Blind Proef
Een podcast over koken met een visuele beperking
1 day ago

Soep met voorgesneden diepvries soepgroenten

Youssri maakt voor Eline en Steven een eenvoudig soepje. Eentje waaraan je niet veel werk hebt omdat de groenten al zijn voorgesneden. Naast het kookproces hoor je ook hoe je je soep goed en vooral veilig kan mixen. benodigdheden: voorgesneden soepgroenten voorgesneden ui 1 of meerdere bouillonblokjes kruiden 0,5 liter water (of meer) olie of boter een grote kookpot een staafmixer een maatbeker een spatel

Transcript
Speaker A:

Welkom allemaal. We zijn hier weer met een nieuwe podcast. En vandaag hebben we Steven en Yusri opnieuw bij ons.

Speaker B:

Hallo.

Speaker C:

Hallo, hallo, hallo.

Speaker A:

Dag mannen.

Speaker B:

Hallo.

Speaker C:

Dag dame.

Speaker B:

En we zijn bij jou thuis, Eline. We zijn in Gent.

Speaker C:

Ik sta inderdaad achter een Gents fornuis.

Speaker A:

Mijn keuken wordt heel onveilig gemaakt.

Speaker B:

We maken geen Gentse waterzooi. Wat maken we vandaag?

Speaker C:

We gaan de mensen proberen uitleggen hoe je heel eenvoudig soep kan maken. Wat gaan we doen? We gaan een paar dingen uit de supermarkt gebruiken, zodat je geen snijwerk hebt. Enerzijds zijn er gesneden soepgroenten. die je gewoon kan kopen in de winkel. Dat kan je doen bijvoorbeeld in de Albert Heijn of in de De Lijze. Of een shop naar keuze. Ik denk zelfs dat je die ook in de Aldi of de Lidl kan vinden. En we hebben ook voor gesneden ajuin gekocht. We hebben dat bewust een beetje voor gekozen, omdat we... Ui, voor de Nederlanders. Maar we dachten, we gaan echt gewoon soep op zo'n manier maken dat je het vrij gemakkelijk zelf kan doen, ook als je niet zoveel kookervaring hebt.

Speaker B:

Zoals we ook al zeiden, Jussie, we hebben dat vroeger in school geleerd met verse groenten te snijden. Dat gaan we zeker ook nog eens doen. Die soep maken gaan we zeker doen. Maar mensen die niet goed kunnen koken of een beetje onzeker zijn, Kijk, we gaan het leren hoe je een eenvoudige soep kunt maken met voorgesneden groenten. En... Gezond.

Speaker A:

Vandaag dus gewoon een simpele groentesoep.

Speaker C:

Ik denk dat we best alles gaan doorlopen, wat we gaan doen. En dan gaan we dat doen, zodat je zelfs mee kan luisteren. Het eerste wat we gaan doen, is de ajuin een beetje voorstoven. Dat doe je in een pot. Met olijfolie of boter, dat mag je zelf kiezen. En dan voel je een beetje met een spatel, tot wanneer de ajuin een beetje zachter wordt. En dan gaan we de stoofgroentjes erbij doen. En dan wachten we een minuutje of twee, drie. En dan heb ik hier ook naast mij een maatbeker staan die ik ga vullen. Ik ga ongeveer een half litertje daarin doen. En dat water voeg ik dan toe en dan breng ik de soep aan de kok. En dan zorgen we er een beetje voor dat die soep 20 tot 25 minuutjes kookt. En dan is hij eigenlijk al klaar. Het enige wat je nog moet doen zijn bouillonblokjes er aan toevoegen als hij aan het koken is. En kruiden naar believen. Je kan dat eigenlijk een beetje zelf kiezen. Je kan er gewoon wat peper en zout bij doen. Je kan er ook een beetje tijm ofzo bij doen. Dat beslis je eigenlijk met jezelf. Vooral ook veel proeven, vind ik. Dat is heel belangrijk. Is het op smaak? Heeft het zout of peper gehalten zoals ik wil? De enige manier om dat echt te kunnen, is gewoon proeven als je de kruiden erbij hebt gedaan. Ik ga het vandaag, omdat we allemaal verschillende mensen zijn, braaf houden. Ik ga er gewoon één bouillonblokje bij doen. En als we de soep gaan eten, mogen jullie zelf beslissen hoeveel zout je er nog bij kan doen. Perfect. Oké, dus we gaan eerst en vooral een pot op het vuur zetten. Ik ben bij Eline thuis, dus ik ga braaf vragen of ze het vuur

Speaker A:

voor mij wil aanzetten.

