Italiaanse kippenburgers
We mogen jullie andermaal een nieuwe podcaster voorstellen. Emma maakt voor ons een Italiaanse kippenburger, een opgepimpte versie van de doorsnee burger. Daarbij maakt ze ook een heerlijk sausje. Je krijgt tips over hoe je een paprika snijdt en roostert, en Emma geeft bovendien een handige tip om de juiste hoeveelheid olijfolie in de pan te doen. Benodigdheden: broodjes kippenburgers paprika pesto mayonaise kaas peper en zout kippenkruiden

Transcript
Hey iedereen en welkom bij een nieuwe Blind Proof. Ik zit hier met best wat mensen om mij heen. Charlotte, die je nog kent van TechTutjes, is er vandaag bij.
Speaker B:Hallo!
Speaker A:Charlotte, jij wist mij te vertellen dat er iemand was met jong kooktalent.
Speaker B:Absoluut!
Speaker A:Emma, dag Emma.
Speaker B:Hallo!
Speaker A:Jij bent denk ik een van de jongste of zelfs de jongste kookmadame die we hier in onze podcast al hebben geïntroduceerd. Dat zou goed kunnen. Maar ik hoorde van Charlotte dat jij wel goed kan koken.
Speaker B:Absoluut, ik kan dit zeker bevestigen. Dat is ook hetgeen dat we vandaag gaan maken. En Emma, misschien moet jij eens vertellen wat we gaan maken vandaag. Ja, vandaag gaan we hamburgers maken, maar een beetje een opgepimpte versie van een basic hamburger. Dus we gaan er wat extra speciale dingen in zetten. Het gaat een beetje een Italiaanse touch krijgen.
Speaker A:Ah, dat klinkt wel heel lekker. Want jij kookt veel, Emma?
Speaker B:Ja. Bijna elke dag.
Speaker A:Dagelijks, elke dag.
Speaker B:Ze zijn heel lekker te proeven. Dat kan ik alvast bevestigen.
Speaker A:Super. En je bent slechtziend of ben je blind?
Speaker B:Ik ben slechtziend, ja.
Speaker A:Dus wat kan je eigenlijk nog. Als je zo bijvoorbeeld. Het is misschien wel een interessante vraag om te stellen. Als jij aan het koken bent, in hoeverre gebruik jij je zicht dan nog?
Speaker B:Dat is zo'n beetje 50-50. Ik kook wel het meeste op gevoel. De grens is zo. Ik kan nog zien of het rauw is. Als het stef verbrand is, dan kan ik dat verschil zien. Alles ertussen is een beetje dat ik gewoon op gevoel.
Speaker A:Oké, maar het is wel zo dat je voor de meeste handelingen het gevoel vooral gebruikt. Je gaat niet de hele tijd kijken naar je eten.
Speaker B:Nee, helemaal niet.
Speaker A:Oké, dan ben ik zeer benieuwd.
Speaker B:Het is zo een combinatie van timen, een beetje weten hoe lang je iets moet bakken. Bijvoorbeeld. Ja. En dan ja.
Speaker A:En alle handelingen zo'n beetje stap per stap uitleggen, wel misschien ook voor onze blinde gebruikers. Maar ik denk dat we er gewoon eens aan gaan beginnen. Wat heb je eigenlijk allemaal nodig?
Speaker B:Ja, dus voor de hamburgers die we vandaag gaan maken heb je broodjes nodig. Ik heb zelf wel van die goede broodjes van de Albert Heijn. Je hebt burgers nodig en dan kan je kiezen wat voor soort burger jij wilt. Vandaag gaan we kippenburgers gebruiken, en dan een paprika, en dan pesto en mayonaise. En als je wilt, kan je er ook nog ajan of slaafsel tussen doen. Je belicht een beetje jouw burger zoals jij dat graag hebt. Maar vandaag gaan we die ingrediënten gebruiken.
Speaker A:Oké, dat is goed, super. Ik stel voor dat we er gewoon direct aan beginnen. Wat zijn de eerste stappen die we nu gaan doen dan?
Speaker B:De eerste stap die we gaan doen is de paprika roosteren, klaarmaken om te roosteren. Dus we gaan die snijden in grote stukken en dan in een overschaal met wat olie en kruiden in de oven steken, zodat dat al kan beginnen. En dan gaan we verder.
Speaker A:Ik zou zeggen, dan gaan we naar de keuken.
Speaker B:Haal je messen en je snijplanken boven en dan gaan we beginnen.
Speaker A:Oké, super. Je bent al heel mooie handen aan het wassen, Emma. Dat is heel belangrijk tijdens het koken. Goed. Emma, je gaat eerst beginnen met de paprika of wat ga je juist doen?
Speaker B:Ja, dus we gaan eerst de paprika snijden in grote stukken. Ik ga het eerst uit de vriezer halen. Dus we gaan er met drie eten. Ik heb twee paprika's. Omdat als je een paprika in de oven steekt, wordt dat wel heel veel kleiner.
Speaker A:Hoe maak je eigenlijk een paprika schoon? Dat is wel een interessante vraag.
Speaker B:Dus wat ik altijd doe, is ik snij een stuk van de paprika redelijk dicht bij de bolling naar boven. Waar het stiltje is. Het kroontje. Ja, het kroontje. Dus ik snijd de paprika meestal een stukje af bij het kroontje. Dus dan snijd je daar gewoon zo door midden. En dan kan je dat stiltje daar gemakkelijk zo uitduwen of trekken. En soms doen ze ook zo het kroontje eruit dat je nog een hele paprika hebt, maar ik vind dat wel moeilijk. Dat hebben ze mij ook al zo eens geleerd, maar ik denk dat dit wel makkelijker is. Wat bedoel je? Zodat je een hele paprika nog overhoudt, dat je enkel het kroontje eruit snijdt.
Speaker A:Ja, ik trek dat er eigenlijk half uit. Ik snij eigenlijk de paprika half in twee en dan voel ik aan die steel en dan ga ik mijn steeltje er een hal eruit trekken. Misschien een beetje boerster of lomperig.
