Blind Proef
Een podcast over koken met een visuele beperking
1 month ago

Kook hulpmiddelen, klein en handig

We gaan op bezoek bij de Brailleliga en krijgen een hele reeks aan kook hulpmiddelen voorgesteld door Floore. In dit tweede en laatste deel overlopen we alle overige handige spulletjes wat je als blinde of slechtziende kan helpen in de keuken.

Transcript
Speaker A:

Hallo en welkom in de nieuwe aflevering van Blind Proof. En ik zit hier weer met Yuzuri en met Mathias.

Speaker B:

Hallo.

Speaker C:

Voor deel 2.

Speaker A:

Voor deel 2 van de podcast over de keukenhulpmiddelen. We zitten nog altijd bij Flore van de Braille Liga. Dag Flore.

Speaker B:

Hallo.

Speaker A:

En we hebben al meten en wegen gedaan, de categorie, en nu gaan we kleine gadgets doen. Een paar kleine dingetjes die heel handig zijn. Hulpmiddeltjes. Om het koken nog makkelijker te maken.

Speaker B:

Ja, dat klopt. Dag iedereen.

Speaker D:

Hey, hallo.

Speaker B:

Fijn dat jullie er zijn. Dus we hebben een paar kleinere hulpmiddelen bij. Het is belangrijk om aan te geven dat veel van die hulpmiddelen niet specifiek gemaakt zijn voor blind en slechtziende personen. Het zijn eigenlijk gadgets die je... in de reguliere winkel kunt vinden die wij hebben uitgekozen, omdat die ook handig kunnen zijn voor blinde of slechtziende personen. Er zijn een tweetal dingen bij die specifiek ontwikkeld zijn voor blinde of slechtziende personen. Ik zal daar misschien mee beginnen. Ik ga even de kruidencarousel nemen.

Speaker A:

Daar zijn we wel fan van.

Speaker B:

Ik zet die in het midden van de tafel.

Speaker A:

Het is wel een groot ding.

Speaker C:

Hoe hoog is dat ongeveer?

Speaker B:

Zo rond de vijftien centimeter hoogte.

Speaker C:

Ik ben aan het denken, past dat in mijn schuif?

Speaker A:

Jawel, daarom mag ik het zeggen. Ik zie twaalf klepjes, dus een rond ding met twaalf klepjes.

Speaker B:

Het is ongeveer tien of vijftien centimeter hoog.

Speaker C:

Het gaat er misschien net in gaan.

Speaker B:

Het is een cirkel. Hoe zou je het omschrijven? Een brede, platte cilinder. Die bestaat uit twaalf... onderdelen, twaalf bordjes.

Speaker C:

Zoals pizzapunten.

Speaker A:

Ja, je kan die eraf halen en dan kan je daar dus kruiden in doen.

Speaker B:

Dus eigenlijk heb je zo'n twaalf soorten pizzapunten, zoals Mathias het zo mooi vergeleek. Het zijn allemaal bordjes. Als je onderaan duwt, dan kun je die eruit trekken. Je kunt die bovenaan... Dat is een klep waarmee je die kruiden... Het potje vult met kruiden. Als die kruiden erin zitten, moet je dat niet meer openen.

Speaker D:

Het gaat ook heel gemakkelijk. Ik ben het aan het doen.

Speaker B:

Dan heb je een soort draaiknop.

Speaker D:

Ja.

Speaker B:

Oké, daar wil ik... Daarmee kun je dan één, twee, drie... Dat zijn de snuifjes.

Speaker C:

Het komt er dan langs onderaan. Ergens aan de achterkant of vlak aan die draaiknop?

Speaker B:

Ik denk dat we eens moeten kijken.

Speaker B:

Als je...

Speaker C:

Dat is wel echt cool. Dat vind ik goed.

Speaker D:

Daar kunnen we nu eens goed in kruilen.

Speaker B:

Maar je moet die ook wel geopend doen. Mag ik eens zien, Mathias, als je dat meetoont? Ja, voilà.

Speaker C:

Dat doet geopend. Ah, er is een klepje na.

Speaker A:

Ja, een klepje van boven.

Speaker B:

Zodat je dat niet te veel morst. Dat klepje, ik ga even...

Speaker C:

Dat klepje dan... Ja, dat er nadien niets meer uitvalt.

Speaker B:

Dat moet je openzetten.

Speaker C:

En dan draait je. Hier komt het dan uit. Elk draaitje... Nu voel ik het. Dat vind ik superhandig. Anders heb je altijd vieze handen. Je weet niet hoeveel je hebt. Ik vraag me alleen af hoeveel eruit komt. Als dat in één keer al heel veel is...

Speaker D:

Dat zal wel meevallen.

Speaker A:

Een snuifje is tussen dan en wijs. Dat is een snuifje, zegt men dan.

Speaker B:

Ja. En wat je dan kunt doen... Ik vind die pizza-punten echt een keigoede vergelijking. Je kunt dan eigenlijk bovenaan... Je hebt de bovenkant van dat toestel, waar je dan de twaalf... Ik ga even zo draaien. ...waar je de twaalf pizza-punten van boven ziet. En daar kun je dan een label op aanbrengen. Daar heb je wat ruimte om met braille of met een labelpen... Echt hier, hè?

Speaker D:

Ja, ja, ja.

Speaker C:

In het midden zit daar nog iets in?

Speaker B:

Nee, dat is eigenlijk gewoon een soort van handvat.

Speaker D:

Je kan dit nog wel open doen.

Speaker B:

Ja, maar ik denk dat dit normaal gezien vast erop zit. En dat je dat normaal gezien niet kunt af. Maar dat is dan een heel oud toestel dit hier.

Speaker A:

Ik zie hier ook een rondje op dit. Waarom is dat dan? Is dat een markering?

Speaker B:

Dat is een markering die er al op staat. Van een labelpen.

Speaker A:

Ja, klopt. Dat was een cirkeltje waarom dat moest... Dat zal iemand ooit zien.

Speaker C:

Als je 12 meest gebruikte kruiden er al in doet, dan kun je al een heel stuk voort.

Speaker D:

Ja, dat denk ik ook wel.

Speaker C:

Want ik denk dat je ongeveer één kruidenpotje er kunt ingieten, denk ik.

Speaker B:

Ja, het is heel ruim, hè. Voilà. Dus...

Speaker A:

Dat is heel handig.

Speaker B:

De kruidencarousel. En dan... Anders is het heel moeilijk.

