Panna Cotta
Panna Cotta: het klinkt chic, Italiaans en ook alsof je er urenlang in de keuken voor moet staan. Gelukkig valt dat laatste nogal mee. Met een minimum aan ingrediënten is dit klassieke dessert zo klaar. Steven en Youssri testen of Panna Cotta even makkelijk te maken is als op te eten.

Transcript
Hallo iedereen en welkom bij een nieuwe podcast van Blind Proof. En deze keer zijn we met z'n tweetjes, want ik ben hier samen, alleen met Steven in zijn woonkamer.
Speaker B:Dag Joost-Rie.
Speaker A:Dag Steven. Zeg Steven, jij bent een echte desserteman.
Speaker B:Wees maar zeker, wees maar zeker.
Speaker A:En ik heb het gevoel dat we vandaag weer het zoete bekje gaan uithangen met jou.
Speaker B:Ja, dat is absoluut zo. Daarvoor ben ik misschien wel wat gekend.
Speaker A:Ja.
Speaker B:We gaan iets heel simpels maken.
Speaker A:Ja?
Speaker B:Een vrij simpel dessertje.
Speaker A:Oké, dat is dan rap opgegeten en rap klaar.
Speaker B:Rap opgegeten weet ik niet, rap klaar weet ik ook niet, maar het is niet zo moeilijk.
Speaker A:Het is niet zo moeilijk. Wat ga je dan voor ons maken eigenlijk?
Speaker B:Een panna cotta. Weet je wat dat wil zeggen, Jusri? Panna cotta.
Speaker A:Ik denk dat het gekookte room is.
Speaker B:Dat is gekookte room, inderdaad.
Speaker A:Maar dat zit vers in, hè?
Speaker B:Ja, ja, ja, ja, ja. Dat kan ik me voorstellen. Maar wat gaan we doen? We hebben suiker, we hebben room, we gaan dat aan de kook laten komen. Ondertussen leggen we een beetje gelatine in het water. Dat zijn blaadjes die je dan in het water legt, die moet je gaan kopen. Je knijpt dat uit, die blaadjes daarna. En dan doe je die bij het kookmengsel, dus van suiker en room. Je laat dat een beetje indikken, dat kan een tiental minuten duren. Want gelatine doet de boel een beetje opstijven. Dus dan is het de bedoeling dat we daarna ook nog een vanillestokje erbij gaan doen. Dat erbij doen, de zaadjes eruit schrapen, dat ook bij het mengsel doen, dat het allemaal een lekker smaakje geeft. En dan laten we dat afkoelen, we scheppen dat in potjes, we zetten dat in de frigo en dan stijft dat op. En we kunnen er een klein beetje ananas bij serveren voor de gezonde mensen.
Speaker A:En wat hebben we dan allemaal nodig van materiaal misschien?
Speaker B:Wel, ik heb hier een kommetje staan om suiker af te wegen. Ik heb mijn weegschaal uiteraard klaarstaan. Ik heb een kom op het vuur gezet, een klein pannetje. Voor de room en zo. Dus we gaan eraan beginnen en je gaat zien, het is eigenlijk helemaal niet moeilijk. Als er een dessert is dat je echt eens zou willen maken om te beginnen, dan zou ik dit misschien wel aanraden. Ja, fruit slaat natuurlijk ook, maar dan moet je weer gaan snijden en schillen. Dat is ook allemaal heel lekker. Dan vind ik dit misschien toch één van de makkelijkste dingen.
Speaker A:Oké, jij bent de kenner, want jij proeft graag zoet. Zeker, zeker. Ik zou zeggen, we gaan er gewoon direct aan beginnen. Wat gaan wij doen?
Speaker B:Wel, ik ga eerst een beetje suiker afwegen. Dus ik heb de weegschaal. Vivienne.
Speaker A:Ja.
Speaker B:Tara, nul. Ik had ze blijkbaar al opgezet. Ik zet Tara, dus ik zet het kommetje erop. Ik neem even een lepel. Ja, je hoort dus 407 gram. Dat is mijn kommetje. Dus ik ga gewoon nog eens op Tara duwen. Dan gaat hij nul zeggen. Tara, nul. Ik ga een beetje suiker afwegen. Ik zou dat kunnen gieten, maar ik ben een schepper op dat vlak. Omdat ik anders nogal wel eens durf te morsen. Een trucje misschien als je weegt en je kan echt afmeten in soeplepels, in echte volle of goede soeplepels waar alles vol ligt, dan is 20 gram per lepel een goed trucje om dat te weten. Maar ja, afwegen is altijd beter. Bij desserts moet je altijd afwegen. Het is wat ik al zei, voor ongeveer 7 gram. Zegt men een vijftal personen.
Speaker A:Maar als je bij Steven bent, is dat eigenlijk voor twee. Ja, daar kunnen we er drie van maken, maar misschien heb je wel gelijk.