Speaker B:Ik snij die altijd wel zo in stukken en dan haal ik zo die stukjes, die paprika aan de kroon, die breek ik daar zo'n beetje af eigenlijk. En dan mijn velbak. Ja, en dan heb je nog dat binnenste stuk van die paprika die je ook nog moet uithalen met al die pitten.
Speaker A:Ja.
Speaker B:Dus ja, dat trek je er dan gewoon uit. En dat smet je dan weg. En dan, zo die ribbels die je van binnen hebt, daar breek ik dan zo die witte stukken die je daar hebt ook af. Want die zijn niet zo lekker in jouw eten. En ga je het in reepjes snijden? Ik ga het echt in hele grote stukken snijden. Stukken snijden. Ik denk. Kijk, ik ga eerst de andere nog proper maken. En dan. Ik denk dat je eigenlijk maar de paprika in vier stukken moet snijden of zo.
Speaker A:Ja.
Speaker B:Omdat die gaan tussen jouw broodje komen. En die gaan al redelijk klein worden uit de oven. Dus die moeten nog groot genoeg zijn om te proeven.
Speaker A:Ja, dat snap ik.
Speaker B:Oké, we gaan verder met de paprika. Ja. Dus ik ga nu even een ovenschaal pakken. En dus die bovenste stukken waar dat krontje is, zijn al redelijk groot, dus die ga ik niet meer snijden. Dus dan leg je dat in je ovenschaal. En dan voor de andere stukken, de overschot van de paprika die overblijft, die je nog moet snijden, dan leg ik eigenlijk die paprika met de opening naar beneden, zodat dat onderste naar boven is. En dan snijd ik die paprika eigenlijk gewoon. In vier stukken.
Speaker A:Ook wel echt een gigantisch mes, vast precies.
Speaker B:Het valt wel mee, maar ik gebruik altijd een groot mes. Ik gebruik altijd een groot mes, want dit is eigenlijk nog, ja, je kan niet voelen, een redelijk klein mes. Alleen voor jullie.
Speaker A:Ja, eigenlijk wel.
Speaker B:Het is nog redelijk klein.
Speaker A:Ja, ja, ja. Maar het is wel een stevig mes. Je kunt er wel.
Speaker B:Maar ik vind het makkelijker om met een groter mes te snijden. Je hebt het gevoel dat je meer controle hebt. Ik vind dat niet, maar dat ben ik.
Speaker A:Ja, ik doe ook wel meer en meer.
Speaker B:Ja? Je voelt toch niet goed wat je doet?
Speaker A:Ja, maar je zei het snijden wel op een bepaald moment zo vertrouwd dat dat ook niet per se.
Speaker B:Ik ben ook het snijden vertrouwd, maar ik doe het gewoon op patattemisk, omdat je dan beter voelt wat je doet, vind ik. Maar dat is heel persoonlijk. Dat snijdt veel minder goed.
Speaker A:Nee, vind ik ook.
Speaker B:Ja, je moet veel meer. Zagen, zeg maar. En dat is gevaarlijk. Als je zaagt, dan kan je sneller in je vinger snijden. Terwijl met zo'n grotere mes kan je één keer tjak.
Speaker A:Tjak, tjak, tjak, inderdaad zo hakken.
Speaker B:Ja. Oké, nu ben ik al met de tweede paprika bezig.
Speaker A:Dus als je het natuurlijk in vier moet snijden, Emma, is het ook zo gebeurd, natuurlijk.
Speaker B:Ja, super snel.
Speaker A:Groentjes heel klein, tjak, tjak, tjak de hele tijd.
Speaker B:Het is echt.
Speaker A:Dat is een handeling ook, dan doe je dat rapper en rapper.
Speaker B:Klopt. Dit is echt redelijk simpel. Ja. Oké. Dus de grote stukken paprika zijn nu in een ovenschaal. En ja, je ziet gewoon dat die zo'n beetje uit elkaar liggen. Dat maakt niet uit als die een beetje op elkaar belanden of zo, dat is echt geen probleem. En dan doe je daar een beetje olijfolie op. Ik heb zelf zo'n spray: een olijfoliespray, omdat dat iets gemakkelijker is te controleren. Om te zien hoeveel je hebt en waar het belandt. Ik heb die ook. Ik vind dat heel gemakkelijk. Ja.
Speaker A:Ik doe het een beetje uit de losse pols met zoveel.
Speaker B:Ja, wat ik altijd heb.
Speaker A:Mag ik hem eens voelen? Want ik heb hem eigenlijk nog nooit gekocht.
Speaker B:Het lijkt op een deodorant.
Speaker A:Ja, inderdaad.
Speaker B:Eigenlijk, ja.
Speaker A:Oké, en dat kan je kopen overal in de winkel?
Speaker B:Ja.
Speaker A:Oké, een bepaald merk of zo dat je die aanraden?
Speaker B:Ik denk eigenlijk gewoon het huismerk van Albert Heijn.
Speaker A:Oké.
Speaker B:Ah, grappig. Ik denk dat die van mij van de kou uitkomt.
Speaker A:En is dat duurder dan een olie?
Speaker B:Ja, dat wel. Maar ik heb ook nog een gewone olijfolie voor in de pan, maar voor als ik in de oven of zo. Omdat ik vaak voordat ik veel te veel olijfolie gebruikte.
Speaker A:Ja, en dan spettert het dan te laag of zo.
Speaker B:En dan is dat veel te vettig ook gewoon.
Speaker A:Dat is niet smakelijk dan, hè? Oké, super, voilà.
Speaker B:Hebben we die ook gezien? Dat is een heel goede lifehack. Ja, dat vind ik ook. Dus dan spat je daar gewoon een beetje over. Dat klinkt echt als een deel. Ja. En dan. Ik weet niet of je ooit vergist. Nee, ik zet tijdelijk op een andere.
Speaker A:Ik moest daar voor u over denken.
Speaker B:En dan nu heb ik een tang om even die paprika een beetje rond te draaien in die olie. Dus dat elk stukje een beetje heeft. Maar ja, wederom dat ik niet zo nauw. Dus gewoon een beetje bewegen. Kan je dat ook met een vork? Tuurlijk. Je kan dat ook met je handen als je wilt. Ja. Ik doe gewoon mijn tang zodat mijn handen niet zo vettig worden. En dan doe ik gewoon nog een klein beetje over. En dan doe ik daar ook een beetje zout op.