Speaker A:

Om af te wegen die kruiden.

Speaker B:

Even kijken. Dus iets anders. En dit is iets wat we niet verkopen, wat we heel even aangekocht hebben. Om eens uit te testen, maar ik weet niet zo goed wat ik ervan moet denken. Dat is een penpickle. Dat is een soort siliconen, een soort banaan precies. Langsgesneden.

Speaker D:

Het voelt echt als een banaan.

Speaker B:

Nu, op de tafel blijft dat niet goed plakken. Als je dat op je kookvuur legt, blijft dat heel stevig liggen. Dus dat is eigenlijk om te weten waar je je pan moet zetten.

Speaker A:

Een soort van pasta, want sommigen gebruiken daar pasta voor.

Speaker B:

Ja, dat is eigenlijk een... Dat heet een panpickle. Ik zal die even laten voelen.

Speaker C:

Dat is een rubber die je op je pot kunt tegenschuiven.

Speaker B:

Het nadeel is natuurlijk... Die blijft bewegen. Die blijft wel heel goed op een kookvuur liggen, maar je veegt je kookvuur af.

Speaker D:

Dat wordt vuil.

Speaker C:

Dat moeten ze terugleggen.

Speaker A:

Je moet weten waar.

Speaker C:

Op een glazen plaats is het beter.

Speaker B:

Ja, dat is getest. Het blijft goed liggen, maar als je dat dan poetst en je moet dat terugleggen, dat is het moeilijkste.

Speaker C:

Maar ik vind het eigenlijk wel nuttig om...

Speaker B:

Het is tof.

Speaker C:

Eens je pot heet is, kun je niet gemakkelijk voelen waar je moet zetten.

Speaker B:

Nee, dat klopt.

Speaker C:

Waarschijnlijk is het ook niet zo duur.

Speaker B:

We verkopen die dus niet, maar je kunt die online kopen. We hebben die even aangekocht om te testen, maar omdat we net met dat probleem zitten van oké, als je dan poets en haalt dat eraf, hoe zet je dat er dan terug op? Hoe doen jullie dat om de pan correct op het vuur te zetten? Dat is makkelijk.

Speaker A:

Wel, ik heb daar echt niks voor.

Speaker D:

Ik baseer mij een beetje op de schakelaars van mijn vuur zelf. En op de duur weet je ook wel ongeveer waar je op zit.

Speaker A:

Ja, ik richt en ik weet... Ik voel dan eerst voor- en achteraan, links-rechts. Als het vuur warm wordt, weet ik dat de pan goed staat. Ik hoor het ook als ik mijn vuur opzet. Als het begint te zoomen, weet ik van...

Speaker D:

Ik heb ook nog een gemakkelijke ronde plaat, dus voor mij... Ik ben een beetje aan het vuil spelen.

Speaker C:

En ik koop maar een gasvuur, dus ik kan het aan de bekken voeren.

Speaker B:

Je hebt ook natuurlijk die Attach-plaat. Die heeft ook zo'n plaat die op het vuur ligt waarin de kookvoeren uitgesneden zijn. Dat is heel tactiel, maar ook heel duur.

Speaker A:

Dat is duur, ja. Is dat dan met van die pasta, of is dat nog iets anders?

Speaker C:

Een uitgesneden rubber is dat eigenlijk. Een vuil dat je op je vuur legt en dan zijn er gaten waar je je pot moet zetten.

Speaker A:

Dat blijft liggen.

Speaker C:

Ik vind dat ook. Als je dat niet smorst... Is het dan hygiënisch? Dat weet ik niet.

Speaker B:

Volgens mij was je dat af zoals je je koken afwast.

Speaker C:

Terwijl je aan het koken bent, heb je het misschien niet zo rap door. Ik weet het niet.

Speaker B:

Dat is een moeilijk vraagstuk. U vraagt dan naar die pasta, omdat je dat even vermeldde. Wat we hebben, is iets wat veel mensen kennen, de typische markeerpasta. Dat is eigenlijk een tube. Daar zit een soort van liquide in, een pasta, en daarmee kun je puntjes op je vuur aanbrengen. Je laat dat 12 uur drogen, dan wordt dat hard.

Speaker D:

In mijn eerste appartement heb ik dat ook gebruikt. Dat blijft best wel lang, maar op een duur slijt dat af. Dan moet je dat opnieuw plaatsen.

Speaker B:

Het fijne daaraan is dat je puntjes kunt aanbrengen als markering, maar ook lijnen bijvoorbeeld. En dan maakt dat tactiele vuren, waar mensen vaak problemen mee hebben, kunnen op zich wel aangepast worden met die markeerpasta. Dus dat is geen dure, maar wel een degelijke en goede aanpassing.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Oké.

Speaker D:

Hoe lang weet jij nog? Hoe lang dat zo'n markeerpasta standhoudt?

Speaker B:

Ik zou denken, als je vaak kookt en altijd afpast opnieuw, dat je dan een paar maanden opnieuw moet aanbrengen. Maar zo'n pasta kost rond de drie euro, je doet daar jaren mee.

Speaker C:

Supergoedkoop.

Speaker B:

Ja, dat is heel goedkoop en je doet daar heel lang mee.

Speaker D:

Oké.

Speaker B:

Wat hebben we er nog? Nu gaan we over naar de gadgets die niet blind specifiek zijn, maar dus eigenlijk gewoon in de reguliere winkel.

Speaker A:

Gewoon handig.

Speaker B:

Handig en tof en grappig. We hebben hier iets om een eitje te pocheren. Ik ga aan Justry en Steven een ander geven.

Speaker A:

Dus met een bloem is dit?

Speaker B:

Ja, dus Steven heeft...

Speaker A:

Nee, dat is niet de bloem.

Speaker B:

Dat is een palmboom. Dus eigenlijk heb je een soort van kuipje, een siliconen kuipje die je in het water legt. En op de rand van dat kuipje staat een palmboom, dus dat is wat ludiek. Ja, dat eitje zou je daar dus in moeten openen, in dat kuipje. Je legt dat in het kokend water en dat blijft drijven.

Speaker A:

Oké.

Speaker B:

Hetzelfde, hier, Justry heeft een... Hoe noem je dat? Een Venetiaanse gondel.

Speaker D:

Ja, die vind ik... Ik vond het heel grappig, eigenlijk.

Speaker B:

Dus je legt die in het water, die gondel. Je legt je eitje daarin. En dan zou je dat moeten pocheren.

