Skip to main content
Blind Proef
Een podcast over koken met een visuele beperking
Site
20 dagen geleden

Rijstnoedels met kalkoenblokjes, wokgroenten en curry-kokossaus

De titel van dit gerecht klinkt een stuk ingewikkelder dan het in werkelijkheid is. Eline toont ons hoe je in enkele minuten een smaakvol wokgerecht op tafel tovert. Alles komt gewoon uit pakjes en zakjes: even bij elkaar gooien, kort bakken en koken, en klaar. Je verneemt ook nog waarom een wokpan zo voordelig is, en we geven nog even onze strategie mee voor het afgieten van de rijstnoedels.

Transcript
Speaker A:

Hallo allemaal en welkom bij een nieuwe aflevering van Blind Proef. Ik ben hier samen met Matthias en met Eline. Hallo!

Speaker B:

Hallo, ik ben Eline.

Speaker A:

Wij gaan iets koken, of Eline gaat iets koken voor ons. Eline, jij gaat voor ons een curry maken.

Speaker B:

Ja, inderdaad. Ik ga een wokcurry maken.

Speaker A:

Ja. En wat heb je allemaal nodig? Wat ga je er allemaal in doen?

Speaker B:

Ja, wat hebben we nodig? Currypasta. Dus in de currypasta zitten al redelijk veel ingrediënten, kruiden en zo. Kokosmelk, kalkoenblokjes. Dus ik ga nu een curry maken voor ongeveer vier personen.

Speaker A:

Oké, ja.

Speaker B:

We zijn met drie, maar. En groentjes, hè. Dus ik heb zojuist gegeten, ik heb die al een keer afgespoeld, als beste.

Speaker A:

Groentjes in een zak?

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Dus je hebt die gekocht bij de supermarkt en heb je dan een beetje afgespoeld?

Speaker B:

En de kalkoenblokjes heb ik gewoon zo gekocht, al gesneden.

Speaker A:

In een bakje, ja? Oké.

Speaker C:

Hoeveel gram?

Speaker B:

Ik heb nu ongeveer 400.

Speaker C:

Dat gaat wel meer dan genoeg zijn.

Speaker B:

En ik heb sojaschuut in een zakje en ik heb nog wokgroenten in een zak. We gaan wel veel groenten hebben, denk ik. Oké, dat is gezond. Dat is gezond. En ja, in die voorgesneden groenten zit daarin kool en zo, denk ik. Ja. Ik weet het eigenlijk allemaal niet van buiten.

Speaker A:

We gaan het proeven.

Speaker B:

Het zijn Chinese wokgroenten.

Speaker A:

Chinese wokgroenten. Dan weten de mensen ook wat ze moeten naar zoeken als ze dit ook zouden willen maken. Ik ken daar dus weinig van, Eline. Het is misschien een beetje te gezond voor mij, bij wijze van spreken. Maar ik ga je laten doen. Dus waar gaan we mee beginnen?

Speaker B:

Dus ik heb een wokpan. Ja. Een grote wijde diepe pan?

Speaker A:

Ja, een grote inderdaad met een mooie steel aan.

Speaker B:

Ja, hoe krijg je dat?

Speaker A:

Ja, een hele diepe pan. Met een ronde pan uiteraard met een steel en een heel diep oppervlak.

Speaker C:

Die randen gaan stijl naar boven.

Speaker B:

Daar gaan we eerst olie in doen natuurlijk.

Speaker A:

Geen boter, want dat... Pas niet bij het wokconcept, durf ik te denken.

Speaker B:

Ja, voor een wok kun je gebruiken arachideolie. Ik ga nu zonnebloemolie gebruiken. Dat is redelijk neutraal van smaak.

Speaker A:

Dat is een bus die je hebt, een fles, een bus?

Speaker B:

Ja, een grote bus.

Speaker C:

Goed op gewoon een goede soeplepel of zo?

Speaker B:

Ja, ik giet daar een goede scheut in.

Speaker C:

Een goede scheut, ja.