Speaker A:Heb jij echt opgevoel? Ja, dat is opgevoel ook. Dus dat zie je ook niet waar het dan belandt.
Speaker B:Nee. Dus wat ik vaak doe, is dat ik dat eerst in mijn hand doe.
Speaker A:Ja.
Speaker B:En dan besprenkel ik dat over de ovenschaal. Ja. Omdat je dan ook meer controle hebt over hoeveel zout je hebt. En waar het belandt. Dus dan kap ik gewoon een beetje in mijn hand van die grote bus. En dan een beetje strooien daarover. En dan plakt dat natuurlijk allemaal aan uw vingers. En dan doe ik er ook een beetje peper bij. Dat is uit gewoon zo'n mollentje. Dus dan kan je gewoon zo gaan. En kruiden, dat doe ik echt op gevoel. En je moet echt geen schrik hebben om kruiden te gebruiken, want dat mag echt wel op al zijn. Het is gewoon peper en zout, simpel. En dan ga ik nog eens met die tang daardoor zodat die kruid een beetje overal belandt. En dan kan de ovenschaal in de oven, die ik al voorverwarmd heb op ongeveer 190 graden. Meestal als je groenten wilt grillen, is dat hoger, maar omdat we vandaag meerdere dingen in de oven gaan steken. Heb ik het iets lager gehouden zodat andere dingen niet verbranden? Als je wilt, kan je die stukken paprika, als je er niet zoveel hebt, ook altijd in een airfryer doen. En dan zou ik dat wel op 200 graden zetten. Het moet wel redelijk lang grillen. Ik denk in de oven is dat 35 minuten of zo. Dus dat is wel even bezig. Maar je hoeft er niet echt veel naar te kijken. Hop. En dan kan dat gewoon rustig beginnen. Beginnen roosteren en dan halverwege gaan we dat eens een keertje doorgaan zodat de bovenkant niet verbrandt en dat alles een beetje door elkaar is. Dus voilà, dat is stap 1. Nu kan hij rustig zijn ding doen en dan kunnen wij verder met de rest. En dat zijn de hamburgers zelf.
Speaker A:Oké, en ga je daar nu al mee beginnen tijdens het bakproces in de oven?
Speaker B:Nee, dat is echt een kijfelpunt. Nee, eigenlijk wel. De hamburgers wel, want die gaan we eerst even aanbakken in de pan. Zodat dat een beetje kruiden kan krijgen en een beetje krokant is. En dan ga ik die verder laten garen in de oven. Je kan ook een hamburger helemaal bakken in de pan, maar dat vind ik niet zo gemakkelijk. Ik vind dat heel moeilijk in te schatten wanneer dat klaar is. En als je het in de oven steekt, dan zit je meer vast aan die vaste tijd. En dan wordt de binnenkant recht gaar zonder dat de buitenkant per se verbrandt. Dus dat gaan we doen met de hamburgers. Dus ik ga die nu eerst al aanbakken in de pan en dan in de oven. En dan gaan die ongeveer klaar zijn tegen dat de paprika ook klaar is. Doe je die dan bij de paprika? Nee, die leggen we op een apart plekje in de oven. Dus ik heb in mijn oven een rooster en een bakplaat. En dus nu staat de paprika in een schaal op de rooster. En zoiets gaan we daar de bakplaat met de hamburgers bij steken. Met een bakpapiertje, anders gaat het ook verbranden.
Speaker A:Gebruik je dan ook de olijfoliespray of dat is niet nodig?
Speaker B:Nee, omdat we die dus eerst aanbakken in boter in de pan, hebben die al vetstof gehad, dus is dat niet nodig. Maar ook als je gewoon rechtstreeks jouw hamburger in de oven steekt, want dat kan ook, dan hebben die niet per se vetstof nodig.
Speaker A:Oké, gezonder en gezonder, superleuk.
Speaker B:In de airfryer kan je trouwens ook heel makkelijk hamburgers bijpakken. En daar hebben die ook geen vetstof nodig.
Speaker A:Nee.
Speaker B:Ja. Klem. Maar ik vind dat wel lekker als dat zo'n beetje die smaak heeft en dat het een beetje kruiden kan krijgen. Dus voor vandaag gaan we dat wel eerst bakken in de pan en dan verder laten gaan in de oven.
Speaker A:Ieder zijn eigen stijl, hè?
Speaker B:Leuk. Inderdaad. Dus ik ga die pakken.
Speaker A:Dus je bent nu de hamburger aan het open doen?
Speaker B:Ja, ik ben nu de verpakking aan het open doen. En we hebben dus nu een kippenburger en twee kippen jalapeno burgers. Dus je kan ook kiezen wat voor burger jij gebruikt.
Speaker A:Ik denk dat ik de jalapeno burger ga eten.
Speaker B:Ik denk dat ik voor de kippenburger ga eten.
Speaker A:Ah, valasse.
Speaker B:Ik ga ook voor het pikaantje en ik heb ook de jalapeno burger erbij.
Speaker A:Je hebt de hamburgers uitgepakt. Er is ook ondertussen een pan verschenen op het vuur. Klopt.
Speaker B:In mijn hand nog.
Speaker A:In je hand nog.
Speaker B:Ik ga die nu op het vuur zetten.
Speaker A:Ja.
Speaker B:En dan ga ik het vuur aanzetten en op 7 zetten. Het is omdat het redelijk hoog is omdat je het aanbakt. Dus je gaat het niet doorbakken, dus het mag wel even hoog.
Speaker A:Dan moet het trouwens ook als je bijvoorbeeld biefstuk schudt, dan moet dat ook even heel hoog.
Speaker B:Ja, en aangezien we dat nu gaan verder laten garen in de oven, mag je dat wel even kort, lang, hoog. Kort, lang, hoog.
Speaker A:Kort, lang, hoog. Dan brengen we naar het volgende puntje misschien. We moeten zien dat het een beetje overzichtelijk blijft. En daar hoort ook wat structuur en vaak ook tijd bij bij koken. Heb jij een aantal minuten waarvan je zegt: Ik zet mijn timer of ik voel het een beetje zo aan? Of hoe doe je dat?
