dan zachter worden, eigenlijk. Dat ze dan... Dus je hoort het misschien nu. Je hoort de aardappels. Ik hoor ze wel een beetje.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Wat ik dus nu doe, ik ga ze opschudden. Dus ik schud ze op. Dat is opbloemen, hè.

Speaker A:

Opschudden.

Speaker B:

En dan worden ze zachter. keer doen.

Speaker A:

Voilà.

Speaker B:

Dus je hoort ze terug een beetje sissen nu. Ze staan eigenlijk droog op het vuur. En dan gaan we ze nog een beetje opschudden. En dat zal wel goed zijn, denk ik.

Speaker A:

Oké. En in diezelfde kom ga je dan zo meteen een puré maken?

Speaker B:

Ja, maar ik ga eerst al de spinazie nemen nu, uit de diepvries.

Speaker A:

Ja, lijkt me ook wel logischer.

Speaker B:

Ja, want die puré is toch nog warm. Of de aardappelen, wil ik zeggen. Dus ik ga nu de spinazie even uit de diepvries halen. Ja, en hoeveel spinazie moet dat zijn? Ik zou dat allemaal kunnen gaan afwegen. Ik ga dat nu gewoon niet doen. Ik ga spinazie...

Speaker A:

Maar kan je toch misschien een advies geven voor de mensen? Hoe voel je dat aan?

Speaker B:

Ik vrees niet dat mijn advies misschien weer net iets te gulzig zal zijn. Dat is een doos van 750 gram. En ik zelf eet daar... twee maaltijden van. Dus ik... Ik eet wel veel spinazie, maar dat wil dan ook zeggen, ik eet misschien ook dan op dat moment heel weinig aardappelen.

Speaker A:

Je bent een grote eter, hè.

Speaker B:

Ja, maar met de vis en de aardappelen gaat dat minder zijn dan als ik bijvoorbeeld daar een stukje vlees bij eet en een patatje. Want ik ben niet zo'n liefhebber van de gewone natuuraardappel, maar puree wel. Dus als ik gewone aardappel eet, dan eet ik veel meer groente dan aardappelen. Nu is die spinazie een beetje een randding. Je eet dat erbij, maar je hebt ook nog tartaar straks dat je erbij kan eten. Dus ik ga niet te veel opwarmen. We zullen wel zien hoever we daarmee komen. Het is ook goed voelen.

Speaker A:

Je kunt het goed in de doos prutsen en doen.

Speaker B:

Je doet het in een kommetje, je kan het in een doos ook doen. Het zou kunnen dat als die spinazie toch warm gaat worden, dat het springt. Dat het begint te springen in de microwave, in de magnetron. Maar dat gaat nu niet gebeuren. Ik ga hem gewoon inzetten. En ik ga beginnen met drie minuten, vier, vijf minuten, misschien weer drie. En dan ga ik eens kijken en dan roer ik er nog een beetje in. En dan ligt de onderkant van boven en zo, en omgekeerd. En dan gaat het misschien nog beter op warmte.

Speaker A:

Oké.

Speaker B:

Ja, dus ik heb het op drie minuten gezet. Wat gaan we nu doen, Yusri? We gaan onze puré maken, hè.

Speaker A:

Ja, ik ben benieuwd.

Speaker B:

En wat doe je daar dan in, Yusri? Wat... Waar ben je zo fan van?

Speaker A:

Ik doe daar wel ei in, om

Speaker B:

heel eerlijk te zeggen. Ah nee, niet?

Speaker A:

Maar heel veel volk doet dat niet, denk ik. Of ik weet het niet.

Speaker B:

Doe je er boter bij?

Speaker A:

Ik doe er geen boter bij.

Speaker B:

Ik doe er wel heel veel boter bij.

Speaker A:

Jij doet er veel boter bij. Wat er allebei in doen, denk ik, is een beetje nootmuskaat.

Speaker B:

Ik ga er melk bij doen, ik ga er peper, zout, nootmuskaat bij doen en boter.