Speaker C:

De pot staat klaar. Dat is al heel goed. Ik ga eens even voelen.

Speaker B:

Ja. Je hebt acht standen op je vuur.

Speaker C:

Dat heb ik gemerkt.

Speaker B:

En op hoeveel ga je het nu zetten, ongeveer?

Speaker A:

Ik ga eerst de ajuin een beetje aanstoven en de groentjes op een vrij lage stand. Misschien op vier later.

Speaker B:

Ik doe dat ook altijd. Dus je hebt olie in de pan gedaan? In de pot gedaan? Nog niet, hè?

Speaker C:

Dat gaan we nog eerst doen.

Speaker B:

Je kan olie of boter kiezen, maar ik denk dat olie misschien iets beter is.

Speaker A:

Olijfolie is altijd gezond.

Speaker C:

Even nog vermelden, ik heb hier die maatbeker ook al naast mij staan. Ik heb daar mijn spatel ingestoken. Misschien is dat handig als je een beetje structuur zoekt. Je gaat die er uiteindelijk toch eerst uithalen. om dan te voelen of dat u aan de huin goed is of niet. Je zou eigenlijk nu kunnen zeggen, misschien gaan we dat gewoon doen omdat dat het meest slimme idee is denk ik, dat we de maatbeker al zullen vullen met water, dan staat die ook klaar.

Speaker B:

Jullie hebben een maatbeker bij je.

Speaker C:

Ja, en het is een breie maatbeker waarin je in de maatbeker zelf ronde bolletjes voelt. Ze hebben dat heel slim aangepakt. Als je op de halve liter zit, zijn er twee ronde bolletjes naast elkaar in plaats van één. Als je van beneden gaat beginnen te

Speaker A:

voelen, Want het is een matebeker van één liter. En eigenlijk om de deciliter, dus om de tien centiliter, staat er een bolletje. En in het midden, dus op vijf deciliter, half liter, staan er twee bolletjes.

Speaker C:

Dat zou genoeg moeten zijn.

Speaker A:

Als het iets meer water is, is dat ook niet erg.

Speaker C:

Dat denk ik ook niet. Misschien afhankelijk van hoe dik je je soep wilt. Ik ga teruglopen. Ik ga heel voorzichtig de maatbeker terugzetten. Voilà. En dan is het een kwestie van... Gaan we olijfolie gebruiken, Eline? We zijn in jouw keuken.

Speaker A:

Doen we olijfolie.

Speaker C:

Heb je die al klaargezet?

Speaker A:

We moeten een beetje aan de lijn denken.

Speaker C:

Ik voel hier ook al een fles. Ik heb hem gevonden. Een beetje initiatief nemen. En ik ga daar nu een beetje olijfolie in doen. Ik voel ook met mijn vinger hoeveel olijfolie dat er in de pot cijpelt. Ik denk dat dat wel heel belangrijk is.

Speaker B:

En dat moet zo'n beetje overal liggen, hè?

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

De olie moet warm worden. En zoals ik ook al in een vorige podcast zei, dat kan ook niet zo'n kwaad als die dan te warm zal worden, want dat kan niet te warm worden. Bij boter is dat dan weer iets anders.

Speaker A:

Wat ik zelf merk, als je boter gebruikt, hoor je dat wel sneller. Dan begint dat echt te sissen. En je hebt dat minder met olijfolie.

Speaker B:

Ja, dat is waar.

Speaker A:

Tenzij je er al iets in gooit.

Speaker B:

Iets kleintjes of zo. Een stukje najuin. Dat is meestal het truc om te weten.

Speaker C:

Of ook gewoon te voelen in je pot. Als het heel warm wordt, dan weet je het wel.

Speaker B:

Maar ik vind ook dat je soms ruikt bij live odor.

Speaker C:

En ik vind dat ook wel veel smakelijker in soep. Ik ben niet zo'n botermens in zoek, maar iedereen...