Speaker B:

Beter een beetje te veel olie als te weinig. Ik ga het vuur hoog zetten, redelijk hoog zetten.

Speaker A:

Ja, olie kan ook niet verbranden.

Speaker B:

Het kan wel een beetje spetteren, maar dat kan allemaal geen kwaad.

Speaker A:

Dus dat is wel de veilige optie.

Speaker B:

Je gezicht er niet boven hangen, gewoon. Nee, nee. Zou ik zeggen. Ik heb dus een pakje currypasta.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Voel maar een keer.

Speaker A:

Currypasta gewoon, ja. Ah ja, oké. Ah ja, curry. Dus het is curry, een soort van currypoeder. Het is geen. Want het zijn geen deegwaar, het is currypasta. Ah ja, je dacht pasta. Dus het is een pakje met een substantie in.

Speaker C:

Meestal zit daar bijvoorbeeld chilipepers, look, gefermenteerde garnalen, gember, curcuma. Eigenlijk alles van je kruiden zit daarin. En voor ons is dat dus super gemakkelijk, want je moet die verhoudingen niet meer afmeten als jij dit lekker vindt en niet te pikant. Of juist pikant genoeg. Dan is dat dus altijd perfect eigenlijk.

Speaker A:

Oké. En je zit er helemaal in, Eline?

Speaker B:

Ja, ik heb nu gele currypasta, maar je hebt ook rode en groene. Ik vind gele wel best, denk ik. Dus je hoort de olie al een beetje.

Speaker A:

sudderen? Spetteren, ja.

Speaker B:

Dus ik ga nu de olie uit dat pakje in de pan gieten.

Speaker C:

Uitnijpen?

Speaker B:

Ja. En dat blijft nog zo wat in dat zakje plakken, dus ik ga er wel mijn vingers een beetje in.

Speaker A:

We hebben niks gezien en we horen inderdaad.

Speaker B:

Om de restjes eruit te krijgen.

Speaker A:

De olie mooi sissen. En ja, niet alleen de olie, maar dus ook die pasta. Ja, van mij.

Speaker B:

Dus nu laat ik dat al even meebakken. Misschien het vuur iets minder.

Speaker C:

Dus je roert nu met een houten lepel of zo?

Speaker B:

Ja, met een houten lepel.

Speaker A:

Dat alles mooi gelijk blijft. Kan dat ook aanbakken of aanbranden nu op dit moment?

Speaker B:

Nee, als je er goed. Je blijft roeren.

Speaker A:

Ja, oké. Dus je moet wel goed blijven roeren.

Speaker B:

Ja, ja. En er zit ook genoeg olie in, dus dat is ook belangrijk. Ja.

Speaker A:

Het ruikt al heel lekker trouwens.

Speaker C:

Dat is om die geuren en smaken vrij te maken.

Speaker B:

Ja. Dan gaan we onze kalkoenblokjes erbij nemen.

Speaker A:

Ja. Ja, want het is eigenlijk een eenpansgerecht, dus dat is goed voor de nafas.

Speaker C:

Ja.

Speaker A:

Ja, in ieder geval. En dan worden die eigenlijk meegebakken, mogen we misschien niet zeggen, maar geweld gebakken erbij.

Speaker B:

Voor drie personen heb ik twee bakjes kalkoenblokjes. En als je nu geen kalkoen wilt eten, dan kun je dat met kip of tofu doen. Voor de vegetariërs.

Speaker A:

Ja, tofu.

Speaker B:

Dus nu ga ik dat vlees wat laten meebakken.

Speaker A:

Ja, dus je roert nu ook stevig door. Dus het vlees is erbij, je roert stevig door.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Ik hoor het ook dat je goed aan het spatelen, roeren bent. Dus je beweegt ook dat vlees een beetje heen en weer en boven naar onder en dat alles goed gemengd is.

Speaker B:

Sorry.

Speaker C:

En het gemakkelijke van zo'n wokpan is dat je ze ook niet zomaar uit je pan moet nemen.