Speaker C:

Maar de palmboom is wel handig om hem er terug uit te halen.

Speaker A:

Ja, dat het wel handig is die palmboom. En dat het uitsteekt en je kan het makkelijker uit water halen, zoals jij al zei.

Speaker C:

Dan kun je hem gemakkelijk terugvinden en eruit halen.

Speaker D:

Dan had ik bij die gondel hier wel ook nog de vraag van hoe... Hoe haal je die er gemakkelijk uit?

Speaker B:

Je hebt hier het staartje van die gondel, maar dat is minder hoog. Dus als je moet gaan voelen in het kokend water dat al brubbelt, dan lijkt me die palmboom een pak veiliger.

Speaker D:

Ik zal hem eens doorgeven, heren.

Speaker C:

Ik heb hem al gevoeld.

Speaker A:

Heb jij de palmboom al gevoeld?

Speaker B:

Dat is ook ietsje groter. Dat kuipje is een beetje groter.

Speaker D:

Dat is wel beter, ja. Ik denk dat ik dat ook zou verkiezen.

Speaker C:

En dat is dus om één eitje per keer te pocheren.

Speaker B:

Ja, ik vermoed dat anders je verschillende palmen moet doen.

Speaker D:

Hopelijk pocheert het niet. Maar... Ja.

Speaker B:

Dan hebben we nog... Ik ga twee hulpmiddelen in het midden leggen. Dat is... Het ene is voor losse thee. Dat moet je ook al zien. Wil je losse thee? Het is een soort van... Het ziet eruit als een onderwater... Hoe noem je dat? Een duikboot. Je kunt die ene kant open... Ik ga even... En dan kun je daar je losse thee in doen.

Speaker C:

Een soort eitje of zo.

Speaker D:

Ja, eigenlijk... Met zo'n rare knopjes?

Speaker B:

Dat is omdat dat een duikboot is. Dus die gadgets zijn allemaal zo wat ludiek en mooi, dus dat is ook wel fijn om in de keuken te hebben.

Speaker D:

Je kan dat ook... Er hangt een kettinkje aan. Dat vind ik wel bijzonder.

Speaker B:

Dus dat kettinkje met op het einde een haakje, kun je dan rond je glas doen, zodat je het ook makkelijk kunt uithalen. Je kunt de duikbot omhoog trekken.

Speaker D:

Dat is wel echt cool. En hoe noem je dit?

Speaker B:

Dat is een... Een theehouder? Ja. Ik weet niet hoe je dat...

Speaker C:

Ik weet niet, sluit aan.

Speaker B:

Ik heb de verpakking hier, een T-sub. Het is natuurlijk een sub omdat het een submarine is. Maar dus geen specifieke benaming. We hebben hetzelfde voor kruiden. Hier ben ik niet helemaal fan van en ik denk dat er alternatieven zijn. Ik zal het aan Joester geven. Het ziet eruit als een kippenbeen. Dit is het kippenvlees en hier heb je het botje aan het einde. Je kunt dat botje zo... Maar dat is in rubber gemaakt. Het lijkt nu raar hoe we dat hier omschrijven.

Speaker D:

Je kan het niet anders beschrijven.

Speaker B:

Je kunt het eraf halen, dus je kunt het eraf trekken. En dan kun je de kruiden in dat siliconen zakje, zoals die. Maar het nadeel van dit is dat je ze heel moeilijk terug aan elkaar krijgt.

Speaker D:

Ik ga dat eens proberen. Als ik het kan, kan iedereen dat.

Speaker A:

Dat weet ik niet.

Speaker B:

Je steekt de kruiden in dat ene zakje en dan hangt ze... Je moet.

Speaker D:

Eigenlijk echt voelen... En dat dan echt proberen erover te schuiven, denk ik.

Speaker B:

Ja, het moet zo wat klikken. Ik vind het niet superhandig. Nu, je kunt dit wel vervangen door opnieuw... Als je een Delenica Mille hebt, heb je veel theehouders die je ook voor kruiden kunt gebruiken.

Speaker B:

Als je losse thee in een handig theehoudertje kunt steken, dan kun je dat ook met de rozemarijn en de tijm.

Speaker D:

Dat is waar.

Speaker B:

Het is niet zo makkelijk.

Speaker D:

Ik vind het niet zo praktisch.

Speaker C:

Zijn het kleine gaatjes of grote gaten?

Speaker D:

Het zijn...

Speaker C:

Ik wou maar zeggen... Peperbolkjes of zo, dat komt erin.

Speaker D:

Ik ben benieuwd of jij het in elkaar kan.

Speaker B:

Het zijn grote gaatjes, maar ik denk dat peperbolkjes niet...

Speaker A:

Ik ga er zelfs niet aan beginnen.

Speaker C:

Ja, het is een soort... Je kunt het vergelijken met een spaarpot, dat je winkels moet prutsen.

Speaker D:

Het duurt toch ook wel even?

Speaker C:

Ja, ik ben gewoon ook al iets aan het voelen.

Speaker B:

Ik denk dat je dat op zich makkelijk kunt vervangen door opnieuw, als je naar reguliere winkels gaat kijken.

Speaker B:

Wat ze verkopen voor thee, om losse thee in te houden, dan denk ik dat je daar wel een... Ja, het is gelukt. Bravo, Mathias.

Speaker C:

Wat ga je zeggen?

Speaker D:

Ik wil het wel eens voelen.

Speaker C:

Dat is dat ik heb gebouwd.

Speaker A:

Ja, het is echt wel zo.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Maar ik... Ja, nee.

Speaker C:

Ik vind het ook redelijk groot.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Als je dat in soep doet of in een grote kookpot, maakt dat niet zo leuk.

Speaker B:

Mensen hebben soms effectief grote rozemarijentakken.

Speaker C:

Ja, laurierplaatjes.

Speaker B:

Omdat veel mensen moeite hebben. We gieten dat in de pot, maar daarna moet je die eruit vissen.

Speaker A:

Dat is waar. Of een kruipenteltje of zo.

Speaker C:

Ja.

Speaker B:

Dus daar heb je op zich wel... Opnieuw, het zijn ook maar... We verkopen niet alles. Er zijn best wat andere oplossingen voor bepaalde dingen. De... Hoe noem je dit? Ik weet niet, maar ik laat het eens voelen.