Speaker A:

Ik heb wel... Je kunt ook cholesterolverlagende boter... Ik heb persoonlijk plantaardige... Ja, van die Alprozo, ja. Alpro...

Speaker C:

Ik weet het niet. Dat is een knijpbus. Die is ook wel handig voor blinde mensen. Dat kun je heel gemakkelijk doseren.

Speaker A:

Dat zou ik eerder gebruiken om iets als gehakt te bakken of... Ja, dat ook wel.

Speaker C:

Ik moet er eerlijk in zijn, als ik ze heb... Het is ofwel olijfolie, ofwel die boter. Maar ik koop zelf dan bijvoorbeeld niet zo'n brok bakboter. Jij doet dat wel, Steven?

Speaker B:

Ik doe dat wel vrij regelmatig met boter, ja.

Speaker C:

Maar echt zo'n... In welke vorm koop je die boter?

Speaker B:

Dat is bakboter, hè. In een vlootje. In een vlootje koop ik dat. Je kan het ook in een pak kopen. Maar olijfolie is tegenwoordig nogal vrij duur.

Speaker C:

Ik heb daar niet op gelet.

Speaker A:

Alles is duur tegenwoordig.

Speaker B:

Niet daarom.

Speaker A:

Ik denk dat je misschien al eens een stukje ajuin erin kan gooien. Dat wist ik niet.

Speaker C:

We gaan het pakje openen. Het is voorgesneden. Je mag eens herhalen.

Speaker A:

Heel handig.

Speaker C:

Superhandig, inderdaad. Is dat veel duurder dan ander ajuin?

Speaker A:

Ja, toch wel ajuin.

Speaker C:

Merk je dat verschil? Ik koop ze nooit voorgesneden.

Speaker A:

Ik weet niet meer juist het prijs. Het is sowieso goedkoper als je zelf...

Speaker C:

Ik ga gewoon voor de luisteraars één stukje erin gooien.

Speaker A:

Dat zou wel oké zijn.

Speaker C:

Wat? Dat gebeurt niet zo jonge. We gaan nog een beetje moeten wachten. Als je achter iemand anders staat of haar vuur, moet je jezelf nog een beetje wennen. Het wordt warmer en warmer.

Speaker A:

Ik zal het een klein beetje warmer zetten.

Speaker B:

Je kan het straks minder zetten.

Speaker A:

Inderdaad.

Speaker C:

Ik heb dat al gezegd in de vorige podcast, maar bij mij gaat dat niet zo gemakkelijk. Ik heb een oud elektronisch vuur, dus ik vind het cool dat je dit zo gemakkelijk kan doen. Ah, we horen hier toch... Ze heeft het vuur iets hoger gezet.

Speaker B:

Ik kan dat wel ontnemen, hè?

Speaker C:

Je hoort dat wel, hè? Voilà. Zou ik het gewoon doen, Steven? Alle ajaantjes erbij doen?

Speaker B:

Ja, ik denk dat dat wel moet kunnen.

Speaker C:

We gaan eens kijken.

Speaker B:

Ja, het kan perfect.

Speaker C:

Ik ga wel vragen om het vuur

Speaker B:

iets zachter te zetten.

Speaker C:

Anders gaan die heel snel...

Speaker B:

En dan natuurlijk ook goed zorgen dat je ui goed verdeeld is over de pot.

Speaker C:

Elien, kan jij even het vuur lager komen zetten? Even kijken, ik ga er al goed mee... Goed met de houten lepel, het is eigenlijk geen spatel, het is een houten lepel.

Speaker B:

Ook de randen niet vergeten.

Speaker C:

Daar ben ik zeker mee bezig. Ook traag en goed. En je mag ook wel daadkrachtig zijn dan.

Speaker A:

En

Speaker C:

ik blijf een beetje voelen dat ik merk dat het wat zachter zal worden. Hoe lang doen jullie dat meestal? Dat is wel interessant om te weten.

Speaker B:

Dat kan wel een poosje duren.

Speaker C:

Ja, ik heb dat ook wel, dat gevoel altijd.

Speaker B:

Dus niet ongeduldig, maar het ruikt al wel lekker.

Speaker A:

En je merkt dat ook als je aan dat jaar een beetje wachter begint te worden.

Speaker B:

Ik kan ook al een stukje proeven.