Speaker B:Voor die hamburgers.
Speaker A:Ja. Dat is echt op gevoel dat je dat doet?
Speaker B:Dat is echt op gevoel, ja.
Speaker A:We zullen misschien proberen een beetje in de tocht te houden van hoe lang dat ongeveer.
Speaker B:Het is echt niet super lang.
Speaker A:Nee, dus waarschijnlijk twee minuutjes.
Speaker B:Ja, ik denk twee minuutjes op hoog vuur.
Speaker A:Ja, twee minuutjes.
Speaker B:Of anderhalve minuut aan elke kant of zo. Want je moet ze wel eens een keertje omdraaien. Oké, voilà. Hoe vind jij eigenlijk, Emma, dat het het makkelijkste is om vlees om te draaien?
Speaker A:Of burgers?
Speaker B:Met een tang. Ik gebruik altijd een tang.
Speaker A:Ja, dus Emma, ik heb gehoord dat je ondertussen precies boter hebt.
Speaker B:Ja, ik heb boter uit mijn frigo gehaald. Ik heb zo van die plantaardige, vloeibare boter. Die je gewoon uit die bus kan spuiten. Ook op gevoel dan. Er mag zeker genoeg boter zijn in jouw pan, zodat jouw vleesje genoeg vetstof krijgt en dat niet blijft plakken.
Speaker A:En je wrijft een beetje heen en weer, of hoe doe je dat dan?
Speaker B:Ja, dus ik ga gewoon met die bus een beetje heen en weer, zodat de boter een beetje verspreid is in de pan. Mijn pan is nog koud, mijn boter is nog koud, en nu ga ik het vuur opzetten. Op 7, dus voor mijn vuur. Mijn vuur gaat tot 9.
Speaker A:Ja, ook wel een heel duidelijk. Want het is een inductievuur?
Speaker B:Het is een inductievuur, dus je hoort heel duidelijk als het aanstaat en als het begint. Want ik weet niet of je dat hoort door die microfoon, maar het maakt zo'n extra geluidje. Ik zal eerst de pan van het vuur halen, dus dan hoor je niks. En dan op het vuur hoor je zo dat geknetter. En dan weet je dat het werkt.
Speaker A:Dat is super duidelijk. Amai.
Speaker B:Dat is toch niet waar?
Speaker A:Eigenlijk heel toegankelijk voor blinden mensen.
Speaker B:Dat is heel toegankelijk. Ik heb het ook trouwens. Dus nu is de boter in mijn pan. Ik heb mijn pan even opgeworven en een beetje heen en weer gedaan, zodat de boter een beetje overal is. Ik vind het niet zo gemakkelijk om in te schatten wanneer boter echt warm is. Dus ik wacht gewoon even. Ik denk dat ik nu de burger er wel kan insteken. Allee, inleggen. Dat doe ik eigenlijk gewoon met mijn hand, zodat je daar iets controle over hebt. Dus voilà. Ik ga ze in twee keer moeten bakken, want mijn pan is niet groot genoeg. Kan je een tweede pan nemen? Jawel, maar.
Speaker A:Dat was niet nodig, hè?
Speaker B:Ik wil afwas besparen. En ze gaan toch zijn biet in de oven tegelijk, dus ze gaan sowieso op hetzelfde moment klaar zijn.
Speaker A:Ja, ze liggen er mooi in. We horen ze goed. Het ruikt ook heel lekker. Het heeft ook allemaal niet lang geduurd met het vuur, dus dat is fijn.
Speaker B:Ja, het gaat heel snel op een.
Speaker A:En wat ben je nu aan het doen?
Speaker B:Nu heb ik even, omdat ik ze heel hard tegen de rand lagen, heb ik ze even naar het midden geschoven.
Speaker A:En dat doe je dan met je vleesstrak?
Speaker B:Nee, dat heb ik nu gewoon even met de pan op te heffen en te schudden gedaan. Maar het is misschien wel beter als je het gecontroleerd meent.
Speaker A:Maar dat zijn zaken die je misschien ook nog wel kan zien.
Speaker B:Ja, maar het is misschien wel beter als je het gewoon.
Speaker A:Ja, ja, ja, ja. Daarom dat ik het even allemaal benoem, want het is belangrijk voor de mensen om.
Speaker B:En nu ga ik even, omdat ze er nu al kort in liggen, ga ik ze even een beetje schuiven met de tang, zodat je zeker voelt dat ze niet beginnen te plakken aan de onderkant. Dus voilà, dat heb ik nu gedaan. Nu is het even wachten totdat ze ze gaan omdraaien. Maar ja, ik ruik het echt wel. Ja, dit zijn de jalapeño burgers. Bij die jalapeño burgers doe ik geen kruiden, omdat daar dus al spice in zit. Bij de kippenburgers die we daarna in de pan gaan gooien, kijk een beetje kippenkruiden bij, zodat die extra smaak hebben. Nu ga ik de hamburgers een keertje omdraaien. Ja, want ze zijn al heel gebakken. Ik ga het vuur misschien toch al een beetje lager zetten. Ja, het is er nog even bij. Oké, nu ga ik de burgers even in een overschaaltje leggen zodat we die andere kunnen bakken. Dus je ziet dat heeft echt niet lang in de pan gelegen. Dat is echt gewoon om even de buitenkant goed aan te bakken. Ik ga een beetje extra boter in de pan doen omdat we nu die tweede burgers gaan bakken. Zodat die zeker genoeg vetstof hebben. Oké, dus nu zijn die kippenburgers aan het bakken en ik heb even kippenkruiden gepakt om daar even over te strooien. Dus dat hoeft niet veel te zijn, gewoon een beetje zo schudden. Ja. En dan ga ik ze meteen omdraaien zodat de kippenkruiden echt zijn smaak te pakken krijgen. Alleen de burger de kippen smaak.
Speaker A:Alleen kippenkruiden of ook een beetje zout?
Speaker B:Enkel kippenkruiden. Dus kippenkruiden is sowieso al zout.
Speaker A:Ja.