Speaker A:

Nee, dat is heel diep hè?

Speaker C:

Dat is diep. Dus dat is eigenlijk, voor ons vind ik dat super gemakkelijk zo'n wokpan.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Wat ik zelf doe, dat hoeft niet, maar ik doe daar een klein beetje kipkruiden bij.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Om een beetje extra smaak.

Speaker A:

Ja, oké.

Speaker B:

Dus ja, zo wat kipkruiden erover strooien. En ja, gewoon goed blijven uw vlees zo wat omscheppen. Dat je langs alle kanten wat kan garen horen doen.

Speaker A:

Ja. En heb je daar dan een trucje voor om te weten van nu zal het wel goed zijn? Of heb je dat gewoon op het gevoel dat je dat dan doet?

Speaker B:

Een beetje op het gevoel eigenlijk.

Speaker A:

Ja, en af en toe eens een lepeltje nemen of zo. Of een stukje proeven.

Speaker B:

Nee, proeven we dat niet toe, want ja, het kan nog rauw zijn.

Speaker A:

Ah ja, oké.

Speaker B:

Maar gevoelt dat met je vinger?

Speaker C:

Je kunt dat wel een beetje voelen, als dat harder is.

Speaker B:

Ja, inderdaad.

Speaker C:

Ik kan dat meestal wel met mijn lepel voelen.

Speaker B:

En met je vinger ook. En ik wil mensen niet aanmoedigen om hun vinger in het pan te steken, maar ik doe dat wel.

Speaker A:

Ik doe het ook wel eens. Maar dan met een lepel schep ik dan iets eruit en dan wacht ik. Even en dan voel ik het toch dat het goed is.

Speaker C:

Uiteindelijk moet het toch zelf ook allemaal beter zijn.

Speaker A:

Ja, en ik ga ook eerlijk zijn: ik heb mij eigenlijk nog maar heel weinig verbrand in het verleden. Dus ja, men zegt altijd koken is moeilijk, maar eigenlijk valt dat nog wel heel goed mee, vind ik. Als je weet wat je doet.

Speaker B:

Ja. Ik ga de groenten er inderdaad bijna bij doen.

Speaker A:

Ja, het ruikt heerlijk.

Speaker C:

Uw pan moet natuurlijk wel groot genoeg zijn.

Speaker A:

Ja, ja, ja. Maar denken we dat het hier geen probleem is?

Speaker B:

Ja, zo'n wokpan, dat kan veel. Je kunt daar ook kantjes voor gebruiken.

Speaker A:

Ja, ja.

Speaker B:

Wel lekker.

Speaker C:

Ik zou je zeggen, ik gebruik mijn wokpan voor alles.

Speaker B:

Ja? Ja.

Speaker C:

Dus ook als ik mijn steak moet bakken, dan bak ik dat nog in mijn wokpan.

Speaker B:

Dat kan, ja. Waarom niet?

Speaker A:

Goed blijven roeren gewoon.

Speaker B:

Alles een beetje kan garen.

Speaker A:

Ja, wok is eigenlijk, als ik het zo zie, want ik heb het dus nog nooit zelf gemaakt, ik ga er eerlijk in zijn. Vooral dingen erbij doen en goed roeren. Dus het is eigenlijk heel simpel, het is heel eenvoudig.

Speaker C:

Ja, en hoe groter je wok, hoe gemakkelijker dat je hem rondroert.

Speaker A:

Ja.

Speaker C:

Zonder te smossen. Ja, ja, ja.

Speaker B:

Ondertussen, ik ben gewoon aan het roeren, want er is niet zoveel te doen.

Speaker A:

Nee, nee, dat is waar. Daarom dat ik het ook zeg, je moet gewoon roeren en zien dat alles erbij is. Zelf min of meer op.

Speaker B:

Ja, ik ben daarnet nog iets vergeten te vermelden. Ik ga daar rijstnoedels bij doen.

Speaker A:

Ja, rijstnoedels er gewoon bij.