Speaker C:

Ik moet er altijd een beetje meer mee goochelen, in de zin dat dat een oud vuur is bij mij. En als dat dan in gang schiet, dan is dat meestal ook zeer sterk. Dus ik vind dit wel aangenaam. Ik begin het wel te merken dat het allemaal een beetje zachter wordt. Ik denk dat ik aan iemand ga vragen om even te roeren, dan kan ik zobiet de soepgroente erbij doen. Jij mag ook al eens mee proberen. Jij neemt het roer over.

Speaker B:

Jij roert al iets sneller. Dat is de ervaring.

Speaker C:

Ik doe dat gewoon kalmer. Doe jij het ook grappig, Steven?

Speaker B:

Nee, ik doe het vrij rustig.

Speaker A:

Maar ik... Bij mij moet het ook wel een beetje vooruitgaan.

Speaker C:

Dat merk je wel, maar dat is niet erg.

Speaker B:

Precies zo.

Speaker C:

Koken kan je ook samen doen, dat is leuk.

Speaker B:

Alleen met de zinnen is het soms minder leuk.

Speaker C:

Ja.

Speaker A:

Unaniem.

Speaker C:

We gaan ook dingen nogal rap overnemen.

Speaker A:

Maar je hebt er ook wel goeie bij.

Speaker C:

Ik heb wel vriendinnen waar ik graag mee kom. Ik ook wel, maar... Dit vind ik leuker. Ik denk dat we er bijna zijn. Wat zouden we zeggen?

Speaker A:

Ja, ik.

Speaker C:

Ik ga eens voelen.

Speaker A:

Een stukje proeven.

Speaker C:

Nee. Ga je dat doen?

Speaker B:

Ja, maar dan ben je terecht.

Speaker C:

Je mag het van mij doen.

Speaker A:

Ik denk dat het oké is.

Speaker C:

Ik denk dat het wel in orde is.

Speaker A:

Dat moet ook niet mega zacht zijn.

Speaker B:

Nee, maar dat kookt nog ook. Dus nu, Jusmin, ga je de groentjes erbij doen?

Speaker A:

Ik weet niet meer welke soort groente

Speaker B:

dat allemaal was, maar... Een mix van groenten. Hier kan dat komen.

Speaker C:

Ik denk dat er bloemkool in zit. Het zijn heel fijne soepgroenten.

Speaker B:

Dat moet, meestal zijn die heel fijn gesneden.

Speaker C:

En nu zou ik eigenlijk doen wat jij al deed bij de ajuin.

Speaker B:

Dus nu zijn ze erbij?

Speaker C:

Ja, nu ben ik wel echt goed.

Speaker B:

Ja, want nu ga je een hele grote massa hebben.

Speaker C:

Ja, het is echt een grote massa.

Speaker B:

Ja, we gaan heel veel soep mogen eten.

Speaker C:

Ik vind dat ook wel een beetje lastig, omdat het natuurlijk niet mijn keuken

Speaker B:

is en ik weet niet hoe hard

Speaker C:

dat krikant kan zijn. Let jij een beetje mee op dat het niet te veel... Ja.

Speaker A:

Maar je mag goed doorroeren.

Speaker C:

Ik ben bezig. Ja.

Speaker A:

Je moet geen schrik hebben.

Speaker B:

Dan houd je de pan, de steel vast, Yosri, of hoe doe je het nu?

Speaker C:

Ik heb het handvat vooral vast.

Speaker B:

Op een indexie merk ik wel dat

Speaker C:

dat wel veel meer schuift dan op mijn vuur.

Speaker B:

Ja, dat is natuurlijk wel... Dat is... Ja, dat kan.

Speaker A:

Het trekt wel, hè.

Speaker B:

Ja.

Speaker C:

De stoofgroentjes staan hier nu ook al een tijdje op. Dat is goed ingeroerd. Ik heb geroerd.

Speaker B:

Enien heeft een beetje geroerd. We knippen ook wel een beetje in de podcast, dus we hebben ook niet alles laten horen, want anders duurt dat wel een tijdje. Maar dus, hoe voel jij nu, Yuzri, dat het...

Speaker C:

Ik merk dat vooral omdat alles een beetje zachter wordt onder mijn lepel. Je merkt ook wel dat je soms harder moet roeren en aan het geluid van het vuur vind ik ook wel dat je merkt. Dat het minder hard begint te stissen.