Speaker B:Dus als je daar nog geen zout over gaat doen, dan gaat het echt te veel smaak hebben. Als je de kant met de kippenkruiden bakt, moet je wel echt goed oppassen dat je het niet te lang doet. Want meestal als je er kruiden op doet, gaat het veel sneller verbranden.
Speaker A:Ja, je ruikt ook echt direct de kippenkruiden. Die komen echt goed binnen in de neus.
Speaker B:Ik heb ze nu terug omgedraaid. Nu is de kippenkruidenkant even gebakken. En kort nog de andere kant. En dan gaan we ze ook uit de pan halen. En dan kunnen ze gewoon rustig verder gaan in de oven. Oké, dus nu is de kippenburger ook gebakken en gaan we die ook mee even in het ovenschaaltje leggen.
Speaker A:Super.
Speaker B:Voilà. Nu gaan we de burgers even op de bakplaat leggen met een bakpapiertje, zodat die mee in de oven kunnen om dan verder te garen. En je haalt die ook uit de pan met de tang? Ja. Allemaal met de tang? Ja, alles. Ik kook eigenlijk heel veel met een tang, behalve als ik zo van die roerbakgerichten zeg maar. Doe ik alles met de tang. Ik vind dat heel gemakkelijk.
Speaker A:Ik heb je zien verdwijnen om iets uit de kast te pakken. Wat is dat?
Speaker B:Klopt, ik heb gewoon een bakpapiertje gepakt. Ja. En die gaan we op de bakplaat leggen. Ja, dan kan je gewoon een beetje voelen dat dat goed verspreid is op de bakplaat.
Speaker A:Ja.
Speaker B:En dan gaan we gewoon de burgers daarop leggen.
Speaker A:Ja.
Speaker B:Een beetje uit elkaar, dat ze niet aan elkaar plakken. Dat ga ik nu doen. Dat doe ik ook met de tang trouwens. Maar je kan het ook met een vork of met je handen doen. Als je het mee handelt, zou ik een beetje langer wachten totdat de hamburgers een beetje koeler zijn. Want nu gaan ze nog wel heel warm zijn, natuurlijk. En op de bakplaats ga ik ook nog een beetje plaats houden voor Sabiet nog de broodjes erbij op te leggen. Ah ja, die gaan ook mee in de oven dan. En oh ja, die kunnen op de bakplaats eigenlijk. Ja, eigenlijk maakt niet uit. Die kunnen op de bakplaats of mee op de rooster waar de paprika op zit. Dus ik kan ze eigenlijk op de rooster leggen. Maar die moet niet lang, toch?
Speaker A:Je hebt van alles in je oven op een bepaald moment, maar ik kan me voorstellen dat het ene misschien wat meer baktijd nodig heeft dan het andere. Of haal je er alles toch tegelijkertijd uit in die end?
Speaker B:In die end gaat alles er wel tegelijkertijd uitkomen, omdat we het nu op andere momenten hebben ingestoken. Dus ik weet, de paprika duurt het langst, ongeveer een kwartiertje, tien minuten later mogen de hamburgers erbij. Ik denk dat we daar ongeveer wel aan. Zitten en dan nog eens zoveel minuten later gaan we de broodjes erbij steken. En op zich, met dit ja, als je iets langer in de oven steekt, gaat dat minder snel verbranden dan dat je dat in een pan laat liggen. Dus als nog niet, als de paprika bijvoorbeeld nog niet klaar is, ja, dan laten we de burgers er gewoon nog even langer insteken. Dat kan op zich niet zo'n kwaad daarmee. Dat ik graag mijn ovenwerk, want het maakt iets minder nauw, het zit iets minder nauw met de tijd.
Speaker A:En misschien een ruwe schatting natuurlijk, want ik snap dat dat ook niet zo gemakkelijk is. Maar hoe lang staat die oven dan eigenlijk ongeveer aan? Als je voor alles een beetje een baktijd hebt, hoeveel broodjes?
Speaker B:Ik denk nu totaal 45 minuten.
Speaker A:Totaal 45 minuten? Ik heb begrepen, de broodjes 8 minuten.
Speaker B:Ja, de burgers gaan we er ongeveer 15 tot 20 minuten in steken. En dan de paprika die steekt er al in en die moet ongeveer 40 minuten.
Speaker A:Daar zijn we mee begonnen.
Speaker B:Ja, perfect. Dus nu ga ik de bakplaat in de oven steken. Om een beetje een idee te geven van hoe mijn oven verdeeld is nu. De paprika zit echt in het midden. En ik ga de burgers daar een beetje onder steken. Omdat ze al goed gebakken zijn in de pan, hoeven die niet zo die bovenkant van die oven te hebben. Dus ik zet die eigenlijk onder de rooster van de paprika. Hup. Dat was maar één. Voilà.
Speaker A:Oké, dan rest er ons eigenlijk... Ah, wacht.
Speaker B:Ah. Sorry. We gaan nu, dat we de hamburgers er hebben ingestoken, even de paprika eruit halen, een beetje doorroeren en die er dan terug bij steken.
Speaker A:Oké, dat is heel goed dat je dat nog even zegt. Dus je doet eigenlijk de oven terug open. Zo gaat het koken, soms denk je nog eens iets aan.
Speaker B:Ja, exact. Het is omdat ik nu de paprika rook dat ik dacht... Mogen we niet vergeten.
Speaker A:Je gaat al zeer structuurvol te werk, vind ik. Ik ben helemaal anders.
Speaker B:En dat doe ik ook gewoon met die tang eigenlijk. Dus je hoort, ik weet niet of je dat kan horen, maar de paprika maakt al geluid. Hij voelt ook al op de goede weg te zijn. Hij voelt al een beetje zacht.
Speaker A:Je bent nu naar die paprika aan het kijken, of is dat echt op dit opgevoel dat je dat doet?
Speaker B:Dit is echt op gevoel van met de tang. Ik voel door de tang dat de paprika nog wel hard is. Ja. Je voelt dat hij al een beetje zachter aan het worden is. Hij wiebelt wel een beetje, maar nog niet hard genoeg dat je zegt dat hij klaar is.
Speaker A:Hoe voel jij dan? Je pakt gewoon een stukje paprika tussen die tang, je knijpt daarin en je draait dat om? Of hoe moet ik mij dat voorstellen?