Speaker B:

Ja, oké. Alleen nee, nee, ik... Dus rijstnoedels moet je gewoon in heel warm water leggen en dan wordt ze vanzelf goed. Dus die ga ik straks nog maken.

Speaker A:

En dus die rijstnoedels ga je dus apart maken in water en ga je die er dan daarna bij doen bij dit of Ja, dat is de vraag.

Speaker B:

Dat moet niet, maar dat kan.

Speaker A:

Dat kan misschien. Misschien is dat wel iets makkelijker om te eten dan. Want ze eten toch ook allemaal samen.

Speaker B:

Natuurlijk, ja. Als je dan het wilt invriezen, weet ik niet of dat handig is dat daar rijstnoedels al in zitten.

Speaker A:

Ja, dat is een beetje zoals spaghetti saus. Doe je het er al bij of niet?

Speaker C:

Ja. Je hebt ook van die speciale woknoedels eigenlijk. Maar ik denk dat dat van eieren. Allee, een soort eiernoedels zijn.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Die kun je er ook kopen.

Speaker C:

En rechtstreeks in je wok gooien. Dat kan ook.

Speaker B:

Ja, of rijst doen.

Speaker A:

Rijst is ook lekker, ja.

Speaker C:

Maar iets moeilijker om met je stokjes te eten.

Speaker B:

Of dat je niet nogal zegt: ik wil je pasta in je wok doen.

Speaker A:

En er zijn ook mensen die niet zo graag rijst lusten. Waaronder ik. Daarom dat we eigenlijk voor noedels hebben gekozen. We gaan daar eerlijk in zijn.

Speaker C:

Ik denk niet dat dat super pikant is. Want je ruikt hem wel, maar hij ruikt nog niet overdreven.

Speaker B:

Misschien ruikt hij nog een half zachtje.

Speaker C:

Want staat de dankkap aan of zo? Dus zelfs zonder een dankkap is het nog niet overdreven.

Speaker A:

Het begint al iets stiller te klinken nu. Ja, hoe komt dat dan?

Speaker C:

Het vocht van die groenten, denk ik.

Speaker B:

Dat is een moeilijke vraag.

Speaker A:

Dus het vocht van de groenten komt los nu, wil je zeggen?

Speaker B:

Ja, oké. Dus nu, wat er nu nog ontbreekt, is gewoon de kokosdingen.

Speaker A:

Ah ja, je moet er nu kokosmelk bij doen?

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

En hoeveel ga je daarbij doen?

Speaker B:

Ik ga daar gewoon één blikje kokosmelk bij doen. 400 milliliter.

Speaker A:

Ja, dus je gaat dat nu eerst mee schudden?

Speaker B:

Of niet?

Speaker C:

Nee, dat hoeft niet. Weet je, met zo'n overschotje kokosmelk. Het is ook niet zo gemakkelijk om dat voor iets anders te gebruiken.

Speaker A:

Nee, nee.

Speaker C:

Dus ik heb het beter dan ik gewoon volledig opgedaan.

Speaker B:

Wie krijgt ze gewoon moeite? Ja. Oké, dus dan gaan we het erbij gieten.

Speaker A:

Ja. Ah, voilà. Het begint al veel minder te sissen en dat komt natuurlijk doordat er nu veel meer vocht ook bij is.

Speaker B:

Oké, en dan gaan we dat nu nog heel even laten pruttelen.

Speaker A:

Dus je gaat nu niet roeren, je gaat het gewoon laten pruttelen?

Speaker B:

Ja, ik ben wel wat aan het zoeken.

Speaker A:

Oké, ja. En hoe ga je dan weten dat dat goed is? Gewoon op gevoel of op slaag? Gewoon twee minuutjes. Twee minuutjes, oké. En die is hier dan klaar? Dan moet je de noedels er eventueel bij doen, maar dan is die eigenlijk wel klaar.

Speaker B:

Dan is hij klaar.

Speaker A:

Ja, handig, makkelijk. Dat zien we soms te veel over het hoofd, zo van die dingen.