Speaker B:

Ik denk dat ze er nu drie, vier minuutjes in liggen. Drieënhalf, denk ik.

Speaker C:

Ik heb nu dus weer goed doorgerust.

Speaker B:

Je hoort het veel zachter.

Speaker C:

Ik heb dat echt een goeie... En ik schraap ook echt aan de randen, want dat is gevaarlijk.

Speaker B:

Dat het aanpakt.

Speaker C:

Maar ik denk dat we nu wel op het punt zitten dat we het water erbij krijgen. Ik pak de maatbeker. En het is tijd om te zien.

Speaker B:

Rustig het water erbij te gieten. Je hebt een halve liter, was het?

Speaker C:

Ik heb een halve liter en ik heb dat goed kunnen voelen. Ik ga zo'n maalbeker ook wel kopen, denk ik. Ik ben overtuigd.

Speaker B:

Ik heb hem ergens liggen, ik weet het niet waar.

Speaker C:

Ik heb hem gewoon niet.

Speaker B:

En nu mag de boel koken, waarschijnlijk.

Speaker C:

En ik zou zeggen... Op zeven. Op zeven of zo, inderdaad.

Speaker B:

En een deksel erop, en een bouillonblokje misschien. Een bouillonblokje?

Speaker C:

Ik doe dat meer als ik het hoor koken, mijn kruiden.

Speaker A:

Dat maakt in principe niet uit.

Speaker C:

Maar het maakt niet uit, inderdaad.

Speaker B:

Jussie, heb je een trucje om te weten of het genoeg water is? Ja.

Speaker C:

Ik durf wel, als ik het water er juist bij doe, dan kookt dat nog niet. Dan ga ik met mijn vinger in die pot En dan voel je wel dat je groenten onder het water staan. Als dat zo is, dan is het...

Speaker A:

Het begint al te koken, eigenlijk.

Speaker C:

Het begint zo stil. Ja, voilà. Steef, je kan het zelfs al een beetje koken.

Speaker B:

En er staat zelfs nog geen deksel op.

Speaker C:

Dat doe ik ook verbewust, omdat ik dan het bion blokje...

Speaker A:

Maar moet dat, een deksel?

Speaker B:

Dat gaat het koken wel makkelijker of sneller gaan.

Speaker A:

Ja, maar het kookt vrij snel.

Speaker B:

Ja, oké.

Speaker A:

Allee, ik wil er een deksel in.

Speaker C:

Het blijft altijd sneller, natuurlijk.

Speaker A:

Zal ik de timer zetten?

Speaker C:

Ja, we zullen het bouillonblokje erbij doen.

Speaker B:

Met je verkruimel, dat blokje misschien. Dat is zo'n bouillonblokje.

Speaker C:

Ik zou er eigenlijk toch liever twee in willen doen. Kunnen we er twee in doen? Voor de smaak?

Speaker A:

Zet de timer. Twintig minuten.

Speaker C:

Ik zal er twee in doen.

Speaker B:

Dus dat is via de watch, Eline? Of de iPhone?

Speaker A:

Ik heb via mijn Apple Watch een timer gezet.

Speaker B:

Oké. Twintig minuutjes.

Speaker A:

Normaal is het één bouillonblokje per halve liter. Dus ik denk, als we er twee gaan, dat het wel... Nee? Heerlijk zout gaat zijn.

Speaker C:

Ik eet heel graag zout. Maar we zullen het voor de veiligheid bij één bouillonblok houden.

Speaker B:

Je kan het nog altijd.

Speaker C:

Ik heb het in het begin gezegd en dan is het weer sterk.

Speaker A:

Ik heb dat nog nooit geprobeerd.

Speaker C:

Ik hou van kruidig eten.

Speaker A:

Maar we kunnen er altijd nog zout en peper op doen.

Speaker C:

Ik ga hem ook niet verpesten, want het is nu allemaal zo moeilijk gegaan.

Speaker A:

Mag je dat papiertje?

Speaker C:

Hier is het papiertje. En nu kan je inderdaad kiezen, luisteraars thuis, om het deksel erop te zetten of niet.

Speaker B:

Ja. En nu moeten we eigenlijk gewoon wachten. We gaan misschien nog iets drinken of zo.