Speaker B:Dus ik pak inderdaad gewoon, ik ga even in die schaal toeknijpen en dan voel je, oké, ik heb iets vast. En dan is het eigenlijk, omdat het wel heel warm is, je kan ook wel met je vingers voelen. Op zich kan je wel voelen. Als je wilt, kan je eens proberen.
Speaker A:Ik zal eens proberen.
Speaker B:Je voelt dat de buitenkant al wat.
Speaker A:De schaal is natuurlijk heel warm, maar dat is niet zo erg.
Speaker B:Je voelt dat de buitenkant al zo'n beetje glad is.
Speaker A:Want dat zijn ook wel vrij grote stukken, dus je kunt gewoon inderdaad zo heel gemakkelijk. Ja, ik snap wat je.
Speaker B:Ja, je roert er dan wat door met je tang.
Speaker A:Ze pakt die eigenlijk vast en ze roert die dan om.
Speaker B:En om eens te kijken of het klaar is, dan pak je gewoon een stukje. Dan gaat het echt gemakkelijk. Je moet gewoon even die tang open en toe doen en sowieso ga je een stuk pakken. Omdat ze zo groot zijn. En dan kan je met je handen eens een keer voelen als je dat makkelijker vindt. Dan voel je al het velletje is al een beetje losser. De paprika is al wat glad. Maar hij is nog niet heel bewegelijk, dus hij is nog niet super zacht om te zeggen dat hij klaar is. Dus nu heb ik de overschaal terug vast en dan gaan we die terug mee in de oven steken, zodat dat nog een beetje kan zachter worden. Toch mee overbuiten. Uiteraard met overwanten.
Speaker A:Ik denk dat we anders al lang. Auw! Hadden gehoord.
Speaker B:Ja, inderdaad. Nee, dus alles wat je in de oven doet met overwanten, uiteraard. Anders is het niet zo gemakkelijk. Je hebt mensen die het met een handdoek doen, maar dat vind ik veel te warm. Oké, en dan is nu dus nog even wachten tot de tijd er is om de broodjes erin te steken. Oké. En ondertussen kunnen we wel al iets anders doen, bedenk ik net.
Speaker A:En dat is?
Speaker B:Het sausje maken.
Speaker A:Oeh, alright. En wat? Welke saus? Je had gezegd dat je mayonaise nodig had, herinner ik mij.
Speaker B:En pesto. Dus we gaan een pesto-mayonaise maken. Groene of rode pesto? Ik kies voor deze hamburger, omdat we al met die paprika zitten voor rode pesto. Omdat dat van tomaat is gemaakt. En dat gaat zo'n mooie blend zijn. Maar je kan ook, als je dat liever hebt, groene pesto gebruiken. Dat gaat gewoon een andere smaak krijgen. Dus ik heb nu mijn potje pesto uit de kast gehaald. Mijn mayonaise. Uit de vriezer. En dan gaan we een kommetje pakken om dat in te mengen. Dus we hebben de mayonaise. Dat is ook een backup gevoel, want je kunt daar altijd extra mayonaise of extra pesto bij doen als je het niet goed vindt. Als je vindt dat het te veel pestosmaak heeft, dan doe je er een beetje mayonaise bij. En andersom. Dus ik ga nu gewoon een beetje uit de bus spuiten in mijn kommetje. Hop. En dan met een lepeltje. Ik heb echt de leukste lepeltjes trouwens. Wat is het? Ik heb ook eens van die. Een handvat. Ah jawel, een ding. Een flessenopener. Nee.
Speaker A:Oei.
Speaker B:Het is een schub.
Speaker A:Ik denk dat ik dat gewoon van de leugens slaat. Ik heb echt de leukste lepeltjes.
Speaker B:Dus we hebben nu de pesto opengedaan. Bij pesto, als je dat opent, is er meestal zo wat olie aan de bovenkant. En eerst een beetje voorzichtig, want ik heb daar al mee voor gehad. Roeren zodat dat een beetje terug verspreid is. Gewoon heel rustig dat de pesto niet op je keuken aanrecht ligt in plaats van in het potje. Voilà. En dan doe ik daar gewoon twee kleine schepjes bij. En dan gaan we die mayonaise en die pesto die nu in één kommetje zitten even goed doorroeren. Oké, dus ik heb dat nu gemengd en ik ga gewoon even met mijn vinger proeven. Als dat oké is voor jullie.
Speaker A:Ja, tuurlijk.
Speaker B:Proeven of dat een goede verhouding is.
Speaker A:Steven doet dat ook altijd. Ik ga nu eens eventjes met de vinger.
Speaker B:Jullie ook jullie mening geven?
Speaker A:Ja, absoluut. Ik ga ook eens proeven.
Speaker B:Ik ga eens kiezen of het goed is.
Speaker A:Koken op zijn blind, ik vind dat dat wel moet kunnen.
Speaker B:Koken op zijn blind.
Speaker A:Zo lekker.
Speaker B:Is het een goede verhouding? Moet er meer pesto, meer mayonaise?
Speaker A:Zeker niet meer pesto voor mij.
Speaker B:Nee, een beetje voor mij ook nog. Eerlijk gezegd. Je moet goed kijken, want het gaat tussen een burger. Er gaan nog veel smaken bij komen. Je moet het ook nog wel proeven.
Speaker A:Ik ben er wel oké mee.
Speaker B:Ik kan er ook oké mee. Dus voilà, dan kan de pesto in de vriezer. En natuurlijk, met sausjes voor burgers kan je doen wat je wilt. Je kan ook heel andere sausen creëren. Wat ik bijvoorbeeld heb gedaan, ik heb in mijn vriezer zo'n bacon sausje. Dan heb je daar al eens een keertje pesto bij gedaan. Een beetje sap van augurk als je dat graag hebt. Nee, dank u. En daar ook al augurken onderin aan. Super lekker trouwens. Ik heb dat trouwens gegeten, die saus.
Speaker A:Oké, het sausje is gemaakt. Wij hebben eigenlijk stiekem ook al geproefd er allemaal van. En het is eigenlijk heel lekker, Emma. Dus een heel tof idee. Maar is er dan nog iets dat we gaan doen?