Speaker A:

De kookverklikker. Dat is een rond schijfje dat je in je pot legt. Je kookt water of melk en je legt dat in je pot. Dat is misschien wel iets voor in het begin, als je leert koken, dat je dat erin legt en het water begint te koken. Dan maakt dat een belletje en dan hoor je het rammelen in de pan of in de pot. Dat gaat dan echt tak, tak, tak. Toen ik... begon chocomelk te maken in de pot vroeger nog.

Speaker D:

Of pudding. Pudding, dat is melk.

Speaker A:

Inderdaad.

Speaker D:

Of gewoon een eikoker doen.

Speaker A:

Als je onzeker bent, begint dat hier te koken of niet, dan leg je dat gewoon erin.

Speaker D:

Het drammelt ook wel enorm.

Speaker A:

Dus als je nu pas begint te koken, zou ik dat misschien wel eens aanraden.

Speaker C:

Kun je dat ook niet met een knikker?

Speaker A:

Ja, dat kan.

Speaker B:

Wat hier speciaal is, dat is een redelijk zwaar glas, dat zakt naar de bodem en daar zit een soort van...

Speaker B:

Ja, openingen in onder aan de glas, waardoor die belletjes ontsnappen. Dat is een specifiek design die maakt dat dat begint te bewegen.

Speaker C:

Dat het echt heel veel lawaai maakt. En de knikker misschien minder.

Speaker A:

En de knikker is ook moeilijker om dat terug uit te krijgen. Dit is wel...

Speaker B:

Gevaarlijk in je soepen.

Speaker D:

Dan krijg je niet door je keelgaat, denk ik. Oké.

Speaker B:

We proberen ook vaak aan te leren. Eerst, lukt het om te horen als het water kookt? Als je hulp met hen niet nodig hebt, ben je altijd onafhankelijk.

Speaker B:

Dan hebben we nog om een appel... Hoe noem je dat?

Speaker A:

Om een klokhuis uit een appel te halen? Een soort appelboor, maar iets meer geavanceerd. Je legt de appel met het steeltje in het gaatje hier, in het midden. En dan moet je duwen met het toestelletje naar beneden om het klokhuis eruit te krijgen. En het snijdt ook je appel in vier of zes stukjes. Dat kan wel handig zijn.

Speaker B:

Er zijn acht partjes, denk ik.

Speaker A:

Ah ja, hier zijn er... Ja.

Speaker A:

Acht, ja. Ik heb er eentje van zes, denk ik. Het is wel handig. Ik vind het soms nog moeilijk om te weten of die appel daar recht in ligt.

Speaker C:

Als je scheef zet, is je klok er niet op.

Speaker A:

Nee, het is daarmee. Je hebt ook een appelboor.

Speaker B:

Die is opnieuw dik gemaakt, want het ziet eruit als een pijl. Van een pijl aan een boog gevoeld aan de hand waar je bent. Steven heeft die even vast. Ik zal u die andere geven.

Speaker A:

Ik heb die appelboor vroeger vrij veel gebruikt op internaat. Dan is het moeilijk om te weten of het recht is of niet.

Speaker C:

Frans, als je appeltjes in je hoofd.

Speaker D:

Wilt snijden... Ja, het zal wel... Ik heb nog een vraagje over die geavanceerde appelboor die snijdt. Kan dat ook met schil? Stel dat je iets wilt maken waar je de schil van de appel bij wil hebben...

Speaker A:

Dat maakt niet veel verschil.

Speaker D:

Ja, ik weet het niet. Sommige dingen...

Speaker A:

Dat kan daardoor. Een schil is niet zo diep.

Speaker B:

Nee, dat snijdt door de schil. Je moet zien of je het makkelijk vindt om die appel te schillen voordien of nadien. Vind je het makkelijker om de paardjes te schillen of om een appel te schillen in zijn geheel?

Speaker D:

Ik eet die gewoon soms graag met de schil maar in stukjes.

Speaker B:

Ik eet die ook niet af, ja. En niet in stukjes.

Speaker D:

Soms wel, soms niet. Ik denk ervan af.

Speaker A:

Nu je daarover bezig bent... Dunschillers, verkopen jullie dat? Heb je daar drugs voor?

Speaker B:

We hebben één, dus... Die zit... Wacht, hoe moet ik het uitleggen? Ik laat het aan Steven. Je steekt daar eigenlijk je vinger op. Je steekt er je vinger door. Het is een soort plat schijfje met bovenaan een buis waar je je vinger doorsteekt. Dan kun je schillen zonder dat je...

Speaker A:

Ja, dat is ook wel handig, denk ik. Ik heb er zo een met een heel groot handvat.

Speaker B:

Mensen schillen... Je houdt het zo plat vast. Ik moet even kijken. Je moet van links naar rechts.

Speaker A:

Ah ja, oké. Ja.

Speaker B:

Inderdaad, je houdt het vast zoals je zelf wilt, zoals je zelf makkelijk vindt.

Speaker C:

Ik heb een dunschilder met tandjes. Dat vind ik superhandig, want alles wat je geschild hebt, dat kun je gewoon voelen.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Ah ja, dat die sporen nalaat.

Speaker C:

Die sporen, ja. Die maken rippels, en dat vind ik superhandig. Oké. Maar deze ken ik niet.

Speaker A:

Nee, ik ken het ook niet, dit.

Speaker C:

Dat is een raar dingetje.

Speaker A:

Ik heb er een voor kindjes, met een heel groot handvat.

Speaker B:

Ah, ja, ja.

Speaker A:

Ik ben er heel content van, maar... Ja, in het begin was dat even wat wat al even.

Speaker C:

Moet jij eens, Yuzuri?

Speaker D:

Ja, zeker.

Speaker A:

Met een mesje moet je dat echt niet doen, als blinde vind ik.

Speaker B:

Er is ook een verschil. Je hebt dunschillers. Als je naar gewone dunschillers kijkt die recht, van boven naar beneden schillen, heb je die dan gevastgehouden met een handvat aan de zijkant. Ik weet niet of je dat begrijpt.

Speaker C:

Ik zou zeggen een soort aftrekker. Dat vind ik handiger voor wortels. En dan een die geen hand houdt, vind ik handiger voor appels of zo. Dus ik heb die alle twee. Maar ik heb ze alle twee met tandjes. En die zijn superscherp ook. Ik vind dat interessant. Die tandjes moeten best niet aankomen.

Speaker B:

Het zit er eigenlijk normaal gezien zo. En dan ga je eigenlijk zo gaan...

Speaker D:

Dat is helemaal anders dan dat ik dat gewoon ben. Ik heb liever dat ik echt zo'n hendel, een handvat heb en dat ik dan zo...