Speaker A:

Oké.

Speaker B:

En we kunnen er nog altijd dingen bij doen, hè.

Speaker A:

Ja, zeker, zeker.

Speaker B:

Ik ga eens melk pakken.

Speaker A:

Enige suggestie. Ik doe er eigenlijk geen peper in.

Speaker B:

Jeroen Meus, de bekende kop bij ons in België, die zegt inderdaad, je doet er geen peper bij, dat is ook optioneel. Waarschijnlijk is dat omdat je er ook melk bij doet en misschien dat peper en melk dat dan een beetje vroeg doen. Ik weet het niet waarom je dat niet doet. Ik vind het wel een beetje pittiger als er wat peper bij is. En hoeveel melk doe je erbij en hoeveel boter? Dat is hoe je dat zelf wilt, hè.

Speaker A:

Absoluut. Ik zeg het, ik doe er af en toe... Misschien is het een beetje melkje, maar boter doe ik niet. Maar ik wil altijd een ei... Dooier dan.

Speaker B:

Of een heel ei. Doe je er een hele in of een dooier?

Speaker A:

Het hangt ervan af, maar meestal een dooier.

Speaker B:

Ik ben nu bezig met het zout. Ik doe daar lekker veel zout in. Ik heb mijn eten wel zout, ik weet dat er... Dus kwist over zou kunnen bestaan. Maar goed. Beetje peper, klein beetje, niet te veel. En een beetje nootmuskaat.

Speaker A:

En dan... Die nootmuskaat is ook wel belangrijk, hè. Dat maakt of kraakt, vind ik, ook wel een beetje de smaak van je rouguré.

Speaker B:

Ja, dus ik ga een aanveling doen, als jij dat lekker vindt. Oké. En dan ga ik mijn stamper, puree stamper nemen. Je hebt misschien ook al de microgolf op de achtergrond gehoord. Ja, die is klaar. Die eigenlijk zegt van ik ben klaar, maar ik ga nu gewoon even doordoen met de puree. Ik ga nu stamper met een stamper dus, met een puree stamper. Ik ga er goed diep in en ik draai, dus ik druk en ik draai met die stamper. Ja, ja, ja. Zodat, ik probeer dan dat alles gedrukt zijn. Dus ja, een mens kan alleen maar zijn best doen. Het is ook veel puree. Ik ga er nog een beetje melk bij doen. Want dat mag ook niet te droog zijn, de puree. Ja kijk, je ziet, ik kan daar eigenlijk niet meer veel over zeggen. Dan moet je dat nog iets doen. Nee.

Speaker A:

Dus eigenlijk je tartaarsaus... Die moet ik

Speaker B:

gewoon uit de frigo nemen. Ik ga dat straks doen. Ik schep jou een lekkere visstick op. En ik ga er straks nog twee bakken voor ons, zodat we er dan toch vijf hebben. Die puree moet je zelf kruiden, naar smaak. Wat vind ik lekker, wat vind ik niet lekker. En dan doe je er melk, boter, zout, nootbiskuit, peper bij. En dan... Ja, dan is het eigenlijk... Klaar.

Speaker A:

En wij kunnen dan zeggen, we gaan lekker eten nu.

Speaker B:

Zeker.

Speaker A:

Dus ik zou zeggen, tot de volgende Blind Proof.

Op aanvraag van luisteraar Mark schuiven we deze aflevering wat naar voren. Hij wil graag weten hoe je aardappelpuree maakt. U vraagt, wij maken. Steven en Youssri serveren de puree met fishsticks die we in de pan bakken. Voeg daarbij nog wat diepvriesspinazie met room en wat tartaar, en je hebt een lekkere en simpele maaltijd.

Ingrediënten voor 2 personen:

4 tot 6 grote fishsticks, 3 grote aardappelen, 300 tot 400 gram diepvriesspinazie met room, tartaar, boter, melk, peper, zout, nootmuskaat

Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.

[email protected]

Find out more at https://blindproef.pinecast.co