Speaker B:Ja. Want wat ik nog niet had verteld, is dat we ook kaas tussen de burger gaan doen.
Speaker A:Ah, lekker.
Speaker B:Extra touch. Extra touch. En aangezien onze hamburger zal proper op een bakpapiertje op een ovenplaat zijn, gaan we die kaas, daar is de biet, zo op doen. Zodat die kaas smelt in de oven. En dan heb je niet te veel afwas en gedoe in je pan.
Speaker A:Ja. Slim.
Speaker B:Maar ga je die kaas er dan opleggen? Op het einde. Ah, als die nog in de oven zit. Als die nog in de oven zitten. Dus we gaan ze bieten, broodjes in de oven steken en kort voordat we alles er gaan uithalen, gaan we de kaas over de burgers leggen. Want dat mag niet te lang, want dan gaat jouw kaas beginnen bakken en dat is ook niet de bedoeling.
Speaker A:Ja, dan heb je een hele rotzooi in de ovenschaal, denk ik ook.
Speaker B:Ja, we gaan even de burgers omdraaien.
Speaker A:Oké, ja, ja, ja.
Speaker B:Want ze hebben er nu ongeveer 10 minuten ingestoken, denk ik. Dus we gaan die even omdraaien zodat dat toch nog steeds goed verdeeld is. Qua warmteverspreiding. Ja, dat is goed.
Speaker A:Oké, ik ben benieuwd. En hoe ga je dan te werk?
Speaker B:Dus ik ga nu even de bakplaat waar de burgers op liggen. Even oefenen. Dus ik ga de bakplaat waar de burgers op liggen gewoon even uithalen. Je kan dat ook zo halver inlaten, maar dat doe ik niet, want dan gaat mijn ovenschouder uitvallen. Die leg ik dan op een. Ik heb hier zo'n houten snijplank. Waar je dus jouw bakplaat gewoon kan opzetten. Dat vind ik wel gemakkelijk. Dan hoef je niet na te denken over je aanrecht. En dan ga ik die gewoon even met de tang omdraaien. En ze lijken mij al op de goede weg te zijn. Ze klinken toch al aan het bakken te zijn. En ze rieken goed. En ze zien er niet verbrand uit. Dus voilà. Dus ik heb die nu omgedraaid, één per één. En nu gaan die gewoon terug op dezelfde plaats in de oven verder garen.
Speaker A:Ik denk dat we nu gewoon vooral moeten wachten tot het tijd is.
Speaker B:Klopt.
Speaker A:Nog hoe lang gaan we wachten, denk je?
Speaker B:Ik denk dat we nog zo'n zeven minuutjes of zo gaan wachten. Nee, drie minuutjes gaan wachten om dan de broodjes erbij te steken. En die moeten dan toch nog even in de oven. En dan gaat de rest ook wel ongeveer daar zijn tegen dat die klaar zijn.
Speaker A:Oké, dan zijn we zo meteen terug bij jullie. En we staan hier weer bij de oven nu om een nieuwe stap te ondernemen om de burgers nog te vervolledigen: de broodjes.
Speaker B:Oké, ik heb de broodjes, de verpakking opengedaan en ik ga die nu in de oven steken. En ik ga die zetten op het rooster waar de overschaal van de paprika. Dat kan daarnaast. Ja, daar is nog plaats. In mijn oven. Dat is voor iedereen zijn oven anders. Ik leg die daar eigenlijk gewoon niet met mijn handen. Gewoon een beetje voorzichtig voelen dat je niet te ver of te kort bij bent. Maar ze gaan gewoon met drie op een rijtje. En dat maakt niet uit als die een beetje tegen elkaar liggen of zo. Dat speelt echt geen rol. Oké, ze steken erin. Oven toe. Nu is wachten.
Speaker A:Oké, de oven heeft nu opgestaan. We moeten nu weer wat ondernemen. Wat gaat er nu juist gebeuren?
Speaker B:We gaan nu even de kaas op de burgers leggen, zodat dat even kan meesmelten. En dan kunnen we eigenlijk bijna beginnen met onze broodjes samen te steken.
Speaker A:Oh, lekker!
Speaker B:Ik heb wel zin in! Dus je kan kiezen welke kaas je gebruikt, natuurlijk. Je kan versmeld kaas gebruiken. Ik heb gekozen voor belegen kaas, denk ik. Gewoon zo'n sneetje die op je boterham ligt. Ik vind het eigenlijk het lekkerste. Maar ja, dat is compleet wat je zelf kiest. Als jij niet zo'n kaasfan bent, maar wel mozzarella lust, dan kan je dat ook met mozzarella doen. Ja, dat is echt super vrij wat je kan doen. Dus hoe we dat gaan aanpakken, is we gaan terug de burgers uit de oven halen. De burgers zijn uit de oven gehaald. Voor één burger gebruik ik een half plakje, zeg maar. Anders is dat te groot misschien. Anders ga je te veel gesmolten kaas hebben die naast de burger is dan erop. Dus ik doe dat gewoon met mijn handen in twee. Je breekt dat zo in twee. Allee, je broodt dat zo dubbel. En dan heb je dat in twee. En dan moet je dus dat schilletje kaas op je burger leggen. Ik kan dat zien, dus ik kan dat nog wel mikken. Ik denk als je het niet kan zien, dat het wel gemakkelijk is als je... Heel voorzichtig voelt. Je voelt wel als je met je hand over de plaats gaat waar de warmte echt dicht bij je hand is. Daar zijn meestal burgers. En dan kan je het zo erop leggen. Je kan gewoon met je handen voelen waar de burger is. Je moet gewoon zien dat je niet je vinger op de bakplaat legt. Dat gaat pijn doen. En dan leg ik dat daar gewoon op. Dat maakt niet zoveel goed. Allee, gewoon zien dat je het redelijk in het midden hebt. Dat er niet te veel kaas aan de zijkanten is. En dan doen we dat ook voor het tweede schilletje, voor de andere burgers. En dan gaan die burgers terug de oven in. En dat is echt niet meer voor lang, het is echt nog voor een minuutje of zo en dan is dat klaar. Nee, ik ga dus nu, terwijl we even die burgers daar hebben ingestoken, ga ik de paprika eruit halen. Want die gaat nu wel klaar zijn. En die gaat toch niet zo snel afkoelen. Dus voilà. Ik ga nog eens checken met de tang of dat. Het er goed uitziet. Ja, je hoort het al heel de lawaai maken. Het is ook super zacht nu. Als je het gaat pakken, dan ga je het bijna niet merken tussen je tang. Dus dat is wel echt duidelijk dat het nu klaar is. Als je het gaat pakken met je vingers, gaat het aanraken, dan gaat het heel warm zijn. En dan ga je voelen dat het velletje zo los is. En dat eigenlijk het vlees van de paprika heel hard gekrompen is. En dat betekent wel echt dat het klaar is. Dus voilà, die overschaal is hier. Die ga ik even aan de kant zetten. Zo. En dan is het gewoon nog eerder even wachten totdat die kaas gesmolten is. En dan kan alles gestapeld worden. Ja.