Speaker B:

Makkelijk en gezond?

Speaker C:

Ja, en lekker.

Speaker B:

Hopelijk. Ja, nu gaan we dat een beetje laten prutsen, zodat de smaken zich kunnen vermengen. Het zit er wel oké uit qua verhoudingen.

Speaker C:

Wat ik ook vaak gebruik, dat is bouillonblokjes of een half stukje of een vierde. En dan is het ook gemakkelijk om af te meten.

Speaker A:

Ik gebruik heel veel bouillonblokjes.

Speaker C:

En ja, alleen dan moet je dat wel een beetje fijn poederen tussen je vingers of zo.

Speaker A:

Ah ja, sowieso verkruimelen.

Speaker C:

Verkruimelen en dan. Komt dat ook wel goed?

Speaker A:

Ja.

Speaker C:

Daarnaast ga je dat ook al van in het begin bijna kunnen toevoegen, eigenlijk.

Speaker B:

Ja.

Speaker C:

Dat is gewoon eens ervaren. Deze keer niet perfect, dan kunnen we de volgende keer iets verbeteren.

Speaker B:

Hoe lang stuur je randen ook aan dat er geen groente aan de rand blijft?

Speaker A:

Ja. Met de spatel mooi aan de randen, ja, inderdaad. Want het blijft er ook wel soms wel iets makkelijker aan plakken.

Speaker B:

En dan gaat dat hier bijna klaar zijn. Dan moeten we juist, eigenlijk had ik dat al moeten doen, maar onze rijstnoedels nog.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Maar ja, dat is op twee minuten klaar. Ja.

Speaker A:

Dus bij die rijstnoedels ga je dan straks gewoon warm water doen. Je gaat dat dan koken.

Speaker B:

Dat moet niet koken.

Speaker A:

Dat moet niet koken.

Speaker B:

Gewoon heel warm.

Speaker C:

Je legt die in kokend water.

Speaker A:

Oké, ja.

Speaker C:

Twee minuutjes of zo en dan is dat klaar.

Speaker B:

Ik ga misschien, weet je wat ik kan doen? Ik kan mijn waterkoker gewoon gebruiken. Ja.

Speaker C:

Dat gaat snel zijn.

Speaker A:

En dan in de pot kappen en dan.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

En de noedels liggen nu volgens mij toch wel een tweetal minuutjes in.

Speaker B:

Je kunt dat oren, hè?

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Dat is wat dichter.

Speaker A:

Ja.

Speaker B:

Hoe beschrijf je dat geluid?

Speaker A:

Als het in het water valt, dat je het hoort dat het zacht is.

Speaker B:

Ja.

Speaker A:

Oké.

Speaker C:

Maar kan dat ook te zacht worden?

Speaker B:

Ja.

Speaker C:

Ja, dus je kunt het te lang laten liggen.

Speaker B:

Dus ik denk dat dat nu goed gaat zijn. Ja. Twee minuten, drie minuten.

Speaker A:

Ja, dat is het ongeveer. Twee, drie minuten nu dat het erin ligt.

Speaker B:

En dan ga je deze dit afgieten.

Speaker C:

Ja, in een frigietje.

Speaker B:

In een frigietje, ja.

Speaker A:

En ga je die ook nu. Je gaat die niet laten schrikken met koud water, die noedels. Want soms zegt men dat wel eens dat je dan met pasta wel eens moet doen. Ik doe dat zelf ook nooit.

Speaker B:

Ik ga het niet laten verschieten.

Speaker A:

Niet laten verschieten, oké.

Speaker C:

En wat is uw afgietstrategie? Heb jij vergiet ergens op een pot?

Speaker B:

Ik zet dan vergiet in de gootsteen.

Speaker C:

In de gootsteen, ja.

Speaker B:

Oh my god, ik kan me dat niet herinneren.

Speaker A:

Ja, ik doe dat ook. Dus ik zet mijn vergiet in de gootsteen.

Speaker C:

In de hoek ofzo, ja. Zodat het niet meer weg kan? Of in het midden van?