Speaker C:

De groenten of het fruit, de lijf... Dat is eerder voor mensen die het niet goed kunnen vasthouden, denk ik. Die niet genoeg kracht in hun hand hebben. Ik steek dat dan aan je vinger.

Speaker D:

Ik denk eerst dat je dat doorhebt. Je kan dat ook af en vloot gaan.

Speaker A:

Het is omdat we het al een.

Speaker D:

Jaar of een dagje hebben gedaan. De duwenschildertje is uit de koor uitgekomen.

Speaker B:

Eigenlijk raad je bij mensen aan die echt schrik hebben om te snijden, maar die wel willen koken. Je kunt tegenwoordig veel diepvriesproducten vinden die al gesneden zijn.

Speaker C:

Bijna alles.

Speaker B:

Die vroegere ajuin die al voorgesneden is. En als dat je toestaat om opnieuw te koken... Ja. Ja, waarom niet eigenlijk?

Speaker A:

Ja, dat is waar.

Speaker B:

Ja. Voilà, we zijn bijna rond. We hebben nog een klein gadget. Ik weet niet of dat per se... Ik ga het even aan je schrijven. Dat zijn eigenlijk allemaal verschillende... Het zijn rekkers, eigenlijk. Ik zal eens kijken naar de matjes.

Speaker A:

Ik heb er twee.

Speaker B:

Dat zijn rekkers met verschillende relief op. Met bolletjes, driehoekjes, vierkantjes. Dat gebruiken mensen soms om rond een pot te doen als ze willen herkennen dat het een chocopotten- of aardbeekonfituurpot is. Het probleem is dat je moet onthouden welke rekker er rond de mat zit.

Speaker C:

Het is ook wel decoratief om rond een glas te doen.

Speaker B:

Ja, inderdaad. Ze hebben allemaal een andere kleur, een ander gevoel. Het is een beetje een gadget dat tof kan zijn. Je kunt het ook rond een shampoo doen of rond... Voilà.

Speaker C:

Het moet wel passen, want... Ja.

Speaker B:

Die champignon is een soort van... Je hebt de steel van de champignon en het hoedje. Je moet het hoedje omdraaien naar buiten en dan zet je het in een fles en dan wordt het een trechtertje. Eigenlijk is dat een decoratieve trechter om olie in te gieten in je fles.

Speaker A:

Oké, maar het is... Het is nu al omgedraaid.

Speaker C:

Ik snap het, een trechtertje. Dat is handig. Anders is het gemakkelijk om te smossen.

Speaker B:

Eigenlijk is dat gewoon een veredelde trechter.

Speaker D:

Het is wel heel ludiek.

Speaker B:

Sommige dingen zijn altijd maar... Een beetje saai. Dus dat is op zich wel fijn, om iets leuker te doen.

Speaker D:

Het is ook niet zo gemakkelijk om dingen terug in de fles te krijgen zonder het recht te houden.

Speaker B:

En dan hier in de rij nog die E-schede. Ik zal die even aan... Ja, oké.

Speaker A:

Ik heb er ongeveer ook dezelfde. Dus het idee daarvan is dat je...

Speaker B:

Ik ga even wat glas zetten.

Speaker A:

Ja, voilà. Dus je... Je zet het op een tas of een glas, je breekt een ei en je ziet dat je niet met je duimen te veel in de schelp gaat, anders gaat de dooier sowieso breken. Maar dan kap je dat ei erin. Voorzichtig. En dan is het de bedoeling dat de dooier in de schelp blijft. en dat het wit eruit lekt van onder. En ik vind dat een heel handige ding, want ik zou het anders niet kunnen. Je hebt mensen die zeggen, knijp het er met een fles uit of zo. Je doet er een fles in en knijp het zo, de doel eruit.

Speaker D:

Nee.

Speaker C:

Het schijnt nog beter dan als je het zelf aan het matigen doet.

Speaker B:

En die tas is er nu wat kleiner, maar die blijft wel heel stevig, heel stabiel rond. Ik ga eventjes...

Speaker A:

Maar dus voorzichtig breken, dat is wel...

Speaker C:

Je kunt dat ook in elke winkel wel vinden.

Speaker A:

Maar ik denk dat dat een van de eerste hulpmiddelen was dat wij hebben gekocht. Toen we leerden koken. Als iemand zei dat het niet moeilijk was, dan dacht ik, probeer dat maar als je blind bent.

Speaker C:

Zelfs voor een ziende is dat nog niet gemakkelijk.

Speaker B:

Je zei daarnet ook dat je dat met een fles kon doen. Ik heb die nu niet bij, maar jullie hebben dat net gevoeld. Die rubberen diertjes, dat was een varkentje, een kikkertje, ik weet niet wat het derde dier was, met een open mond. Dus je duwt op die diertjes. Die zijn ongeveer de hoogte van een... Een vuist. Ik heb die even niet mee. Je duwt erop, zodat die vacuumtrekker met de mond van dat diertje naar het eigeel gaat. Je moet dat ook al voelen. Dat is niet zo handig. Je trekt het, laat het los en wordt dat eigeel naar binnen gezogen. Ja. Dan moet je al meer gaan voelen.

Speaker C:

Zou je er ook andere dingen mee kunnen uit je pot opzagen?

Speaker B:

Je kruiden, dat is het handigste.

Speaker C:

Nee, ik ben maar eens aan het denken.

Speaker B:

Geen idee, is een goeie vraag.

Speaker C:

Die mond is vrij groot eigenlijk, voor dat eitje.

Speaker B:

Nooit over nagedacht.

Speaker B:

Ja, en opnieuw, dit is wel handig natuurlijk, omdat je gewoon je ei breekt zonder dat je veel moet gaan voelen. Heb je daar lang op moeten oefenen?

Speaker A:

Nee, als ik één keer wist hoe het werkte, niet. Dan was het vrij makkelijk. Maar ik zeg het ook weer, niet te diep gaan met de duimen, want dan is het heel laag. En het gebeurt af en toe wel eens dat er een beetje wit bij het geel is, of geel bij het wit. Dat gebeurt wel eens. Dat hangt ook van de eieren af. Maar ik zou niet meer zonder kunnen. Ik gebruik het heel veel.

Speaker B:

En dan hebben we nog de Talking Thermometer. Dat is een vleesthermometer.

Speaker A:

Dat kan handig zijn voor een steak te bakken.