Speaker A:Oké, het is het moment waarop niet alleen de paprika, maar ook alle andere zaken uit de oven kunnen genomen worden, denk ik.
Speaker B:Klopt.
Speaker A:En nu gaat het wel interessant worden, want nu gaan we eigenlijk gewoon. Of ga jij eigenlijk gewoon de burgers maken? Dus ik ben zeer benieuwd nu.
Speaker B:Ja. Dus ik ga even de bakplaat met de hamburgers eruit halen. Ja. De kaas riep je ook al heel hard.
Speaker A:Oh my god.
Speaker B:Meestal een teken dat het goed gesmolten is. En dan ga ik nu de broodjes er ook uithalen. Dat doe ik meestal gewoon met mijn handen heel snel. Heel warm, maar dat gaat gewoon. Dus ik heb even een bord gepakt om die daarop te smijten.
Speaker A:Oh my god, het ruikt wel echt super lekker allemaal.
Speaker B:En dan kunnen wij de oven afzetten, want die hebben wij niet meer nodig.
Speaker A:Dus wat ga je nu stap 1 doen? Je neemt nu een mes, hoor ik, of iets van bestek.
Speaker B:Ja, een mes. Gewoon een mes waarmee je jouw boterhammen smeert. Want ik werk niet zo graag met een broodmes. Dat vind ik een beetje onhandig. En dat is heel gevaarlijk met dit. Dus ik ga gewoon met een gewoon mes de broodjes even door mieten snijden.
Speaker A:Ja, we horen dat ze goed gekant zijn, goed gebakken.
Speaker B:Ja. De broodjes zijn opengesneden.
Speaker A:Oké.
Speaker B:Dus nu kunnen we brood bouwen.
Speaker A:Wat doe je dan eerst?
Speaker B:Eerst ga ik een beetje van ons pesto-mayonaiseke erop doen.
Speaker A:Ja, dat is leuk. We mogen ons amuseren, we mogen een beetje lachen. Ons pesto-mayonaiseke erop doen, ja.
Speaker B:Aan de onder- en de bovenkant. Want je moet zeker genoeg saus hebben, vind ik. Dus je krijgt gewoon een beetje met dat lepeltje een paar schepjes en dan een beetje zo dippen. Als je meer, ja. Moet je daar meer uitleg bij geven?
Speaker A:Nee.
Speaker B:Oké, dankjewel.
Speaker A:Saus is saus. Misschien hoe je het een beetje verspreidt dan over het broodje.
Speaker B:Nee, ik smeer dat niet uit.
Speaker A:Je smeer dat niet uit, je kwakt dat gewoon op het broodje.
Speaker B:Ja, maar een beetje zo op verschillende plaatsen wel, hè? Ja.
Speaker A:Dus de saus is op de broodjes?
Speaker B:Klopt. En dan is het volgende. De burger. Dus we gaan nu de burger erbij opleggen. Dus dat pak ik ook met de tang. En dan pak ik de onderkant van het broodje en dan leg je dat erop.
Speaker A:Hop. Ja, maar ja, dat is goed dat je dat zo goed uitlegt, vind ik.
Speaker B:Oké.
Speaker A:Oké, dat is dus alle burgers liggen nu op het broodje.
Speaker B:Klopt. En nu gaan we de paprika erbij tussen leggen. Er is best veel paprika, dus. Dat gaat goed genoeg zijn. Ik ga het je portie groenten zeker gaan doen. En die leg ik gewoon bovenop de burger.
Speaker A:Ja. Alright, ja. Lekker groentjes.
Speaker B:Dus ik doe ongeveer twee van die stukken paprika per burger. Maar ja, het is een redelijk grote paprika die ik had. Dus als je kleine paprika hebt, kan je er meer tussen leggen. Of als je gewoon heel graag paprika eet, ja. Je kiest een beetje zelf. Voilà. En dan gaan we enkel nog de bovenkant van het broodje erop zetten zodat hij klaar is. Als je wilt, zoals ik in het begin al zei, kan je dus nog extra ingrediënten daartussen steken. Zoals gekaramelliseerde ui of zo is ook heel lekker.
Speaker A:Oké, maar dan denk ik dat we dus helemaal rond zijn, want je broodje is dicht. De burgers zijn klaar. Wij kunnen gaan eten. Emma, ik dank jou vooral om dit allemaal zo goed uit te leggen. Want voor je eerste podcast heb je het fantastisch gedaan.
Speaker B:Dank je wel.
Speaker A:Waarvoor dank. Als er nog mensen vragen hebben over de burgers, kan je ons bereiken via Facebook of ons e-mailadres. Ik zou zeggen: wij gaan eten en tot de volgende Blind Proef!
We mogen jullie andermaal een nieuwe podcaster voorstellen. Emma maakt voor ons een Italiaanse kippenburger, een opgepimpte versie van de doorsnee burger. Daarbij maakt ze ook een heerlijk sausje. Je krijgt tips over hoe je een paprika snijdt en roostert, en Emma geeft bovendien een handige tip om de juiste hoeveelheid olijfolie in de pan te doen.
Benodigdheden:
broodjes
kippenburgers
paprika
pesto
mayonaise
kaas
peper en zout
kippenkruiden
Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.
Find out more at https://blindproef.pinecast.co