Speaker B:Ik treed jou bij.
Speaker A:Zelfkennis, chapeau.
Speaker B:We zitten toch al aan 63, we moeten 80 gram hebben, dat was ik misschien vergeten te zeggen. En dan gaan we er nu bijna zijn, denk ik. 74 gram. Ja, ik zal er nog wat bij doen en dan zullen we er wel zijn. Als het niet. Ja, oké. Op één gram gaan we nu niet gaan zeuren. En dan ga ik mijn suiker wegzetten. Als je dat niet meer nodig hebt, de dingen die je niet meer nodig hebt, zet je het best gewoon direct weg. Dan heb je daar geen last meer van. Ik ga het kommetje met suiker nemen en naar mijn. Hier komt de pan. Pan gaan. Ja, je mag hier komen staan.
Speaker A:Ja, ik ben onderweg.
Speaker B:Ja, je mag inderdaad hier komen staan. Vader suiker is erbij. Mijn kommetje ga ik hier ook nog ergens zetten. Niet direct in de afwasmachine. Ik ga even nu mijn room nemen. Volle room. Geen culinaire room. Anders gaat het niet lukken. Dus er moet. Minstens 35 tot 40 procent vet in die room zitten. Dus vraag dat als je gaat winkelen: is dit volle room? Dessertroom. Culinaire room, dat is room die je in je gerechtjes zoals soep vol of van doet. Maar dat is niet dezelfde room. Dus hier zit vet in. Het zijn twee busjes van 25 centiliter. Dus ik weet dat het 50 centiliter is. We hebben dus ook 50 centiliter. Room nodig. Ik schud daar eens even goed mee. Ik heb een flesje en een brikje. Dat is toeval. Ik koop normaal dat brikjes volle room en flesjes culinaire, omdat ik dan het verschil weet. Meer is er niet aan de hand. Slim trucje, hè? Ja. Dus ik ga het daarbij gieten. Voilà. Dat is gewoon bij de suiker. Voilà. Dat is al één. Goed. Een beetje uitknijpen. We schudden nog eens met het tweede brikje. We halen dan bij het brikje ook die hoekjes naar boven, omdat je dan beter alles gaat mee hebben van het mengsel. Dus van de room wil ik zeggen dat er niet veel achter blijft. Voilà, we gaan het daarbij gieten. Voilà, we voelen een beetje met de vingers dat alles eruit is. Dan kunnen we straks nog eens van proeven van de room ook. Zo ken je mij, Jusri.
Speaker A:Ja, absoluut.
Speaker B:Voilà, ik zorg dat de laatste druppel erbij is. Ik ga nog eens even schudden. Het zal er ongeveer allemaal in zijn. Dan ga ik dat hier ook even weggooien, maakt niet uit. En dan ga ik even mijn handen wassen, want mijn handen zijn een beetje vuil.
Speaker A:Ik ontwijk zijn handen, voilà, succesvol.
Speaker B:Ja, en dan gaan we mijn vuur opzetten. Ik ga dat nu, ik heb een inductievuur, ik ga dat, wauw, mag toch al koken. Dus ik ga het nu laten koken. Dus dat kan even duren. Toch een aantal minuutjes, hè. Dus dat gaan we er dan straks wel even uitknippen.
Speaker A:Ja, wat weer het mooie zoomen van je vuur.
Speaker B:Ja, dus dan weet ik van mijn vuur staat op stand 7 ofzo.
Speaker A:Ja.
Speaker B:En dan gaan we dat nu rustig laten koken. Dan ga ik een mesje nemen of een mes. Dan ga ik mijn vanillestokje nemen. Want dat brengt toch altijd extra smaak. Dat is toch wel lekker. Anders is het ook maar ro met suiker.
Speaker A:Ja, het zijn vaak die kleine extraatjes die ervoor zorgen dat het extra goed smaakt. Ja, natuurlijk.
Speaker B:Je kan ook natuurlijk vanille extract erin doen, maar vanille stokjes, men zegt ook dat het altijd wel wat krachtiger is.
Speaker A:Ja, je kan het beter afwegen misschien.
Speaker B:Ja, vanille extract, de extremis kan je er ook niet meer uithalen. Bij die zaadjes weet je misschien ongeveer van, nou ja, het is zoveel. Dus ik ga mijn mesje nemen en ik ga dat proberen doormidden te snijden. Dat is niet zo simpel, vind ik. Daar ga ik eerlijk in zijn. Dus ik snijd dat. Ik probeer dat doormidden te snijden met mijn mesje, dus met de punt van mijn mes. Dus dat is niet zo simpel. En je moet dan natuurlijk ook zien dat je overal wat hebt gesneden doormidden. Voilà, ik doe mijn best. Dus ik ga het er proberen uit te schrapen. Maar ik denk dat ik het er straks gewoon ga bij doen en het eraan zo. Uithalen nog gewoon. Ja, ik denk dat dat het beste gaat zijn. Anders ga ik niet alles mee hebben. En we willen toch alles mee hebben, hè?