Speaker A:

In het midden.

Speaker C:

Jij zet hem in het midden?

Speaker A:

Ik zet hem in het midden en dan...

Speaker B:

Dan pak ik die pot met die oren, twee oren vast. En dan voelt je dat je pot ongeveer in het midden van je vergiet, alleen, dus bovenste rand, in het midden van je vergiet ongeveer staat. Snap je? En dan gewoon gieten.

Speaker A:

Voilà, de pot is leeg en dan gaat het vergiet er al het water eruit nog eens doen als je het nu op. Getild.

Speaker B:

Ja. Dus ja, nu gaan we die even laten uitlekken. Ja.

Speaker A:

Een beetje meer schudden, denk ik, kan ook zeker geen kwaad. Dan weet je zeker dat er alles uit is. Ja.

Speaker C:

Ik vind dat uitgieten altijd het spannendste. Het uitgieten? Van die noedel. Ja? Nee, bro. Uitgieten nu. Vergiet.

Speaker A:

Ah ja.

Speaker C:

Want dat is gloeiend heet. Ja. Je moet zien dat je het niet naast kapt.

Speaker A:

Nee. Dat je niet op je handen giet, bijvoorbeeld. Ja, bijvoorbeeld.

Speaker B:

Wat denken jullie, mannen? Zou ik de noedels in de wok direct gieten? Dus bij de kalkoen en zo? En er gewoon doormengen?

Speaker A:

Gaan we het in één keer allemaal opeten of niet? Dat is de vraag, hè?

Speaker B:

Ja, ik eet daar maar in een kom eens.

Speaker C:

En gaan we dat uitscheppen in een bord of een kommeke?

Speaker B:

Een bord?

Speaker A:

Een diep bord?

Speaker C:

Gewoon een diep bord.

Speaker A:

Ja, dus zoals we ook al zeiden, dat moet ieder voor zich uitmaken. Ik denk dat wij het misschien nu wel gaan doormengen, of niet?

Speaker C:

Doe maar, ja. Ik zou zeggen, als je bijvoorbeeld in kleine kommetjes, dan is het misschien toch gemakkelijker aparte porties van die noedels. En dan kun je ook goed afmeten dat iedereen ongeveer evenveel heeft.

Speaker A:

Ja.

Speaker C:

Maar als je grote porties uitschept, dan zal dat ongeveer wel. Gemengd zijn, denk ik.

Speaker A:

Ja, normaal wel. Als er goed wordt gemengd.

Speaker B:

Oké, dan is onze wok klaar.

Speaker A:

Ik ben heel benieuwd, want ik ken dit eigenlijk niet.

Speaker C:

Ik heb ook grote honger.

Speaker A:

Ja, ik ook, absoluut. Dus Eline, bedankt. Wij gaan er iets van proeven. Ja. En bedankt voor het kijken.

Speaker B:

Ik hoop dat jullie het gaan lusten.

Speaker A:

Ja, we gaan het zien. We gaan het smaken. Bedankt voor het opnemen van deze podcast en tot de volgende. Proof!

De titel van dit gerecht klinkt een stuk ingewikkelder dan het in werkelijkheid is. Eline toont ons hoe je in enkele minuten een smaakvol wokgerecht op tafel tovert. Alles komt gewoon uit pakjes en zakjes: even bij elkaar gooien, kort bakken en koken, en klaar. Je verneemt ook nog waarom een

wokpan zo voordelig is, en we geven nog even onze strategie mee voor het afgieten van de rijstnoedels.

Ingrediënte voor 4 personen:

een pakje currypasta

400 ml kokosmelk

400 gram kalkoenblokjes

een zak Chinese wokgroentjes

rijstnoedels

kippenkruiden (optioneel)

zonnebloemolie

Benodigdheden:

een wokpan

een houten lepel

Dank om te luisteren! Heb je nog vragen, opmerkingen of suggesties, contacteer ons dan zeker.

[email protected]

Find out more at https://blindproef.pinecast.co