Speaker D:

Ik zou je dat dan eigenlijk beschrijven. Er is eigenlijk een soort van dekseltje dat daarop zit.

Speaker D:

Dan begin je al te babbelen. Het voelt een beetje als een mislukte pen als je dat teksteltje erop laat, maar als je het eraf haalt, dan voelt het als een... Matthias heeft het net ook al gezegd, een prime.

Speaker C:

Ja, een breiprime, zo'n beetje. Een breiprime, inderdaad.

Speaker D:

En dan heb je eigenlijk een soort van...

Speaker C:

Dat steekt genoeg eten.

Speaker B:

Dat is vooral om de vleestemperatuur te meten. Die is enkel in het Engels. Die gaat van min 50 tot 300 graden.

Speaker C:

Die mag dus ook mee in de oven?

Speaker B:

Ik zou dat niet doen, want het handvat is plastic.

Speaker D:

Ja, inderdaad. Het hele gestel buiten... Je hebt er.

Speaker C:

Ook die mee in de oven kunnen, denk ik.

Speaker D:

Maar als je het zo bijvoorbeeld vasthoudt, langs de onderkant bij het plastic... Het is eigenlijk wel nog een verrassend zwaar ding, vind ik.

Speaker B:

Ja, ik zou denken, als je de oven open doet... Ja, dan echt met.

Speaker D:

Die primaal plak-plak en dan hopen dat.

Speaker B:

Het is echt inprikken, met de prik door het vlees, om te voelen hoe warm het vlees van binnen is.

Speaker A:

Ja, seignant, of je stikt seignant, bijvoorbeeld à point, of bleu nog. Daar heeft het eigenlijk vooral mee te maken.

Speaker D:

Het... Je zou het niet kunnen gebruiken om te zien of je overhoofd voorverwarmd is. Daarvoor zou je het niet kunnen... Je.

Speaker A:

Zou het in iets moeten steken dan.

Speaker B:

Maar op zich, hij geeft wel... Hij schakelt automatisch uit naar de silhouette.

Speaker D:

Ik ga hem neerleggen, want ik word er onnozel van.

Speaker B:

Ik ga een beeldje geven.

Speaker D:

Wil jij hem nog eens voelen?

Speaker C:

Ja, ik heb hem al eens gezien.

Speaker B:

Hij staat standaard op de...

Speaker A:

Ik heb hem alweer al gezien.

Speaker B:

Hij zet hem op de omgevingstemperatuur. Ik vraag me af, als je die in de oven laat voelen... Je hebt.

Speaker C:

Hem nog niet getest, maar... Bijvoorbeeld als je water kookt, zou dat ook in je pot kunnen liggen om te zien hoe warm je water al is.

Speaker D:

Ik weet dat dat origineel wel voor vlees is en dat je daar moet in prikken, maar misschien is dat wel goed om te checken hoe dat...

Speaker A:

Als het water kookt, hoor je het ook natuurlijk.

Speaker C:

Maar je hebt niet altijd kokend water nodig.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Voilà.

Speaker C:

Het is inderdaad vrij zwaar.

Speaker D:

En hoeveel knopjes staan er eigenlijk op? Is het één knopje?

Speaker B:

Ik denk dat er maar één knopje staat.

Speaker C:

Aan en uit. Ik voel maar één knopje.

Speaker D:

En hoe duur is dit?

Speaker B:

De prijs staat erop. Ik ga even kijken. 23 euro.

Speaker D:

Dat valt echt goed mee, vind ik.

Speaker C:

Die pak ik mee.

Speaker D:

En het komt oorspronkelijk uit Engeland of zo?

Speaker B:

Ik vermoed het, ja. Dat zal op de doos staan van waar dat komt.

Speaker D:

Maar ja, de Belgen kunnen hem alvast in de braailiga krijgen.

Speaker A:

Voilà.

Speaker B:

Maar als we het even hebben over het meten van de vlees in de oven enzovoort, ga ik heel snel even vermelden dat we ook een inductieplaat verkopen, een sprekende inductieplaat, sprekende microgolfoven, sprekende combioven en sprekende airfryer. Dat is misschien ook belangrijk om te weten. Dat zijn allemaal toestellen met voelbare knoppen. Dat is een groot voordeel. Ze zijn niet zo goedkoop. Een microgolf-oven kost makkelijk rond de 380. De combi rond de 580. Dat is heel duur. De airfryer rond de 180. Dat kan handig zijn. Dat kan de moeite waard zijn om dat aan te kopen. We gaan ook bij de mensen proberen.

Speaker B:

Eerst te kijken of het vuur aanpasbaar is. Een microgolfoven in principe, een gewone microgolfoven, werkt normaal gezien.

Speaker C:

Zijn dat inbouw of is dat om ergens op te zetten?

Speaker B:

Om te lossen. En sommige erfvragers zijn ook gewoon te bedienen.

Speaker A:

Ja, want dat was ook de vraag. Wat willen jullie in de podcast zien? En toen heb ik ook wel gezegd, het is misschien beter om die kleine hultbulletjes eerst te tonen. Want sprekende combi, sprekende microgolf, sprekende oven, het is allemaal vrij duur, eer de mensen het willen aanschaffen.

Speaker D:

Die erfraaier lijkt mij nog mee te vallen.

Speaker A:

Ja, maar ik denk wel dat we kunnen zeggen... wij, die toch wel regelmatig komen, dat we toch toestellen hebben die niet per se aangepast zijn daarvoor. Dus niet spreken en dat we die ook al vrij makkelijk kunnen bedienen.

Speaker B:

En dan hebben we hier nog een laatste aantal dingetjes. Dat is de keukenwekker. Die is vooral visueel, dus voor slechtziende personen, omdat dat een heel grote keukenwekker is.

Speaker C:

Oeh, wauw.

Speaker A:

Je hebt er twee, hè. Je hebt er twee soorten.

Speaker B:

Ik heb eigenlijk de... Een heel kleintje ook nog, hè.

Speaker D:

De bekende klok van de Zierentoren.

Speaker A:

Ja, het is een heel groot gebruik.

Speaker B:

Dat is voor mensen die... Ja, dat is echt zo visueel. Visueel soort van de klok. Met daarop dan een... Ik zal die andere aan Steven geven.

Speaker D:

Een plattere en een iske... Komt daar precies wel warmte vanaf? Dus is dat... Kan dat... Is dat... Nee, maar komt daar... Schijnt daar licht vanaf of zo?