Speaker A:Dat is waar, ja.
Speaker B:Dus het zit er nu gewoon in. Laat het maar meekoken. Het kan eigenlijk geen kwaad. Ik haal het er straks wel uit. En dan gaat dat ook al misschien een beetje losser komen, die zaadjes. En we gaan het gewoon even laten koken. Jusri, we kunnen er nu niet veel meer over zeggen. Dat moet gewoon koken.
Speaker A:Oké, dan zijn we zo meteen terug. Ja, Steven, we zijn toch nog niet helemaal weg, want jij realiseert je net dat je nog iets moet doen, heb je mij verteld?
Speaker B:Ik ga mijn gelatineblaadjes nemen en die in water laten weken. Dat kan je dus vooraf ook al doen.
Speaker A:Ja.
Speaker B:Dus dat zijn er drie. Omdat mijn recept voor vijf personen is, zeggen ze drie gelatineblaadjes. En ja, ik ga die dus nu laten weken in water. Dus ik ga die in een kom water leggen. Van elkaar trekken als het nodig is. Dit was even nodig nu. En dan ga ik nu gewoon koud water nemen. Geen warm, maar koud water. Dan weken die. Zorg maar dat die een beetje onder staan. Ook misschien dat ze niet op elkaar liggen in de mate van het mogelijke. Voilà, laat die kom maar even staan. En eer dat dat kookt, denk ik dat de gelatine ook wel stilletjes aan zal geweekt zijn. Ik hoor mijn vuur al een klein beetje knisperen en ik ga roeren in het mengsel dat alles mooi in de mate van het mogelijke oplost. Je ruikt het ook al, ik ruik het ook al een klein beetje, de room met de suiker. Dat was de weegschel die even afsloeg. Voilà, laat het maar rustig koken. Ook zien dat we geen klontertjes suiker meer hebben in onze kom. Je kan ook die suiker, als je die erbij voegt, een beetje zeven. Verklont er eens bij, maar ik doe dat eigenlijk niet. Ik voel altijd wel eens met mijn vinger af en toe of het veilig is. Ja, kijk. Je kan er ook een deksel op zetten op die kom als je dat nu zou willen om het sneller te laten gaan, het kookproces. Maar ik ben daar niet zo'n fan van, omdat je het dan soms ook niet door hebt. En als melk en room beginnen overkoken, dan kan je wel. Beginnen kuisen, dus daar heb ik geen zin in. Zeker met melk. Dus laat het maar gewoon rustig koken, we hebben tijd. Ja, dan gaat het ook niet meer zo lang duren. Dus als de geldin er eenmaal bij is, als ik die uit heb geknepen, dan moet het spul gewoon nog wat koken. Ook niet vergeten het vanillestokje eruit te halen, natuurlijk. Daarna, anders ga je misschien scherpe voorwerpen in je panna cotta hebben. Dat is niet de bedoeling.
Speaker A:Nee, dat is oké. Beetje gevaarlijk als je dat ook aan kinderen geeft, zou ik zeggen.
Speaker B:Ja, ja, ja. Maar we gaan het rustig laten koken.
Speaker A:Inderdaad.
Speaker B:Ja, maar ja, tijdstippen is al moeilijk.
Speaker A:Ja, we horen het.
Speaker B:Nu zie je, we waren aan het babbelen en dat is nooit goed, want de room is een beetje overgekookt, maar dat kan geen kwaad kosten op tijd. Ik was er op tijd bij. Maar je ziet hoe snel het kan gaan. Je bent aan het babbelen over opnametoestellen en dan kookt de room over. Dus ik heb het vuur een beetje uitgezet. Geen probleem. Maar, dat is wat ik dus zeg: als je nog snel de strijk oplooid, als je aan het koken bent, dan ben je er niet op tijd bij.
Speaker A:Ja, ik zal het maar bijsteken deze podcast.
Speaker B:Bij je eten blijven. Bij je eten blijven. Elke seconde opletten. Dus geen probleem, er is niks gebeurd. Dus ik heb hem afgezet, het vuur even. Jusri, ik ga het vuur naar vier verplaatsen, naar stand vier, dat het gewoon rustig doorgaat. En ik ga de gelatine nemen, want die is nu wel mooi. Ja, dat is een beetje slapper. Kun je dat kent, hoe dat werkt?
Speaker A:Ja, dat heeft niet lang nodig.