Speaker C:

Ja, ik denk dat dat gewoon weer is. Je moet er eigenlijk niet in roeren. Dat is niet nodig. Bij veel gerechten moet je wel constant roeren, maar hier kan je gewoon...

Speaker A:

Ik heb nu wel het vuur op acht gezet. En voorlopig ziet het er wel oké uit.

Speaker B:

Als je een deksel er zou opzetten, zet het deksel er voor drie vilden op, zodat er nog een beetje lucht aan kan en dat het niet overkookt, dat het water niet gaat. Dat kan ook gebeuren als je er een deksel opzet. Dan een half, een drie vierde deksel.

Speaker A:

Het werkt misschien iets minder.

Speaker B:

Het is wel hard bezig.

Speaker C:

We zullen het misschien ook aan de luisteraars laten horen hoe dat klinkt. Hou de recorder mooi boven de pot, zou ik zeggen. Als je dit hoort, ben je goed bezig.

Speaker B:

Kan je moeilijk naast horen, toch? En het ruikt heel lekker. En het is een heel eenvoudig receptje. Straks gaan we het nog Mixen, toch?

Speaker C:

Dat mag je kiezen. Mensen doen dat soms, mensen doen dat niet.

Speaker A:

Ik doe dat wel.

Speaker B:

Ik vind dat niet lekker.

Speaker C:

Ik heb mensen die dat wel graag hebben.

Speaker A:

Ook als je dat mixt, dan worden je smaken gemixt.

Speaker C:

Ik mix ze ook altijd, maar ik ken wel genoeg mensen die juist graag die losse groentjes in hun water hebben.

Speaker B:

Anders heb ik altijd bovenaan, dan heb ik ze niet mee.

Speaker C:

Zoals bij de kleine kindjes, in de langere schepen.

Speaker B:

Ja, absoluut. Maar ze hadden mij dan ook wel nogal snel door dat ik dat deed.

Speaker C:

Ja. Je bent ook wel een beetje opvallend als je iets haalt. Vooral niet lust, ja.

Speaker B:

Als er een podcast over reist, dan mogen jullie hem maken.

Speaker C:

Ja, is het echt? Steven, je hoort het nog altijd heel erg goed koken.

Speaker B:

Ja, het is echt duidelijk nu.

Speaker C:

Het is nog een minuutje of vijf en dan denk ik dat de soep klaar is.

Speaker B:

En dan moet jij nog mixen.

Speaker C:

Ja, daar kunnen we het misschien toch al eventjes over hebben. Dat is altijd wel in het begin zeker een beetje aanvoelen, leren, vallen en opstaan, denk ik ook wel. De truc is om de mixer vooral ook goed diep in de pot tegen de bodem te houden. goed ingepotterd rond te gaan, zou ik durven zeggen.

Speaker B:

Dat is niet boven, want anders gaat heel de keuken vol liggen met petters, met groenten en met water. Je hebt dus twee soorten mixers. Wij gaan een staafmixer gebruiken om de soep te mixen.

Speaker C:

Wat is het verschil daar eigenlijk aan? De ene heeft echt een kloppertje. En het is meer voor beslag.

Speaker A:

Mijn mixer bijvoorbeeld heeft twee opzetstukjes. Dus je hebt de garde eigenlijk, om bijvoorbeeld room op te kloppen of eiwit op te kloppen. Dus dat is echt om dingen op te kloppen. En dan heb je het andere opzetstukje, dat is meer met een mesje. En dat is om bijvoorbeeld ijssoep te mixen of... Ja, wat heb je nog? Fruiten mixen.

Speaker C:

Ik vind dat je ook kan horen dat het in de laatste minuten nog steviger pruttelt. Als je kiest om het langer op het vuur te laten staan, doe je daar niets verkeerds mee. Als het te rap is, zijn de groenten wat harder. Ik vind dat niet zo aangenaam. Het proeft ook niet in saus zoals spaghetti.

Speaker A:

De soep is eigenlijk een kwartier tot twintig minuten.

Speaker C:

Ja,

Speaker A:

hij gaat af.

Speaker C:

Oké, de timer is aan het aflopen. Je hebt er ook al vlak voor het vuur een beetje minder gezet om zeker te zijn.