Speaker B:

Nee, nee, nee. Dit is echt gewoon een plastieke...

Speaker A:

Ik heb de mijne hier ook aangezet. Wat ik voel, is een rond ding met de klok op. De twaalf heeft twee bolletjes. De vijf en de tien, één. De vijftien heeft er ook weer twee, enzovoort. Zoals we een klok kennen. Dan kan je het topje draaien. Je begint van de twaalf. Je staat op nul. Dan ga ik bijvoorbeeld naar de vijf draaien. Als je mee wilt. Ja, ongeveer. En dan is er normaal vijf minuten ingesteld. Misschien vier.

Speaker B:

Vijf, ja.

Speaker A:

Ja, want ik heb iets te... Ja.

Speaker D:

Je kan hier ook wel de... Die.

Speaker B:

Van jou, die van Justry, is meer visueel. Die is echt heel groot. Die cijfers zijn voelbaar op zich. Maar bij Steven is die met die puntjes, die tactile puntjes... Moet ik die even wisselen?

Speaker D:

Ja, je voelt hier ook de cijfers wel op. Ze hebben ze wel tactile gemaakt. Dus als je cijfers kan zien, de cijfers kan lezen. Als je het ooit gezien hebt, denk ik wel. Dat doet wel...

Speaker B:

Zoals jullie daarvoor al zeiden, als je een smartphone hebt, kan je het ook makkelijk doen om de timer op te zetten. Voor mensen die dat liever manueel doen, heb je die uurwerken echt?

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Moeten we hem laten afgaan?

Speaker A:

Het kan misschien handig zijn om de.

Speaker D:

Batterij... Deze is alleen.

Speaker B:

Dan heb je eigenlijk ook nog gewoon de... Ja, ik zeg altijd minuten.

Speaker A:

Het kleintje, het heel minutieuze.

Speaker C:

Het digitale.

Speaker D:

Dat is hier heel klein.

Speaker B:

Dat is ook heel handig. Je hebt er drie knoppen op. Je hebt één die seconde, minuut noemt.

Speaker C:

Dat is ook nauwkeuriger om in te stellen, vind ik.

Speaker B:

Dan kun je echt wel minuten. Eén, twee, drie, vier.

Speaker C:

Klaar.

Speaker D:

En wacht, ik heb... Bij jou heb.

Speaker B:

Je eerst de minuten en dan de seconde. En dan start of stop.

Speaker D:

Dus ik wil nu twee minuten...

Speaker B:

Ik ga weer stop, start of stop zetten.

Speaker B:

Een minuut is deze knop.

Speaker D:

Hij zegt dan wel niks.

Speaker B:

Nee, dus die spreken niet?

Speaker D:

Ik zal er eens op drukken, dan... Ja, inderdaad, er is een biepje.

Speaker C:

Als je dan op start drukt, dan.

Speaker D:

Zal het wel in orde zijn.

Speaker A:

Ja. Voilà.

Speaker B:

Oké, ik denk dat we ongeveer rond de... Ah, daar waren we aan het laatst. Sorry. Wat ik interessant vind om te melden, is de labelpen.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Ik vind dat altijd handig. We hebben net de kruidencarousel gehad. Je moet die natuurlijk ook labelen. Dat kun je met braille doen. Je kunt dat natuurlijk ook niet labelen. Een andere optie is om te labelen met de labelpen. Die kennen jullie misschien? Of moeten we dat uitleggen?

Speaker D:

Je hebt het al overgehoord. Maar je mag het wel eens uitleggen.

Speaker B:

Dat is een soort brede pen. Die werkt aan de hand van ronde stickers. Die zijn voelbaar. Je plakt die op je kruiden. Je hebt tien kruidenpotjes. Je plakt op elk kruidenpotje een sticker. Als je met die pen dat één keer inspreekt, dus je houdt dat tegen een sticker, de volgende keer dat je die pen tegen die sticker houdt, hoor je je stem en spreekt die uit.

Speaker D:

Kunnen we dat eens testen?

Speaker B:

We zullen eens zien wat er al is ingesproken.

Speaker A:

Ik vond drie knoppen op de pen.

Speaker B:

Bij elke labelpen is dat anders. Dit is nu de Foxy Reader of de Foxy Pen. Je hebt twee andere pennen ook.

Speaker D:

Wat is het verschil tussen die pennen dan?

Speaker B:

Bij de Foxy Reader zit er ook een kaartspel, dus dat is buiten de categorie koken. Maar er zit ook een speelkaartspel bij, die eigenlijk al gescand is. Dus je kunt, als je kaarten voor je hebt, die laten voorlezen door de pen. Natuurlijk met oortjes, zodat niet iedereen je kaart hebt.

Speaker D:

Dan moet je toch al je kaart op een bepaalde manier houden.

Speaker B:

Ja, maar de kaartenhouder... Maak eens de pen, dan zal ik eens voelen...

Speaker C:

Dat is voor de professionele kaarters.

Speaker B:

Ik ga eens kijken. Dat is hier de vallenpen.

Speaker C:

Het zijn drie knopjes.

Speaker D:

O, dat zijn kleine stickers wel.

Speaker B:

Ja, omdat dat natuurlijk op je kleurenpotje... Dat is om hem aan en uit te zetten.

Speaker A:

Duidelijk.

Speaker B:

Er zit nog niks in.

Speaker C:

Hoeveel stickers?

Speaker D:

Moet ik iets opnemen?

Speaker B:

Mazi, je moet altijd even kijken, want elke pen werkt anders. Ik denk, ik ga hem eens proberen. Als ik de sticker neem.

Speaker D:

Ja, wacht, want dat pakt niet.

Speaker B:

Rozemarijn.

Speaker B:

Rozemarijn. Oké, dus ik ga even... Je hebt die middelste knop.

Speaker B:

De middelste. Je drukt er lang op. Dan houden we de sticker ervoor. Spreek maar in.

Speaker D:

Peper en zout.

Speaker B:

Dan laat je los.

Speaker A:

Paper en zout.

Speaker B:

Voilà. Nu sta je voor altijd geïndustreerd op onze stickers.

Speaker C:

Hoeveel stickers zijn er zo?

Speaker B:

Ik zou eventjes moeten kijken. Je hebt... 140 stickers en je kan erbij kopen. En je kunt ook opnieuw inspreken op de stickers.

Speaker D:

Hoeveel keer?

Speaker C:

Dat vind ik al veel.

Speaker B:

Heel veel. Daar zit een NFC. het systeem in, dus je kunt er altijd over inspreken.