Speaker B:Nee, dus ik knip die nu uit. Je hoort het. Het kan ook eens goed aan de pot komen dat ze iets horen. Ik knip dat uit en ik leg hem erbij. Ik doe dat met het tweede en het derde blaadje ook. Even laten uitlekken en uitnijpen. Ik pak nu gewoon twee blaadjes bij elkaar. Ik heb twee handen, dus ik moet ze gebruiken. Ik knip ze uit en ik.
Speaker A:Bijna als een van die geluidseffecten van in de film.
Speaker B:Ja, voilà. We gaan niet zeggen welke effecten. En dan gaan we nu eens drie, tien minuten zwijgen of erin knippen, want dat moet nu gewoon oplossen.
Speaker A:Ja, oké.
Speaker B:In het kokende mengsel. Ik ga blijven roeren. Dat gaat heel saai zijn als we dat erin laten.
Speaker A:Dat misschien niet. Kalmeert dat sommige mensen een steek?
Speaker B:Misschien, ja.
Speaker A:Dat er mooie geroeren zijn.
Speaker B:Maar we gaan het toch maar gewoon laten voor wat het is.
Speaker A:Mij zou het in ieder geval niet kalmeren.
Speaker B:Voilà. En dan komen we straks nog even terug om het vanillestokje eruit te halen en het in schaaltjes te scheppen. En dan zou het klaar moeten zijn. Dus tot straks. Even naar geroeren. Juzer, ik heb even de recorders van jou overgenomen. Ik ga ze eens heel. Kort bij de pot houden en dan hoor je het pruttelen. Een klein beetje. Dit is het geluid. En ik ben het nu aan het laten door- of inkoken. Dus de room en het suiker laten een beetje inkoken. En de gelatine ook. En ik denk dat we er bijna gaan zijn.
Speaker A:Ja.
Speaker B:Ik voel dat het mengsel ook al een flink stuk dikker is.
Speaker A:Ja, maar dat kan je wel horen als je nu met de lepels.
Speaker B:Dus als je roert, het midden niet vergeten. Het ruikt een beetje naar pudding. Je kan het een beetje vergelijken met pudding. Het is ook een soort van pudding. Je ruikt de vanille er ook mooi door, vind ik. Dus straks gaan we het vuur afzetten. En dan ga ik dat even laten afkoelen en het vanillestokje eruit proberen te halen. Nu gaat dat natuurlijk veel te warm zijn. Dat moet ik niet doen. En dan moeten we het dus, zoals ik al zei, in potjes scheppen. Ik ga dat misschien nog een klein beetje in die kom laten staan, dat het nog een klein beetje dikker wordt. En dan kan ik het misschien ook makkelijker scheppen.
Speaker A:Ook wel heel snel klaar dan, hè?
Speaker B:Ik vind dat wel. Ja, ik weet niet of we dat nog moeten opnemen: dat je dat in potjes schept. Want je kan ook gewoon zeggen: ik laat het in de kom staan. Dus ik zet het in de kom zo in de frigo en je schept het daarna uit. Misschien is dat voor ons iets makkelijker, omdat het mengsel dan al dik gaat zijn. En dan kan je het gewoon in potjes verdelen. Ik denk dat dat eigenlijk voor ons het makkelijkste is. Dus ik denk dat ik dat zo ga doen. En dan leg ik daar een paar schijfjes ananas bij. Ik heb ananas in blik gekocht. Ik denk, Jussie, dat we het hierbij kunnen laten.
Speaker A:En de recordertjes op stop kunnen zetten. En straks genieten van een lekker dessertje. Dus Steven, ik zou zeggen bedankt om het allemaal zo proper en helder uit te leggen.
Speaker B:Hopelijk smaakt het ook, inderdaad. Je gaat het zien, maar twijfel daar niet aan. Ik heb dat nogal eens gemaakt, dus dat komt wel helemaal goed.
Speaker A:Het zal wel meevallen.
Speaker B:En je kan ook natuurlijk voor de liefhebbers een beetje alcohol erbij doen als je dat zou willen.
Speaker A:Of muizenstroomtjes ook? Of doe je dat minder dan daarbij? Ja, dat is misschien.
Speaker B:Maar als je dan alcohol zou erbij doen, ervoor het koken of er helemaal na. Niet tussen het koken. Maar dat is maar een optie. Oké, dankjewel Steven en tot de volgende Blind Proof!
Panna Cotta: het klinkt chic, Italiaans en ook alsof je er urenlang in de keuken voor moet staan. Gelukkig valt dat laatste nogal mee. Met een minimum aan ingrediënten is dit klassieke dessert zo klaar. Steven en Youssri testen of Panna Cotta even makkelijk te maken is als op te eten.
Ingrediënten voor 5 personen:
500 ml room
80 gram suiker
3 gelatineblaadjes
1 of 2 vanillestokjes
Ananas (optioneel)
Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.
Find out more at https://blindproef.pinecast.co