Speaker B:

Ja.

Speaker C:

Dus... Nu mag het vuur helemaal afzitten en we gaan de pot verplaatsen naar de plek waar jij vindt dat we het beste gaan mixen in je keuken. Ik vind dat het wel heel erg lekker ruikt.

Speaker B:

Absoluut, absoluut.

Speaker C:

Dus voilà, de soep staat nu van het vuur. Je kan dat horen, er pruttelt niks meer. En Eline, jij gaat voor ons de soep mixen dan. Ik heb hem gemaakt, jij gaat hem mixen. Nog eens misschien heel duidelijk voor de luisteraars. Steven, Eline, hoe doen jullie dat? Ik zou durven zeggen... Ik probeer ervoor te zorgen dat ik goed de bodem raak.

Speaker B:

Dat is wel heel belangrijk.

Speaker C:

Rond in de pot, op alle plekken. In het midden ook.

Speaker B:

Dus je kan ronddraaien, maar het midden niet vergeten ook niet. Want dan ga je stukken overslaan. Niet de bedoeling. En ja, op goed gevoel mixen. Ik bedoel, hoe lang? Een paar minuutjes misschien? Zelfs niet? Zoiets?

Speaker C:

Ja, ik zou hetzelfde zeggen.

Speaker A:

Ik heb nu dus de mixer in de pot gezet.

Speaker B:

Ja, helemaal goed tegen de bodem.

Speaker A:

En ik ga die nu in het stopcontact zetten.

Speaker C:

Rul, je gaat dat misschien moeten roepen, maar je mag als mixter nu uitleggen wat je juist doet. Dat is misschien leuk voor de mensen thuis.

Speaker A:

Ik zet die pot een beetje van mij af, zodat er een spetter moet zijn dat niet in mijn gezicht zit. Dus ik houd die pot nu met één... Hoe noemt dat? Eén handvat vast. En ik ga zo een beetje rond met de mixer in de pot.

Speaker B:

Goed duwen naar onder, hè.

Speaker A:

Ja. En soms een klein beetje opperpen, zodat je groenten er natuurlijk onder komen. Maar je hoort dat, hè. Dat wordt allemaal mooi gemixt.

Speaker B:

Je gaat het even voelen nu.

Speaker C:

Dat het al goed is. En is het goed of ga je er toch nog eens door?

Speaker A:

Het ziet er goed uit, maar ik ga er toch nog eens door.

Speaker C:

Kijk,

Speaker B:

je hebt nu misschien een minuut gemixt of zo.

Speaker A:

Ja?

Speaker B:

Ik denk anderhalve, misschien?

Speaker A:

Ik mix altijd wel vrij veel. Allee, vrij lang. Maar ja, te zien hoe...

Speaker B:

We laten het gewoon in realtime horen. Dat mag wel in realtime, denk ik. En je controleert nu nog. Je kan er ook nog kruiden bij doen, als je dat zou willen.

Speaker C:

Misschien ook voor het mixen.

Speaker B:

Of balletjes. Of vermicelli. Of lettertjes. Het kan allemaal.

Speaker A:

Uiteraard pas na het mixen.

Speaker B:

Uiteraard. Dan moet je ze nog wel eens opzetten.

Speaker C:

Ik heb ooit iemand echt balletjes gemixt. Uit verstrooidheid.

Speaker B:

Ik zie het mij ook nog wel doen.

Speaker C:

Dat is een tante van mij. En was het lekker? Ja, dat is raar. Dat is een beetje een rare, mislukte tomatensaus.

Speaker B:

Dus als je die erbij doet, die balletjes, dan moet je nog wel even de soep opzetten, want die balletjes moeten natuurlijk ook koken.

Speaker C:

Ja, zeker.

Speaker B:

Dus dat moet dan toch nog een aantal minuutjes, vijf of tien minuten, zou ik misschien toch durven zeggen, opstaan, dat die balletjes helemaal koken. Maar dat gaan we nu niet doen, dat zou het misschien iets te ingewikkeld maken.

Speaker C:

We kunnen eens tomaten met balletjes maken en dan kunnen we de minselkratten en

Speaker B:

de groente erbij snijden.

Speaker C:

Nu hebben ze het heel gemakkelijk gehouden. Een soepje voor op kot. Of de nieuwe man die wil starten met een gerechtje.