Speaker C:

En dat is zelfklevend, die stickers.

Speaker B:

Ik vind dat wel echt een heel goed hulpmiddel. Vroeger werd dat vaak gedaan om op cd's te plakken, maar cd's worden natuurlijk niet meer.

Speaker D:

Nee, maar ik heb nog veel dvd's en zo liggen. Of zelfs ziende boeken die ik nog heb liggen.

Speaker C:

Het is dus superdun, hè.

Speaker D:

Het is maar... Ja. Maar je plakt dat één keer op iets, dat is wel de bedoeling dat je het erop houdt, hè?

Speaker B:

Natuurlijk, de stickertjes zijn vaak herbruikbaar, maar als je het op iets plakt, af.

Speaker A:

Op, af... Ja, dan gaat de plakkeling erbij. In de demo van vroeger.

Speaker B:

Ja, dus in principe als je... Als je een potje hebt met kruiden, dan zou je dat potje ook kunnen hervullen.

Speaker D:

Zijn er geen afwasbare stickers? Want bij het koken wordt soms iets vuil.

Speaker B:

Bestaat dat?

Speaker D:

Kan dat?

Speaker B:

Deze kun je wel afwassen, maar ik denk dat als je dat vaak was, dat dat ook wel afgaat. Maar je gaat dat niet plakken op kookmateriaal, maar eerder op dingen zoals kruiden, voordat die niet persoonlijk was.

Speaker B:

Dan hebben we nog de spraaklabel. Dat is interessant om te weten, wat abstracter om uit te leggen. Je hebt hetzelfde systeem van een labelpen, maar van een ander product, de spraaklabel, en dat is een applicatie. Je kunt dat gratis op je telefoon zetten, spraaklabel, en dan kun je stickers kopen. In plaats van dat je dat met een labelpen scant, scant je met je telefoon.

Speaker D:

Ja.

Speaker C:

Dat is met een QR-code dan? Ja.

Speaker B:

Er zit waarschijnlijk een QR-code. Het is een NFC-text, voor de mensen die dat kennen.

Speaker D:

Dus niet met de camera, voor de mensen die...

Speaker B:

Nee, je opent dan eigenlijk de applicatie, spraaklabel, en dan kun je daarmee gaan scannen.

Speaker D:

Zoals je eigenlijk met Apple Pay betaalt?

Speaker B:

Zoals... Ja.

Speaker D:

Ja, dat is toch een...

Speaker C:

Dat was NFC.

Speaker A:

Ja.

Speaker D:

Ja.

Speaker B:

Inderdaad. Je zou kunnen denken, waarom doen we dat dan niet allemaal met de telefoon? Waarom kopen we dan zo'n labelpen, wat dan toch opnieuw wel weer geld kost? Ik denk dat dat iets meer dan 100 euro kost.

Speaker D:

Als je eens in de keuken wil staan zonder je gsm?

Speaker A:

Ja, als het snel goed gaat.

Speaker B:

Mensen verkiezen dat. En ook, die stickers zijn redelijk duur. Spraaklabels zijn een gratis app, maar per sticker betaal je één euro.

Speaker D:

Dan betaal je...

Speaker B:

Het hangt ervan af hoeveel je labelt.

Speaker C:

Als je een hele keuken wilt labelen en je hebt er 140 nodig...

Speaker B:

Als je zegt tien labels, valt dat zeker met een prijs.

Speaker D:

Ja, misschien. En die andere stikkertjes van de pen...

Speaker B:

Die krijg je er... Dat zijn er 140, die je inclusief.

Speaker D:

In de prijs zet. Maar ja, langs de andere kant kan je ook wel zeggen... Die pen kost dan ook weer...

Speaker B:

Rond de 100 euro, ja. Ja, het is opnieuw. Wat vind ik leuk of aangenaam om te gebruiken? Wil ik mijn telefoon in de keuken? Ah, dat was...

Speaker D:

De wekker gaat nog eens af. Ik heb hem goed ingesteld, hè.

Speaker B:

Ja, wil ik als mijn handen vuil zijn, met mijn telefoon bezig zijn, de keuken natuurlijk. Voilà.

Speaker C:

En ook een app, dat is... Je bent er nooit zeker van dat het blijft bestaan.

Speaker B:

Nee, effectief.

Speaker A:

Dat het blijft werken, het blijft staan.

Speaker C:

Al die apps, dat is altijd een risico, vind ik.

Speaker B:

En die spraaklepel, ik zou zeker wel eens aanraden om dat uit te proberen. Je kunt die gratis op je telefoon zetten. Want de oorspronkelijke bedoeling van die app was om barcodes te lezen. Dus eigenlijk kun je een barcode scannen, inspreken, dus dat doe je dan best eens met iemand of... Samen. En dan werk je op dezelfde manier als een labelpen. Een barcode, je spreekt die in. De volgende keer dat je die barcode scant, hoor je je stem. Dus het werkt een beetje op hetzelfde systeem als met barcodes. Dus misschien wel de moeite waard om eens te proberen thuis te zien of dat iets interessants is.

Speaker A:

Zeker, ja.

Speaker D:

Oké, dat is...

Speaker A:

Dat was het eindtunetje van onze podcast, zou ik zeggen.

Speaker B:

De labeltent is er zo uitschakeld.

Speaker D:

Die zegt dat het wel genoeg is geweest. We hebben veel gezien.

Speaker C:

We hebben veel dingen gezien.

Speaker A:

Maar voordank, Flora.

Speaker B:

Veel gezien.

Speaker A:

Ik denk dat de luisteraars er toch wel heel veel aan zullen hebben. En nu is het aan ons en mannen. Nu moeten wij...

Speaker D:

Beginnen koken. De handen uit de mouwen steken.

Speaker A:

Dat gaan we dan ook doen. Ik zou zeggen, iedereen bedankt voor het opnemen van de podcast. Flore, Yuzuri, Mathias.

Speaker D:

Graag gedaan, Steven.

Speaker A:

En tot de volgende Blind Proof!

We gaan op bezoek bij de Brailleliga en krijgen een hele reeks aan kook hulpmiddelen voorgesteld door Floore. In dit tweede en laatste deel overlopen we  alle overige handige spulletjes  wat je als blinde of slechtziende kan helpen in de keuken.

Link naar de braille webshop catalogus:

https://www.braille.be/nl/shop/

Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.

[email protected]

Find out more at https://blindproef.pinecast.co