Speaker A:

Soep is een goeie manier om groentjes te doen.

Speaker C:

Hij is ook heel caloriearm, dus je gaat daar zeker niks mis mee doen.

Speaker B:

Je kan er ook in de week nog wat van eten, want je maakt altijd wel wat veel.

Speaker C:

Zeker als je alleen bent. Nu zijn we met drie, dat is al iets anders.

Speaker B:

En we hebben nu een halve liter water genomen. En laat ons zeggen dat er nog een halve liter bijkomt van die groenten, ongeveer.

Speaker C:

Daar zit ook veel vocht in, natuurlijk.

Speaker B:

Dat moeten we niet onderschatten. Voila.

Speaker C:

Het is bol.

Speaker A:

Laten we die maar eens proeven.

Speaker B:

Yusri gaat de proefkoneis proeven.

Speaker C:

Ik ga eens zien of ik dat goed gedaan heb.

Speaker B:

Ga je tong verbranden, Yusri? Proeven?

Speaker C:

Ik ga eens proeven, ja.

Speaker B:

Eerst blazen, hè.

Speaker C:

Ik ga eens blazen en proeven en

Speaker B:

ik hoop dan dat... En niet slurpen.

Speaker C:

Ik vind hem heel lekker, ja.

Speaker A:

Dus... Moet er nog... Peper en zout, hè?

Speaker C:

Ja, dat is voor iedereen individueel. Ik zou zeggen van wel, omdat ik dat graag heb.

Speaker B:

Voor mij mag dat ook wel.

Speaker C:

Misschien nog een beetje.

Speaker A:

Misschien kunnen we er wat peper in doen.

Speaker C:

Beetje peper en een beetje zout.

Speaker A:

Een beetje zout, toch? Mag ik dat doen?

Speaker C:

Ja, je mag dat doen. Voor mij is dat goed. Als er dan te veel in is, kan dat niet op mij gestoken worden. Er zijn mensen die mij dat dan zouden...

Speaker B:

Ik zou het niet durven. Nee.

Speaker C:

Nee, nee. Dus je bent nu nog aan het roeren, want we hebben er net zout bij gedaan. Toch nog op smaak gebracht. Dat is koken. Dat is koken. Je mag je gedachten nog veranderen. Maar het is wel zo... Eens dat je er iets bij doet... Je kan het niet meer wegdoen.

Speaker B:

Dus goed weten wat je erbij doet, hoeveel. Eline is aan het proeven.

Speaker C:

Hoe?

Speaker A:

Niet slecht, ja. Er zit ook bloemkool in, dus dat zou ik er misschien zelf niet in gedaan hebben.

Speaker C:

Nee, maar het zijn soepgroenten, dus dat kan je ook wel lezen, zeker op de website van Albertijn Watten.

Speaker A:

Albertijn is supertoegankelijk en je kunt dan

Speaker C:

ook... Je hebt daar ook verschillende soorten in. Dit zijn de fijne soepgroenten, maar ik denk dat er ook andere mixes in kunnen komen.

Speaker A:

Ja, je hebt heel veel soorten soepgroenten. Maar het is lekker. Het is laag.

Speaker C:

Dan is de soep klaar. Bedankt dat jullie even kwamen meeluisteren.

Speaker B:

Bedankt voor de uitleg, Joserie. Het was deskundig. En de soep is ook niet slecht, dus ik denk...

Speaker C:

Ze zaten toch al 4,5 lepeltjes uit je pot aan het sluiten. Ik denk dat het wel lekker genoeg is. Wij danken jullie voor het luisteren en we zeggen tot de volgende... Tot blind proef.

Speaker B:

Tot blind proef.

Youssri maakt voor Eline en Steven een eenvoudig soepje. Eentje waaraan je niet veel werk hebt omdat de groenten al zijn voorgesneden. Naast het kookproces hoor je ook hoe je je soep goed en vooral veilig kan mixen.

benodigdheden:

voorgesneden soepgroenten

voorgesneden ui

1 of meerdere bouillonblokjes

kruiden

0,5 liter water (of meer)

olie of boter

een grote kookpot

een staafmixer

een maatbeker

een spatel

Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.

[email protected]

Find out more at https://blindproef.pinecast.co